blog

    Wei voor de koe: niet in de wet verankerd!

    Wei voor de koe: niet in de wet verankerd!

    Het kabinet is voorstander van weidegang voor koeien. Volgens staatssecretaris Van Dam zijn koeien in de wei onlosmakelijk verbonden met het Nederlandse landschap en de zuivelsector. Dat is een romantisch uitgangspunt. In de regelgeving ter regulering van de groei van melkveehouderijen (Wet verantwoorde groei melkveehouderij, de AMvB en het wetsvoorstel grondgebonden groei melkveehouderij en het aangekondigde stelsel van fosfaatrechten) wordt weidegang niet voorgeschreven. Een recht op weidegang voor koeien zal ook niet in de Wet dieren worden verankerd. Weidegang wordt dus niet wettelijk voorgeschreven. De staatssecretaris kiest voor een andere koers (brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer van 3 maart 2016).

    Weidegang wordt gestimuleerd, niet verplicht

    De staatssecretaris constateert dat een einde lijkt te zijn gekomen aan de dalende trend van weidegang. In 2014 was het aandeel weidegang: 69% weidende koeien. De ambitie van het kabinet is om dat in 2020 op 80% te hebben. Die ambitie is vertaald in een viertal maatregelen: (1) een financiële bijdrage voor deskundigheidsbevordering van melkveehouders, (2) een financiële bijdrage vanuit de nationale envelop (zie mijn blog van 3 februari 2016) , (3) fiscale regelingen en (4) het verzoek aan provincies om bijvoorbeeld kavelruil en het Plattelandsontwikkelingsplan in te zetten voor dit doel. Het kabinet gaat de effecten van deze maatregelen monitoren om te bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn. Tegelijkertijd stelt de staatssecretaris vast dat de zuivelindustrie weidegang ondersteunt met een premie op melk afkomstig van bedrijven met weidegang. Met de sector zijn er diverse afspraken gemaakt om weidegang te bevorderen, waarbij er bijzondere aandacht is voor onderwijs en het op de markt brengen van producten met weidemelkgarantie.

    Gemeentelijke sturing?

    De stimulans die uit de maatregelen van de staatssecretaris voortvloeit om te kiezen voor weidegang, zou bij een wettelijk verbod niet langer op zijn plaats zijn. De noodzaak daartoe valt dan immers weg. Daar staat wel tegenover dat de regeldruk toeneemt en controle noodzakelijk wordt. Dat maakt de keuze van de staatssecretaris begrijpelijk. En dat verklaart ook waarom de staatssecretaris niet de gemeenten aanspreekt. In bestemmingsplannen zouden de gemeenten namelijk ook sturing kunnen geven aan weidegang. Een voorbeeld: de gemeenteraad van Sluis-Aardenburg (inmiddels gemeente Sluis) stelde al in 2001 een bestemmingsplan vast dat in de begripsbepaling van grondgebonden bedrijven ten aanzien van veeteeltbedrijven weidegang een essentieel onderdeel noemde. Die bestemmingsplanregeling kon de toets der kritiek doorstaan (Raad van State 8 januari 2003 met zaaknummer: 200201672/1). Werkt stimuleren beter dan voorschrijven? Deze vraag kan voor het onderwerp weidegang in 2020 worden beantwoord. Ik denk dat het financieel resultaat de doorslag gaat geven.