blog

    Uitrijden van mest: Natuurbeschermingswetvergunning nodig?

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 23 oktober 2015
    Uitrijden van mest: Natuurbeschermingswetvergunning nodig?

    Op woensdag 21 oktober 2015 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over de vergunningplicht voor het uitrijden van mest (zaaknummer 201501086/1/R3). In beroep werd een Natuurbeschermingswetvergunning (Nbw-vergunning) voor de uitbreiding van een melkveehouderij bestreden. Aangevoerd werd dat de Nbw-vergunning voor de melkveehouderij ten onrechte was verleend, omdat deze vergunning ten onrechte niet ook op het uitrijden van mest zag. Dat beroep verwierp de Raad van State. Hoe zit dit precies?

    Houden van vee en uitrijden van mest niet onlosmakelijk verbonden

    De Raad van State stelt allereerst vast dat het uitrijden van mest geen onderdeel is van het aangevraagde project. De vergunningaanvraag zag uitdrukkelijk niet op het uitrijden van mest. De aanvraag had enkel betrekking op de uitbreiding van de melkveehouderij met een stal voor melkrundvee. Vervolgens overweegt de Raad van State dat het houden van dieren en het mogelijk uitrijden van mest op de bij het bedrijf behorende gronden – in dit geval – niet zodanig onlosmakelijk met elkaar is verbonden dat de vergunning geweigerd had moeten worden. De Raad van State licht toe dat het uitrijden van mest op de bedrijfsgronden niet noodzakelijk is voor de afvoer van de mest, omdat daarvoor alternatieven bestaan. De Raad van State noemt de verwerking van de mest op een andere locatie als voorbeeld. Dit betekent volgens de Raad van State dat het uitrijden van mest niet als één project met het houden van vee hoefde te worden aangevraagd en te worden vergund. Deze uitspraak maakt duidelijk dat het bevoegd gezag een aanvraag om een Nbw-vergunning voor het houden van (melkrund-)vee niet automatisch tevens hoeft te beoordelen en verlenen (of weigeren!) voor het uitrijden van mest. Dat kan mogelijk anders zijn (in een bijzonder geval) wanneer alternatieven voor de afvoer van mest ontbreken.

    Voor uitrijden van mest wel vergunningplicht

    De besproken uitspraak van de Raad van State betekent niet dat voor het uitrijden van mest geen (losse) Nbw-vergunning nodig is. Uit diverse uitspraken van de Raad van State blijkt dat het uitrijden van mest (op korte afstand van Natura 2000-gebieden) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kan veroorzaken. Dat maakt dat daarvoor een Nbw-vergunning nodig is. Uit de rechtspraak van de Raad van State volgt in elk geval dat een uitzondering op de vergunningplicht wegens bestaand gebruik (omdat de mest in de bestaande situatie werd uitgereden) niet wordt aangenomen enkel op grond van een verwijzing naar de uitvoering van de Meststoffenwet. Zie hiervoor de uitspraak van de Raad van State van 4 februari 2015 (zaaknummer 201305073/1/R2) en de uitspraak van 16 maart 2011 (zaaknummer 200902327/1/R2).

    Naar aanleiding van de eerst genoemde uitspraak heeft staatssecretaris Dijksma bij brief van 2 maart 2015 (kenmerk 15028006) aan de Tweede Kamer laten weten hiervoor een oplossing in petto te hebben. De staatssecretaris kondigt aan met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) de activiteiten beweiden en bemesten vrij te stellen van de Nbw-vergunningplicht. Wanneer deze AMvB kan worden verwacht, is nog niet bekend. Vooruitlopend op deze AMvB heeft de provincie Utrecht al laten weten tot de afkondiging daarvan geen vergunningplicht voor bemesting te hanteren. 

    Vergunning voor het houden van vee én het uitrijden van mest

    Een voorbeeld in de rechtspraak van de Raad van State waarin een Nbw-vergunning voor het houden van vee én het uitrijden van mest in stand bleef is de uitspraak van 28 mei 2014 (zaaknummer 201302382/1/R2). In deze zaak was uitgangspunt dat legaal mest werd uitgereden op grond van een melding in het kader van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet (oud). Deze melding werd aangemerkt als een toestemming in de zin van artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Daarbij was van belang dat in de voorschriften verbonden aan de Nbw-vergunning het uitrijden van mest was gemaximeerd op de hoeveelheid mest die werd uitgereden op het moment dat het Natura 2000-gebied werd aangewezen.