blog

    Voorwaarden subsidieverstrekking – concept Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv)

    Voorwaarden subsidieverstrekking – concept Subsidieregeling sanering varkenshouderijen (Srv)

    Doel van de Srv is het verminderen van geurhinder door het definitief en onherroepelijk sluiten van varkenshouderijlocaties. Dit is onder meer aan de orde gekomen in mijn blog over de bijeenkomst van 24 mei 2019.

    Om het doel te borgen moet de varkenshouder een aantal stappen zetten. Het zijn deels maatregelen, die samenhangen met de bedrijfsvoering en deels maatregelen die zien op het bestendigen van de bedrijfsbeëindiging. Op deze maatregelen ga ik in deze blog nader in.

    Maatregelen

    Om een positief effect van de bedrijfsbeëindiging op het leefklimaat van de omgeving te houden, dient geborgd te worden dat die locatie niet opnieuw wordt gebruikt voor het houden van varkens of andere vormen van intensieve veehouderij (pluimvee, eenden, konijnen, vleeskalveren, vleesstieren, geiten en nertsen). Daartoe dienen meerdere maatregelen genomen te worden die direct samenhangen met de bedrijfsvoering.

    Voorwaarden voor subsidieverstrekking

    1. Afvoeren dieren en mest

    De eerste voorwaarde voor subsidieverstrekking is dat de varkenshouder al zijn varkens van de betreffende locatie afvoert. Ook dient de varkensmest te zijn verwijderd. Deze maatregelen dienen binnen acht maanden na subsidieverlening te zijn uitgevoerd.

    2. Vervallen van het varkensrecht

    De tweede voorwaarde is het laten doorhalen van het varkensrecht of een deel daarvan. Het definitief doorhalen van het varkensrecht gebeurt door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Door het varkensrecht volledig uit de markt te halen, wordt voorkomen dat op een andere locatie een varkenshouderij wordt gestart of vergroot. Anders zou daarmee in strijd met het gewenste doel van de Srv gehandeld worden. Het doorhalen van het varkensrecht dient binnen acht maanden na subsidieverlening te zijn gebeurd.

    Een varkenshouder die meerdere locaties heeft, moet het deel laten vervallen dat gerelateerd is aan het aantal varkens dat in 2018 gemiddeld gehouden is op de te sluiten locatie. Het te vervallen varkensrecht, uitgedrukt in varkenseenheden, moet minimaal 80% en maximaal 100% bedragen. Bij de subsidieaanvraag dient opgegeven te worden hoeveel varkenseenheden de varkenshouder wil laten vervallen. De varkenshouder moet dus in ieder geval 80% van het varkensrecht in eigendom hebben om aan dit vereiste te kunnen voldoen.

    3. Intrekken omgevingsvergunning

    De derde voorwaarde is het intrekken van de omgevingsvergunning voor de te sluiten locatie. De varkenshouder dient hiertoe binnen acht maanden na subsidieverlening een melding of verzoek te doen bij het bevoegd gezag.

    4. Verzoek tot wijziging bestemmingsplan

    Ook dient binnen acht maanden na subsidieverlening aan de vierde voorwaarde te zijn voldaan. Deze voorwaarde is het ingang zetten van de wijziging van het bestemmingsplan. Deze wijziging dient te zien op het niet langer bestemd zijn van de locatie voor enige vorm van intensieve veehouderij.

    Let op: de voorwaarde is dat de gemeente een verzoek van de varkenshouder om het bestemmingsplan te wijzigen in behandeling heeft genomen. Uitdrukkelijk niet dat de bestemming van de locatie al daadwerkelijk is gewijzigd.

    5. Contractuele verbintenis toekomstige intensieve veehouderijactiviteiten

    In mijn blog over de te sluiten overeenkomst met de Staat ben ik hier nader op ingegaan. De varkenshouder verbindt zich door het sluiten van de overeenkomst tot het niet meer mogen houden van varkens op de te sluiten locatie. Maar ook tot het niet mogen starten van een nieuwe varkenshouderij elders en het opleggen van een kettingbeding aan de nieuwe eigenaar van de locatie. Dit om te voorkomen dat de locatie alsnog gebruikt gaat worden voor intensieve veehouderij.

    6. Sloopverplichting

    De voor de varkenshouderij gebruikte gebouwen en bouwwerken op de te sluiten locatie moeten binnen veertien maanden na subsidieverlening zijn gesloopt. Daarnaast moet het sloopafval en het puin van de locatie binnen die termijn zijn afgevoerd. De sloopverplichting betreft het geheel van de gebruikte varkensstallen, mestkelders en voeder- en mestsilo’s.

    Zijn er zaken die verkocht en verwijderd kunnen worden, dan is dat toegestaan. De varkenshouder kan met de gemeente in gesprek over de precieze voorwaarden van de sloop, bijvoorbeeld als een andere ontwikkeling op de locatie gewenst is. Echter, de termijnen uit de Srv van acht en veertien maanden zijn hard.

    In de laatste blog van deze reeks wordt ingegaan op de afwijzingsgronden. Vragen? Neem dan contact met mij op.

    Blogreeks ‘Concept Subsidieregeling sanering varkenshouderijen’

    Dit is het vierde deel van deze reeks. De volgende onderwerpen zullen in de blogreeks aan bod komen: