blog

    Weeffout in meststoffenregelgeving?

    Paul HerderPublicatiedatum: 3 februari 2017Laatste update: 2 augustus 2019
    Weeffout in meststoffenregelgeving?

    De Meststoffenwet regelt op onder meer welke gronden meststoffen mogen worden aangebracht. Op landbouwgronden is het aanbrengen van meststoffen toegestaan mits die gronden in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik zijn. Ook op bosgronden is het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om meststoffen aan te brengen (en tellen die gronden mee voor de gebruiksruimte). Kort gezegd is het toegestaan om op gronden voor commerciële bosbouw mest aan te brengen en op de overige bosgronden niet. Commerciële bosgronden zijn volgens de uitvoeringsregeling Meststoffenwet enkel bosgronden waarvoor op grond van de Boswet vrijstelling is gekregen van de meldings- en herplantplicht. Per 1 januari 2017 is de Boswet echter vervallen. Hoe zit dat nu?

    De Boswet

    De Boswet heeft tot doel het areaal bos en houtopstanden te beschermen en te behouden. Bos mag daarom niet zomaar worden gekapt. Houtopstanden die onder de Boswet vallen, mogen alleen worden gekapt onder bepaalde voorwaarden. Allereerst moet de eigenaar de kap van te voren melden. Daarnaast dient de eigenaar van het bos ervoor te zorgen dat drie jaar na het kappen van het bos, hetzelfde areaal bos aanwezig is in de vorm van jonge beplanting. Door middel van deze ‘herplantplicht’ blijft het areaal bos in Nederland gelijk. Om te voorkomen dat ook aan te leggen productiebos onder de werking van de Boswet valt (en daarmee een herplantplicht heeft) bood de Boswet de mogelijkheid om vrijstelling aan te vragen van de meldings- en herplantplicht. Deze vrijstelling ziet enkel op bossen die binnen 40 jaar na aanplant geveld worden.

    Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

    Uit de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet volgt dat mest mag worden aangebracht op “grond met een houtopstand die valt onder de vrijstelling” als bedoeld in de ‘Regeling meldings- en herplantplicht’ van de Boswet. Op grond van de rechtspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven blijkt dat niet alleen moet zijn voldaan aan de voorwaarden van de vrijstelling, maar dat de vrijstelling ook daadwerkelijk moet zijn verleend. Per 1 januari 2017 is de Boswet vervallen en daarvoor in de plaats is de Wet natuurbescherming gekomen. In de Wet natuurbescherming zijn (onder meer) regels opgenomen voor de bescherming van houtopstanden. Die regels sluiten grotendeels aan bij het regime van de Boswet. Voor meer informatie over de wijzigingen verwijs ik je naar mijn eerdere blog: Boswet gaat op in de Wet natuurbescherming, wat verandert er?. De verwijzing in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet is echter niet aangepast. Kortom, verwezen wordt naar een regeling die is vervallen. De uitvoeringsregelingis dus niet aangepast op de nieuwe wetgeving. Op welke bosgronden mag nu mest worden aangebracht?

    Wat zijn de gevolgen?

    In ieder geval heeft de verkeerde verwijzing niet tot gevolg dat op alle bosgronden mest mag worden aangebracht. De meststoffenregelgeving gaat uit van een algeheel verbod op het aanbrengen van mest. Dit algehele verbod wordt enkel opgeheven in de gevallen die zijn aangegeven in de Meststoffenwet. Aangezien verwijzing in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet verwijst naar een niet meer bestaande regeling, ziet het er naar uit dat op gronden van productiebossen geen mest meer mag worden aangebracht. Die gronden tellen dus ook niet meer mee bij voor de gebruiksruimte.

    Wat nu?

    De wetgever is aan zet. De wetgever heeft in het overgangsrecht van de Wet natuurbescherming al geregeld dat vrijstellingen die onder de Boswet zijn verleend, blijven gelden. De weeffout in de meststoffenregelgeving kan dan ook eenvoudig worden hersteld door naar de vervangende bepaling in de Wet natuurbescherming (artikel 4.5, derde lid) te verwijzen. In mijn blogs blijf ik de ontwikkelingen op de voet volgen. Zo blijf je voortdurend op de hoogte.