blog

    Veehouderij en Gezondheid Omwonenden; nieuwe inzichten

    Veehouderij en Gezondheid Omwonenden; nieuwe inzichten

    Op 16 juni 2017 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken het rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies): analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen’ aangeboden aan de Tweede Kamer.

    Pluimveehouderijen

    Het rapport bevestigt de conclusie van het eerdere rapport ‘Veehouderij en Gezondheid Omwonenden’ (zie hierover mijn blogs van 7 juli 2016 en 1 juni 2017) dat mensen die rondom pluimveehouderijen wonen, een grotere kans hebben op het oplopen van een longontsteking. Volgens de onderzoekers zijn er sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren worden echter niet uitgesloten.

    Geitenhouderijen

    Verder blijkt uit het rapport dat ook rondom geitenhouderijen mensen een grotere kans hebben om een longontsteking op te lopen. Tot 2011 is de Q-koortsepidemie hierop waarschijnlijk van invloed geweest. Het verhoogde risico vanaf 2011 kan nog niet worden verklaard. “Gezien de onzekerheden rondom de oorzaken van het verhoogde risico op longontsteking rondom geitenbedrijven is eerst meer onderzoek nodig in en om geitenhouderijen naar het voorkomen van, de samenstelling van, de uitstoot van en verspreiding van (bio)-aerosolen en fijnstof, alvorens gerichte bedrijfsmaatregelen te kunnen adviseren”, aldus de onderzoekers.

    COPD

    Verder bevestigt het onderzoek de eerdere conclusie dat mensen met COPD, die in de buurt van veehouderijen wonen, vaker en ernstiger klachten hebben dan mensen die op grotere afstand van veehouderijen wonen. Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie endotoxinen (kleine onderdelen van micro-organismen die luchtwegirritatie en ontstekingsreacties kunnen veroorzaken) in de lucht toeneemt naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of het aantal veehouderijen in een gebied (de dichtheid) groter wordt.

    Omgevingsrechtelijk kader

    De staatssecretaris roept bestuursorganen op om “bij het nemen van besluiten op het gebied van ruimtelijke ordening en, voor zover mogelijk, bij het nemen van besluiten over het verlenen van vergunningen, rekening te houden met deze zorgelijke signalen”. Daarbij zijn bestuursorganen wat mij betreft wel gebonden aan het huidige omgevingsrechtelijk kader. Dat kader heb ik uiteengezet in mijn artikel ‘Gezondheidsrisico’s van veehouderijen’. Verder is van belang dat op veel onderdelen nog niet gesproken kan worden van algemeen aanvaarde wetenschappelijke inzichten.

    Kennislacunes

    Ook in de nadere onderzoeksresultaten die nu bekend zijn geworden, wordt gesproken over diverse kennislacunes en wordt (wederom) nader onderzoek aanbevolen. Ik verwacht niet dat de Raad van State op basis van deze aanvullende studies ‘om zal gaan’ en bijvoorbeeld aanleiding zal zien voor een weigering van een omgevingsvergunning (vergelijk mijn blogs van 17 oktober 2016 en 18 oktober 2016 over de jurisprudentie van de Raad van State over het VGO-rapport). In de toekomst kan dat natuurlijk veranderen, als er weer nieuwe inzichten bekend worden.