blog

    Verslechterde bereikbaarheid percelen: tegemoetkoming in de schade?

    Paul HerderPublicatiedatum: 20 mei 2016
    Verslechterde bereikbaarheid percelen: tegemoetkoming in de schade?

    Een melkveehouder in de provincie Friesland stelt schade te hebben geleden als gevolg van de verbreding van een kanaal. De melkveehouder pacht drie percelen grasland die worden bereikt door het kanaal over te steken met een praam (boot met platte bodem). De verbreding van het kanaal heeft tot gevolg dat sneller wordt gevaren, waardoor meer golfslag optreedt. Volgens de melkveehouder is de overtocht niet meer mogelijk omdat dit een onveilige situatie tot gevolg heeft. Exploitatie van de percelen is daardoor niet langer mogelijk waardoor circa € 200.000,00 schade wordt geleden. Komt deze schade voor vergoeding in aanmerking?

    Planschade

    Een nieuwe ontwikkeling wordt meestal via een bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Als nadeel ontstaat door een bestemmingsplan, is het op grond van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk planschade te claimen. Een dergelijk verzoek moet worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente. Let er daarbij op dat het planschadeverzoek binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan moet worden ingediend. De Wet ruimtelijke ordening geeft overigens geen basis voor een volledige schadevergoeding. Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening spreekt over een tegemoetkoming in de schade.

    Schade geen gevolg van bestemmingsplan

    De geclaimde schade wordt door burgemeester en wethouders niet vergoed. Volgens burgemeester en wethouders is de schade niet het gevolg van het bestemmingsplan, maar wordt de schade veroorzaakt door het vaargedrag van de schippers. De maximale vaarsnelheid is niet verhoogd. Mochten schippers de maximale vaarsnelheid overtreden, dan is dit onrechtmatig en geen gevolg van het bestemmingsplan. De Raad van State gaat hierin mee en oordeelt dat de schade het gevolg is het vaargedrag van schippers. De mogelijke overlast die daardoor wordt ondervonden kan daarom niet worden toegerekend aan het bestemmingsplan. De schade wordt op grond van de Wet ruimtelijke ordening niet vergoed.

    Uitvoeringsschade

    Na afwijzing van de eerste aanvraag probeert de melkveehouder het opnieuw en denkt hij het over een andere boeg te gooien. Hij dient een aanvraag in voor schadevergoeding als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan. Het verzoek komt neer op een schadevergoeding als gevolg van de realisering van het bestemmingsplan. Aan zijn verzoek legt hij dezelfde feiten ten grondslag. Op deze manier beoogt de melkveehouder om de schade op een andere grondslag vergoed te krijgen. Voor de tweede keer procedeert de melkveehouder tot aan de Raad van State door. Ook deze tweede keer krijgt de melkveehouder nul op het rekest. De Raad van State oordeelt namelijk dat op het verzoek om schadevergoeding al onherroepelijk (negatief) is beslist. Dat de melkveehouder in tweede instantie verzoekt om schade als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan, maakt dit niet anders. Het blijft schade als gevolg van het bestemmingsplan. De aanvraag om vergoeding van de schade als gevolg van de uitvoering van het bestemmingsplan hoeft niet nogmaals inhoudelijk te worden behandeld.

    Kortom:

    Een bestemmingsplan kan nadeel teweeg brengen. Daarmee samenhangende schade kan voor vergoeding in aanmerking komen. Deze schade wordt echter niet in alle gevallen vergoed. De schade moet het gevolg zijn van het bestemmingsplan. Schade die niet kan worden toegerekend aan het bestemmingsplan of voort  komt uit onrechtmatig gedrag, wordt niet vergoed. Houdt daar rekening mee bij het indienen van een aanvraag tot tegemoetkoming in de schade. Het is zinloos om een onhaalbaar verzoek in te dienen.