blog

    Uitspraak Raad van State interimuitbreiders

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 1 mei 2015

    Op 29 april heeft de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over het gebruik van de Brabantse depositiebank door interimuitbreiders (zaaknummer 201309790/1/R2). De Raad van State overweegt dat gedeputeerde staten van Noord-Brabant de betreffende interimuitbreider terecht hebben uitgesloten van gebruikmaking van de depositiebank. Volgens de Raad van State is het onderscheid tussen interimuitbreiders en andere bedrijven in de stikstofverordening 2013 niet onrechtmatig. Daarbij is van belang dat de toelichting op de stikstofverordening 2013 aangeeft dat, in plaats van saldo uit de depositiebank, er voor interimuitbreiders een voorziening zou worden getroffen, maar dat deze voorziening voor interimuitbreiders niet meer nodig wordt geacht nu de verwachting bestaat dat de landelijke Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) een regeling voor interimuitbreiders zal bevatten. Men gaat er dus vanuit dat de PAS de problematiek waarin de interimuitbreiders zich bevinden zal oplossen. Of dit een terechte aanname is, zal al snel blijken. Of de PAS voor interimuitbreiders daadwerkelijk een oplossing zal bieden, hangt met name af van de vraag welke regels de provincies gaan stellen aan het toedelen van ontwikkelingsruimte voor interimuitbreiders. Deze regels zijn nog niet bekend. De PAS treedt definitief op 1 juli 2015 in werking.