blog

    Tweede Kamer neemt Wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee geamendeerd aan

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 8 december 2016
    Tweede Kamer neemt Wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee geamendeerd aan

    Na het plenaire debat op 1 december heeft de Tweede Kamer bij stemming op 6 december 2016 het wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee – met een ruime meerderheid – aangenomen. De Tweede Kamer heeft via een aantal amendementen diverse wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht. In mijn blogserie over het wetsvoorstel heb ik de inhoud daarvan besproken en ook de door staatssecretaris Van Dam tussentijds aangebrachte wijzigingen de revue laten passeren. Kort vóór de stemming gaf staatssecretaris Van Dam bij brief van 6 december zijn reactie op elf amendementen die na de plenaire behandeling nog werden ingediend. Welke wijzigingen de door de Tweede Kamer aangenomen amendementen opleveren licht ik in deze blog toe.

     De aangenomen amendementen en de betekenis daarvan:

    1.    Grondgebonden bedrijven

     Voor grondgebonden bedrijven regelt dit amendement dat deze worden ontzien bij de generieke afroming van het fosfaatrecht. Bedrijven die net niet grondgebonden zijn, worden gekort tot ze grondgebonden zijn. Het jaar 2015 geldt als referentiejaar. De indieners geven daarmee uitvoering aan de wens bedrijven die de extra fosfaatproductie volledig op eigen grond kunnen aanwenden en derhalve niet hebben bijgedragen aan het fosfaatoverschot, te ontzien.  

    2.    Knelgevallenregeling

    De uiterst beperkte knelgevallenregeling wordt verruimd om bedrijven die disproportioneel worden geraakt tegemoet te kunnen komen. Het amendement voorziet in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) om onbillijkheden van overwegende aard te kunnen oplossen. De indieners van het amendement verlangen dat de staatssecretaris in het bijzonder oog heeft voor bedrijven die vóór 2 juli 2015 onomkeerbare verplichtingen aangingen. In de brief van 3 maart 2016 schreef staatssecretaris Van Dam dat voor die categorie van bedrijven een knelgevaloplossing zou worden gezocht, maar in het definitieve wetsvoorstel zag hij daarvan af. Met het amendement wordt de weg vrij gemaakt voor een oplossing. Die zal vorm moeten worden gegeven in een AMvB. Dit geldt ook voor de categorie biologische bedrijven die op 2 juli 2015 in een transitieproces zaten. Bovendien stellen de indieners een commissie van deskundigen voor die op basis van individuele gevallen adviseert over de vraag of de knelgevallenregeling al dan niet dient te worden uitgebreid.

    3.    Kringloopwijzer

     Om de omvang van fosfaatrechten te kunnen vaststellen wordt de productie van dierlijke meststoffen forfaitair bepaald. Het wetsvoorstel bevat de mogelijkheid om een alternatieve methode vast te stellen. Die methode dient bij Ministeriële regeling te worden vastgesteld. Daarmee kan bedrijfsspecifieke verantwoording via de Kringloopwijzer mogelijk worden gemaakt. De indieners verlangen dat de ministeriële regeling binnen 8 maanden na de inwerkingtreding van de wet aan de Tweede Kamer wordt voorgelegd. De Tweede Kamer wil dus uitdrukkelijk de vinger aan de pols houden. 

    4.    Fosfaatbank: ministeriële regeling 

    Het wetsvoorstel regelt bijzonder weinig over de instelling van een fosfaatbank. Staatssecretaris Van Dam schuift de oprichting van de fosfaatbank door naar een ministeriële regeling. De indieners van dit amendement vinden dat te mager. Zij willen vanwege de belangrijke rol van de fosfaatbank meedenken met de inrichting daarvan. De ministeriële regeling moet daarom eerst aan de Tweede Kamer worden voorgelegd.

     5.    Fosfaatbank: uitgiftevoorwaarden 

    Afgeroomde rechten kunnen in niet-verhandelbare vorm via de fosfaatbank worden uitgegeven aan melkveebedrijven om daarmee grondgebondenheid, duurzaamheid, dierenwelzijn en jonge landbouwers te stimuleren. De indieners van dit amendement verlangen dat duurzaamheid en dierenwelzijn als voorwaarde worden geschrapt. Dat kan volgens hen via andere wetgeving worden geregeld. Dan resteert het bevorderen van grondgebondenheid, weidegang en het stimuleren van jonge landbouwers als doelen bij de uitgifte van rechten. Opvallend is dat in het amendement wordt verwezen naar weidegang. Het wetsvoorstel maakt daar helemaal geen melding van.

     6.    Uitscharen melkvee

     Het oorspronkelijke wetsvoorstel hield in dat bij uitscharen van melkvee (op 2 juli 2015) de fosfaatrechten werden geregistreerd voor het inscharende bedrijf. Tegen die oplossing is veel verzet gekomen. Als partijen daarover overeenstemming bereiken maakt dit amendement het mogelijk om de fosfaatrechten over te hevelen naar het uitscharende bedrijf. Bij die overdracht vindt geen afroming plaats.

     7.    Generieke korting varkens- en pluimveerechten

     Via een AMvB maakt het wetsvoorstel ook generieke korting op varkens- en pluimveerechten mogelijk. De indieners vinden dat niet aan de orde. De varkens- en pluimveesector kennen al productierechten en hebben volgens de indieners nauwelijks (en al zeker niet structureel) bijgedragen aan overschrijding van het fosfaatplafond. Generieke korting op varkens- en pluimveerechten is daarmee alleen nog maar mogelijk na een wetswijziging.

     8.    Wet treedt alleen in werking bij behoud van derogatie

    Staatssecretaris Van Dam was aanvankelijk van plan het stelsel van fosfaatrechten in te voeren per 1 januari 2017. De staatssteunproblematiek heeft een uitstel van 1 jaar veroorzaakt (lees hierover meer in mijn blog “Wetsvoorstel fosfaatrechten melkvee: Europese Commissie vloert Van Dam” en de blog van mijn collega Richard van Breevoort “Fosfaatrechten en staatssteun”). Met betrekking tot de invoering van de wet wil de Tweede Kamer uitdrukkelijk meedenken. Dit amendement bewerkstelligt dat de wet alleen dan wordt ingevoerd als de Europese Commissie Nederland derogatie verleend voor de periode 2018-2021.

     9.    Tijdelijk karakter

     Dit amendement maakt ruimte in de wettelijke regeling om het stelsel van fosfaatrechten een tijdelijk karakter te geven. In de toelichting op dit amendement wordt uitgegaan van afschaffing per 1 januari 2023. Daarmee wordt ook de rol van andere maatregelen om de melkveehouderij te begrenzen benadrukt, zoals grondgebondenheidseisen en aanpassing van het fosfaatplafond. De Tweede Kamer dient hierin uitdrukkelijk te worden gekend. Via deze route kan ook fiscale afschrijving van rechten mogelijk worden gemaakt.

    Hoe gaat het verder?

    De besluitvorming van de Tweede Kamer is een nieuwe stap in de richting van invoering van het stelsel van fosfaatrechten. Natuurlijk komt ook de Eerste Kamer nog aan bod. De verwachting is dat de Eerste Kamer in het voorjaar van 2017 met het wetsvoorstel en de aangenomen amendementen aan de slag gaat. Ondertussen kunnen de melkveesector en de staatssecretaris niet stil zitten. In 2017 zal de sector een zodanige fosfaatreductie moeten bewerkstelligen dat de productie weer onder het toegestane plafond komt. Het maatregelenpakket dat daarvoor is voorbereid is nog niet rond. En voor zover er al wel afspraken zijn lijken die af te brokkelen. De schouders moeten er dus nog een keer onder. Onderwijl kan staatssecretaris Van Dam zich concentreren op Brussel. Als immers de derogatie wordt ingetrokken of niet verlengd dan ontvalt aan de wettelijke regeling elke betekenis. De Tweede Kamer stemde op 6 december ook over het wetsvoorstel grondgebonden groei melkveehouderij. Daarover de volgende keer. Wens je op de hoogte te blijven van de actuele ontwikkelingen? Meld je zich dan hier aan voor de onze wekelijkse Update Agrarische Zaken.