blog

    Driftreductie verplicht bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen per 1 januari 2017

    Driftreductie verplicht bij gebruik gewasbeschermingsmiddelen per 1 januari 2017

    Op 6 juli 2016 verscheen in de Staatscourant (nr. 32229) een voorpublicatie tot wijziging van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Die wijziging ziet onder meer op de regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. De bedoeling is dat de wijziging per 1 januari 2017 in werking treedt. De voorgenomen wijziging is relevant voor het bepalen van de spuitzone tussen gevoelige functies en percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden aangewend. Hoe zit dit?

    De bestemmingsplanwetgever moet in het belang van een goede ruimtelijke ordening beoordelen of wegens het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen een veilige afstand aangehouden moet worden tussen percelen met een gevoelige functie (zoals wonen) en percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Daarbij speelt het belang van omwonenden vanwege gezondheidsrisico’s een rol, maar ook het belang van de teler. Zoals ik al in eerdere blogs over dit onderwerp schreef, is hiervoor een locatiespecifiek onderzoek vereist. 

    Huidige problematiek spuitzone

    Uitgangspunt is dat met de maximale planmogelijkheden rekening moet worden gehouden. Civielrechtelijke overeenkomsten of toepassing van driftreducerende technieken doen hieraan niet af. Als toepassing van gewasbeschermingsmiddelen niet is uitgesloten dan zal een spuitzone moeten worden bepaald en dient van geval tot geval te worden bekeken hoe breed die moet zijn.  Lastig is dat het niet mogelijk is om het gebruik van driftreducerende technieken te verplichten via planregels. Uit de rechtspraak volgt dat het gebruik van driftreducerende spuitdoppen niet planologisch mag worden verplicht. Dat leidt namelijk tot een ongeoorloofde doorkruising van wettelijke regimes. De essentiële gezondheids- en veiligheidseisen (ingevolge de Machinerichtlijn) zijn geïmplementeerd via het Warenbesluit machines en hebben via die regeling werking. Het opnemen van een veilige spuitzone in het bestemmingsplan is volgens de Raad van State wel toegestaan. De jurisprudentie geeft aan dat enkel rekening  mag worden gehouden met driftreducerende technieken als het perceel waarop wordt gespoten aan een watergang ligt. In dat geval verplicht het Activiteitenbesluit milieubeheer tot toepassing van deze techniek. Deze wettelijke verplichting mag volgens de Raad van State  worden meegenomen in de beoordeling van het woon- en leefklimaat bij de inrichting van het bestemmingsplan. Gelet hierop is het lastig om bij het bepalen van een spuitzone rekening te houden met driftreducerende technieken, ook als deze technieken in de praktijk wel door de teler worden toegepast. Een verplichting daartoe ontbreekt immers (behalve bij watergangen). Dit wordt anders. 

    Toekomstige wijziging spuitzone

    Op grond van het voorgestelde (nieuwe) artikel 3.78a Activiteitenbesluit milieubeheer wordt het verplicht om bij open teelten te spuiten met een driftreductie van 75%. Dit geldt, anders dan op dit moment, óók als het perceel waarop wordt gespoten niet is gelegen aan een watergang. De bedoeling is dat dit nieuwe artikel per 1 januari 2017 in werking treedt. Vanaf dat moment kan en dient bij de ruimtelijke beoordeling met deze verplichting rekening te worden gehouden. Een driftreductie van 75% is immers relevant voor de omvang van de spuitzone tot gevoelige objecten. De nieuwe regeling zal er toe leiden dat spuitzones over het algemeen minder breed hoeven zijn. Uiteraard blijf ik je op de hoogte houden.