blog

    Wet werk en zekerheid: gevolgen voor bedrijven met seizoenarbeiders

    Paul Bodden
    Paul BoddenPublicatiedatum: 13 mei 2015

    Op 1 juli 2015 treedt de Wet werk en zekerheid (WWZ) in werking. Voor agrarische bedrijven heeft deze wettelijke regeling de nodige gevolgen. De werkgever moet gaan aanzeggen en mogelijk een transitievergoeding betalen, ook al eindigt een arbeidscontract van rechtswege. Door de verplichte ontslagroute en de komst van hoger beroep en cassatie wordt het er voor de ondernemer niet sneller en goedkoper op.  Voor bedrijven die (veel) werken met seizoenarbeiders zit er nog een extra addertje onder het gras.

    Op 1 juli verandert de zogenoemde ketenregeling waarin wordt bepaald wanneer elkaar opvolgende tijdelijke contracten overgaan in een vast contract. Vanaf 1 juli ontstaat er al een contract voor onbepaalde tijd na 2 jaar in plaats van na de huidige 3 jaar. De minimale tussenpoos om een medewerker opnieuw te kunnen laten starten wordt verdubbeld naar 6 maanden. Er ontstaat dus al snel een contract voor onbepaalde tijd. Bedrijven in seizoens- en oogstwerk zitten daar niet op te wachten. Een ander voorbeeld is de ontslagvergoeding. Vanaf 1 juli hebben alle werknemers in beginsel recht op een transitievergoeding als zij ten minste 2 jaar in dienst zijn geweest en als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd of niet wordt voortgezet.  Bij het berekenen van de hoogte van deze vergoeding worden alle contracten (uit het verleden) die niet meer dan 6 maanden zijn onderbroken bij elkaar opgeteld alsof het één dienstverband is. Dit leidt tot opmerkelijke en zeer ongewenste uitkomsten bij seizoenswerk waar immers veelvuldig (net) geen 6 maanden tussen de verschillende contracten heeft gezeten. Hoewel deze ‘terugwerkende kracht’ van de transitievergoeding voor tijdelijk werk onlangs is beperkt tot dienstverbanden vanaf 1 juli 2012, dienen bedrijven die (veel) werken met seizoenarbeiders zich hiervan bewust te zijn om vervelende verrassingen te voorkomen.