blog

    Stelsel van fosfaatrechten: de plannen van staatssecretaris Van Dam

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 4 maart 2016
    Stelsel van fosfaatrechten: de plannen van staatssecretaris Van Dam

    Toenmalig staatssecretaris Dijksma informeerde de Tweede Kamer bij brief van 2 juli 2015 over het kabinetsvoornemen een stelsel van fosfaatrechten voor de melkveehouderij te introduceren. Vanwege de milieugevolgen door de groei van de melkveehouderij na het vervallen van het melkquotum vond het kabinet ingrijpen noodzakelijk. Gisteren (8 maanden verder) heeft staatssecretaris Van Dam zicht gegeven op de nadere invulling van het stelsel van fosfaatrechten. Een wettelijke regeling is er nog niet. Er volgt eerst nog een debat in de Tweede Kamer. Daarna kan de staatssecretaris concreet vorm geven aan het stelsel van fosfaatrechten. Het is immers niet de verwachting dat de Tweede Kamer de invoering van een dergelijk stelsel zal blokkeren.

    Peildatum wordt 2 juli 2015

    Met het stelsel van fosfaatrechten wordt ingezet op behoud van de derogatie van de Nitraatrichtlijn. Die derogatie staat op het spel omdat voorlopige berekeningen van het CBS er op wijzen dat het fosfaatplafond in 2015 met 3,4 miljoen kilogram is overschreden. Op basis hiervan zal de fosfaatproductie in de melkveehouderij met 4% moeten worden teruggebracht om de fosfaatproductie weer onder het plafond te brengen. Dat doel wil de staatssecretaris bereiken door in de Meststoffenwet vast te leggen dat bedrijven alleen fosfaat mogen produceren (melkvee mogen houden) als zij over voldoende rechten beschikken. Bedrijven krijgen fosfaatrechten toegekend op basis van het aantal op 2 juli 2015 gehouden stuks melkvee. Bedrijven die na 2 juli 2015 zijn gegroeid krijgen daarvoor geen fosfaatrechten.

    Afroming

    Evident is evenwel dat de melkveestapel op 2 juli 2015 te veel fosfaat produceerde. Daarom moeten rechten worden afgeroomd. Dat gebeurt op 2 manieren. Fosfaatrechten zullen verhandelbaar zijn. Per transactie zal een percentage van de over te dragen rechten worden afgeroomd. Staatssecretaris Van Dam is van plan dit percentage op 10% te stellen. Maar er zal ook sprake zijn van een generieke korting. Dat afromingspercentage zal op 1 juli 2017 worden vastgesteld. Dit percentage zal naar verwachting tussen de 4 en 8% liggen. Het precieze percentage hangt af van 3 factoren. Allereerst is de staatssecretaris voornemens om extensieve, grondgebonden bedrijven extra rechten toe te kennen voor de latente mestplaatsingsruimte op hun bedrijf. Via generieke afroming zal daarvoor ruimte moeten worden gecreëerd. Dat laatste dient ook te gebeuren voor knelgevallen waarvoor de staatssecretaris een oplossing wil bieden. Van de nog te ontwerpen knelgevallenregeling hoeven we geen al te hoog gespannen verwachtingen te hebben. De staatssecretaris noemt situaties waarin op de peildatum 2 juli 2015 minder melkvee werd gehouden door ziekte van de ondernemer, een dierziekte of bedrijven in de opstartfase die aantoonbaar onomkeerbare financieringsverplichtingen zijn aangegaan of een veebezetting hadden die hoofdzakelijk uit jongvee bestond bedoeld voor melkproductie op het bedrijf. De staatssecretaris voegt er aan toe dat knelgevallen slechts gedeeltelijk zullen worden gecompenseerd. Tot slot kan het percentage naar beneden worden bijgesteld met de hoeveelheid rechten die bij overdracht in 2017 worden afgeroomd.

    Huiswerk voor de staatsssecretaris

    Staatssecretaris Van Dam gaat er van uit dat het stelsel van fosfaatrechten per 1 januari 2017 in werking kan treden. Per bedrijf worden de fosfaatrechten in een beschikking toegekend. Voor grondgebonden bedrijven zijn daarin extra rechten opgenomen voor een deel van de vrije mestplaatsingsruimte op het bedrijf. Het definitieve afromingspercentage volgt dan op 1 juli 2017. Daarmee zou dan geborgd moeten zijn dat de totale fosfaatproductie in Nederland weer in overeenstemming is met het fosfaatproductieplafond. Voor die tijd zijn er nog harde noten te kraken. Geldt bijvoorbeeld het kortingspercentage van 10% bij overdracht van fosfaatrechten ook als een geheel bedrijf van vader op zoon wordt overgedragen? De staatssecretaris erkent dat er knelgevallen zijn. Hoe gaat de regeling hiervoor een oplossing bieden? En is er op 1 juli 2017 duidelijkheid over de omvang van de rechten die aan knelgevallen moet worden besteed? In het verleden is juist over dit onderwerp veelvuldig geprocedeerd. Uitwerking behoeft ook nog het idee van staatssecretaris Van Dam om melkveehouders de mogelijkheid te bieden enige ontwikkelruimte te verdienen door via voermaatregelen de gemiddelde fosfaatexcretie onder de wettelijke fosfaatexcretie te brengen. Binnen de op het bedrijf rustende fosfaatrechten zouden dan meer koeien kunnen worden gehouden. De Kringloopwijzer moet hiervoor het handvat gaan bieden. Tot slot is de staatssecretaris van plan om een fosfaatbank in te richten. Dat zal gebeuren zodra de fosfaatproductie weer onder het fosfaatplafond is gebracht. Afgeroomde rechten kunnen via de fosfaatbank opnieuw worden uitgedeeld aan bedrijven die aan nader te bepalen criteria voldoen. Grondgebondenheid is zo’n criterium. De via dit spoor uit te geven rechten zullen niet overdraagbaar zijn. De denkrichting van de staatssecretaris is nu bekend. Het wachten is op de concrete invulling.