blog

    Weiden van vee, stikstof en bestemmingsplan

    Weiden van vee, stikstof en bestemmingsplan

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft reeds eerder geoordeeld dat het weiden van vee door een melkveehouderij onlosmakelijk samenhangt met de oprichting, uitbreiding of exploitatie van de stallen waarin het melkvee wordt gehouden.

    Dat betekent volgens de Afdeling dat de gevolgen van het weiden van vee bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet worden beoordeeld, als dat bestemmingsplan voorziet in de (nieuw)vestiging of uitbreiding van een melkveehouderij waarin het weiden van het melkvee onderdeel uitmaakt van de bedrijfsvoering. Ik verwijs naar de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3417 (Buitengebied Halderberge, TvAR 2019/8008 met noot Paul Bodden).

    Recent, namelijk in de uitspraak van 9 september 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2170 (Buitengebied Rucphen), heeft de Afdeling dit oordeel herhaald en hieraan enkele voor de praktijk interessante overwegingen toegevoegd.

    Eén-op-één inpassen

    Eén van deze overwegingen gaat over het zogenoemde ‘één-op-één inpassen’. Indien voor een ontwikkeling een natuurvergunning is verkregen en onherroepelijk is geworden, dan kan deze één-op-één worden ingepast in een bestemmingsplan. De wettelijke basis voor hiervoor is artikel 2.8, tweede lid van de Wet natuurbescherming.

    Het bestemmingsplan mag niet méér mogelijk maken dan hetgeen door de natuurvergunning is toegestaan. Zie hierover nader: ‘De brede blik van Bruil op het agrarisch omgevingsrecht’, Paul Bodden, TvAR 2020, nr. 7/8, p. 477.

    Heeft de natuurvergunning ook betrekking op het weiden van vee?

    In de hierboven opgenomen uitspraak overweegt de Afdeling dat er lange tijd van uit is gegaan dat voor het weiden van vee geen natuurvergunning nodig was.

    Toen vervolgens naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 4 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:316) duidelijk werd dat het weiden van vee wel vergunningplichtig was, volgde een uitzondering van de vergunningplicht in de provinciale verordeningen. Pas op 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1604) stak de Afdeling een stokje voor deze uitzondering. Daarom acht de Afdeling het waarschijnlijk dat een natuurvergunning, die betrekking heeft op een uitbreiding van een melkveehouderij met een stalsysteem dat het weiden van vee impliceert, niet ziet op het weiden als zodanig en derhalve niet passend is beoordeeld als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming.

    In het voorliggende geval had de gemeenteraad geen onderzoek gedaan naar de effecten van de depositie als gevolg van het weiden, waardoor het bestemmingsplan (deels) de eindstreep niet haalt. Een belangrijk voorbeeld voor de praktijk, omdat zo’n onderzoek tot op heden in de meeste gevallen niet wordt gedaan.

    Heb je nog vragen? Neem dan gerust contact met mij op.

    Blogreeks ‘Stikstof’

     Meer weten over stikstof? Lees dan de recente blogreeks terug. Daarbij zijn de volgende onderwerpen aan bod gekomen: