blog

    Wet natuurbescherming in 2016 een feit: voortaan omgevingsvergunning met verklaring van geen bedenkingen voor natuurtoets

    Renske van DreumelPublicatiedatum: 8 januari 2016
    Wet natuurbescherming in 2016 een feit: voortaan omgevingsvergunning met verklaring van geen bedenkingen voor natuurtoets

    Op dinsdag 15 december 2015 stemde een meerderheid van de Eerste Kamer voor de nieuwe Wet Natuurbescherming. Hiermee is de laatste stap gezet om de nieuwe Wet Natuurbescherming in 2016 in werking te laten treden. Op 1 juli 2015 had de Tweede Kamer de wet al aangenomen. Wanneer de Wet natuurbescherming in werking treedt is nog niet bekend. De verwachting is medio 2016.. De Wet natuurbescherming vervangt de huidige Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet. Zo bevat de wet bepalingen over de jacht, over houtopstanden en verandert de verlening van een Natuurbeschermingswetvergunning (Nbw-vergunning). Of wellicht beter: omgevingsvergunning? Het loskoppelen van de Nbw-vergunning en omgevingsvergunning is namelijk na inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming in 2016 niet meer mogelijk. Ik doe dit hieronder uit de doeken.

    “Loskoppelen” van omgevingsvergunning niet meer mogelijk

    Voor bedrijven die vergunningplichtig zijn op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), vervalt de mogelijkheid om een afzonderlijke Nbw-vergunning aan te vragen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat naast een Nbw-vergunning ook een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nodig is (voor het houden van meer dieren bijvoorbeeld) of voor de activiteit bouwen (voor de bouw van een nieuwe stal). Nu is het nog mogelijk om eerst een afzonderlijke Nbw-vergunning aan te vragen. In dat geval haakt de Nbw-vergunning niet aan bij de omgevingsvergunning en doorloopt dus een aparte procedure. Onder het regime van de Wet natuurbescherming is dit niet meer mogelijk. Een “losse” Nbw-vergunning kan alleen nog worden aangevraagd als niet tevens een omgevingsvergunning nodig is.

    Hoe wordt dit geregeld?

    In de Wabo komt er een omgevingsvergunningplichtige activiteit bij. In artikel 2.1 lid 1 onder j Wabo wordt, kortweg, de activiteit met effecten op een Natura 2000-gebied toegevoegd als omgevingsvergunningplichtige activiteit. De gemeente is het bevoegde gezag voor vergunningverlening en handhaving, maar de natuurtoets blijft de provincie

    uitvoeren. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning moeten de gemeenten onderkennen dat een natuurtoets is vereist. Bovendien moeten zij bij handhaving in staat zijn vast te stellen of al dan niet sprake is van strijdigheid met voorwaarden die uit een oogpunt van natuurbescherming aan de omgevingsvergunning zijn verbonden. Dat is nu overigens ook al zo, wanneer de aanvrager ervoor kiest de natuurtoets onderdeel te laten zijn van de vergunningaanvraag. En dat wordt straks nog (veel) belangrijker als de natuurtoets een verplicht onderdeel wordt van de omgevingsvergunningaanvraag  (TK, 2014-2015, 33 348, nr.9, pagina 30-31). Aan de kennis en deskundigheid bij gemeenten zullen dus hogere eisen worden gesteld.

    De provincies blijven via een verklaring van geen bedenkingen, die de gemeenten bij de provincies aanvragen, bevoegd ten aanzien van de inhoudelijke beoordeling van de natuurtoets. Voor projecten met mogelijke significante effecten voor Natura 2000-gebieden moeten de provincies eerst een verklaring van geen bedenkingen afgeven, voordat de gemeenten de omgevingsvergunning kunnen verlenen  (voor andere handelingen dan projecten is eerst een advies van de provincie nodig in plaats van een verklaring van geen bedenkingen). Op grond van artikel 2.27 van de Wabo worden in het Besluit omgevingsrecht (Bor) de activiteiten aangewezen waarvoor een verklaring van geen bedenkingen is vereist (TK, 2011–2012, 33 348, nr. 3, pagina 122). De natuurtoets is op dit moment nog niet in het Bor opgenomen als activiteit waarvoor een verklaring van geen bedenkingen van de provincie is vereist. Dat dient dus nog te gebeuren.

    Welke provincie bevoegd?

    De Wet natuurbescherming brengt ook wijziging in de bevoegdheidsregeling van provincies. Simpelweg is voortaan de provincie bevoegd waar het bedrijf is gevestigd (waar het project wordt uitgevoerd). Er is steeds maar één provincie bevoegd.