blog

    Zure zaak: subsidie teruggevorderd

    Peter Goumans
    Peter GoumansPublicatiedatum: 25 september 2015
    Zure zaak: subsidie teruggevorderd

    Subsidies zijn voor de overheid vaak een belangrijk middel om maatschappelijk gewenste ontwikkelingen te stimuleren. Om de inzet van geldelijke middelen maximaal te laten renderen worden aan de toekenning van subsidies verplichtingen verbonden. Aan het besluit tot verlening van een subsidie wordt regelmatig de voorwaarde verbonden een subsidieovereenkomst te ondertekenen. Als subsidieverplichtingen niet strikt worden nagekomen, kan dat ingrijpende gevolgen hebben. Dat heeft een glastuinder ervaren die van gedeputeerde staten van Noord-Brabant subsidie ontving voor sanering van zijn glastuinbouwbedrijf. Wat ging er mis?

    Doel subsidieverlening niet bereikt: terugvordering

    De glastuinder deed een aanvraag om subsidie op grond van de Subsidieregeling sanering glastuinbouwbedrijven in kwetsbare gebieden. Gedeputeerde staten kenden daarop de glastuinder een subsidiebedrag toe van bijna € 1.000.000,00. De glastuinder sloopte vervolgens zijn kassen. De vrijgekomen grond werd verkocht aan een buurbedrijf. Dat bedrijf vroeg het gemeentebestuur vervolgens om een omgevingsvergunning voor een kweekkas. Omdat het bestemmingsplan (nog) niet was gewijzigd werd de gevraagde vergunning verleend. In het subsidiebesluit en de subsidieovereenkomst was vastgelegd dat na sloop geen nieuwe bebouwing zou mogen worden opgericht. Omdat niet aan deze subsidieverplichting werd voldaan trokken gedeputeerde staten de verleende subsidie aanvankelijk geheel in. Uiteindelijk stelden gedeputeerde staten dat bij. Omdat slechts 1/3e van het vrijgekomen perceel was bebouwd en alsnog in een bestemmingsplan werd geborgd dat het resterende deel onbebouwd moet blijven, oordeelden gedeputeerde staten dat de toegekende subsidie voor – slechts- 1/3e deel diende te worden terugbetaald.

    In beroep

    Met de terugvordering van ruim € 300.000,00 aan subsidie kon de glastuinder zich niet verenigen. De kwestie werd door hem aan de Raad van State voorgelegd. Hij wees er op dat hij met de koper had besproken dat de vrijgekomen grond onbebouwd moest blijven. Daar was de prijs ook naar. Dat de koper zich niet aan de afspraken hield, mocht hem niet worden aangerekend.

    Raad van State: subsidieverplichtingen glashelder

    Op 23 september 2015 deed de Raad van State uitspraak op het beroep van de glastuinder. In weinig woorden veegt de Raad van State het beroep van tafel. De Raad van State neemt tot uitgangspunt dat het subsidiebesluit en de subsidieovereenkomst bepalen dat na de sloop de grond vrij diende te worden gehouden van bebouwing, medewerking moet worden verleend aan een bestemmingswijziging en bij verkoop deze verplichtingen aan de koper moeten worden overgedragen. De glastuinder was zich daarvan bewust en had dit ook met de koper besproken. Hij had dat echter niet in de koopovereenkomst – bijvoorbeeld via een kettingbeding – laten opnemen. Dat komt de glastuinder duur te staan. De Raad van State verwerpt het beroep. Gevolg is dat de glastuinder meer dan € 300.000,00 aan subsidie aan de provincie Noord-Brabant moet terugbetalen.

    Twee wijze lessen

    Een klein foutje heeft in dit geval grote gevolgen. Uit deze zaak zijn twee wijze lessen te trekken. 1. Subsidieverplichtingen dienen zorgvuldig te worden uitgevoerd en nageleefd. Gebeurt dat niet dan ligt het risico van terugvordering op de loer. 2. Als ter uitvoering van subsidieverplichtingen afspraken met een derde worden gemaakt, leg die dan zorgvuldig en bewijsbaar vast. Vertrouwen is goed, maar een schriftelijke overeenkomst is beter. Of eigenlijk: strikt noodzakelijk