blog

    Stoppersregeling - fosfaatrechten - aanspraken verpachter?

    Els HarbersPublicatiedatum: 13 februari 2017Laatste update: 2 augustus 2019
    Stoppersregeling -  fosfaatrechten - aanspraken verpachter?

    Deelname aan stoppersregeling

    Op 10 februari jl. is in de Staatscourant de “Subsidieregeling bedrijfsbeëindiging melkveehouderij” gepubliceerd, kort gezegd de Stoppersregeling. Aan melkveehouders die over  2017 het melkveebedrijf beëindigen wordt een subsidie toegekend van € 1.200 per melkkoe, € 276 per kalf en € 636 per pink. De eerste openstellingsperiode loopt van 20 februari 2017 tot en met 3 maart 2017, er is een bedrag van € 12 miljoen beschikbaar. De vraag is of een pachtende melkveehouder zonder toestemming van de verpachter aan de stoppersregeling kan deelnemen.

    Deelname aan de stoppersregeling heeft alleen betrekking op de bedrijfssituatie in 2017. In theorie is een melkveehouder gerechtigd om in 2018 de melkveehouderij weer te hervatten. Ik zie vanuit het pachtrecht weinig bezwaren om zonder toestemming van de verpachter deel te nemen aan de stoppersregeling. Deze regeling heeft immers maar op één jaar betrekking en betekent niet een definitief einde van de melkveehouderij.  Ook betekent deelname aan de stoppersregeling niet dat deze melkveehouders geen fosfaatrechten toegekend zullen krijgen. Echter: deelname aan de stoppersregeling zal naar verwachting een opmaat zijn voor een definitieve bedrijfsbeëindiging, door de verkoop van de fosfaatrechten die de melkveebedrijven in 2018 toegekend zullen krijgen.

    Of dat zonder toestemming van de verpachter kan, zou juridisch wel eens anders kunnen liggen.

    Overdracht fosfaatrechten

    Bestuursrechtelijke toekenning
    Voor een antwoord op de vraag of de pachter zonder toestemming van de verpachter tot overdracht van de fosfaatrechten kan overgaan, is allereerst niet doorslaggevend dat de fosfaatrechten aan de melkveehouder zullen worden toegekend. De melkveehouder wordt daarmee juridisch eigenaar van deze vermogensrechten. Deze toewijzing betreft “slechts”  een bestuursrechtelijke toekenning op basis van een wettelijke regeling. Dat wil echter niet zeggen dat hiermee ook vastligt dat de pachter zonder medewerking van de verpachter deze rechten mag verkopen. Daarvoor is de civielrechtelijke verhouding tussen pachter en verpachter relevant.

    Vergelijking rechtspraak melkquotum
    Er kan een vergelijking worden gemaakt met de rechtspraak omtrent het melkquotum. Het melkquotum werd ook toegekend aan de melkveehouder. De melkveehouder was  “eigenaar” van het melkquotum. Ondanks het feit dat het quotum op naam van de pachter/melkveehouder stond, heeft de pachtrechter (de pachtkamer van het Hof Arnhem) vanaf 1989 in een reeks van uitspraken geoordeeld dat de pachter het melkquotum niet zonder toestemming van de verpachter mocht verkopen. Deze aanspraak van de verpachter is door de rechter onder meer gebaseerd op de achtergrond van de toekenning van het melkquotum. Het melkquotum werd toegekend aan de hand van de melkproductie in 1983.  De pachter heeft door de nodige inspanningen en investeringen dit melkquotum opgebouwd. Hij heeft dit echter mede kunnen realiseren door de terbeschikkingstelling door de verpachter van bedrijfsmiddelen (grond en/of gebouwen). Tegen die achtergrond heeft de pachtrechter geoordeeld dat de pachter niet zonder toestemming het quotum mag overdragen. In de rechtspraak is de lijn uitgezet, dat het melkquotum bij het einde van de pacht moet worden overgedragen aan de verpachter tegenover een vergoeding van de helft van de waarde.

    Niet uitgesloten is dat bij de aanspraak op de fosfaatrechten op een zelfde wijze zal worden geredeneerd. Immers ook hier geldt dat de toekenning gebaseerd is op een gerealiseerde productie, de toekenning van fosfaatrechten is gebaseerd op het aantal stuks vee per 2 juli 2015. Dat aantal stuks vee kon onder meer worden gehouden vanwege de grond/gebouwen van de verpachter.

    Een van de gehoorde tegenargumenten is dat de grond ook zonder fosfaatrechten goed te verpachten is en dat er om die reden geen aanspraken van de verpachter zouden zijn. Dat argument is destijds in de procedures over de aanspraak op het melkquotum ook aangevoerd, maar dat deed volgens de pachtrechter niet af aan de redelijke verdeling van het melkquotum.

    Het is natuurlijk voor discussie vatbaar of de bijdrage van de terbeschikkinggestelde bedrijfsmiddelen voor de opbouw van de fosfaatrechten vergelijkbaar is met die voor het melkquotum. Daar zal vanuit de verschillende invalshoeken ongetwijfeld heel uiteenlopend over worden gedacht.

    Wordt vervolgd….

    Over de vraag of de pachter zonder toestemming de fosfaatrechten mag verkopen, zal ongetwijfeld geprocedeerd gaan worden, gelet op het grote financiële belang. Op dit moment is het dus onzeker of en in welke omvang de verpachter een aanspraak heeft. De pachtrechter zal in deze discussie een knoop moeten doorhakken. Met andere woorden: wordt vervolgd!

    Wil je meer weten over dit onderwerp, neem dan vrijblijvend contact met mij op.