blog

    Bedrijfsopvolging binnen de familie: is sprake van een schenking?

    Bedrijfsopvolging binnen de familie: is sprake van een schenking?

    De overdracht van een familiebedrijf van ouders op één van hun kinderen leidt bij overlijden van de laatste ouder regelmatig tot discussie tussen deze erfgenaam en zijn broers en/of zussen. Was de koopsom wel marktconform? Is er geen sprake van bevoordeling van dat kind ten opzichte van andere kinderen uit het gezin? Wat betekent dit voor zijn erfdeel en dat van de andere kinderen? Duidelijke vastlegging door ouders van bedoeling en wensen bij of na de bedrijfsoverdracht voorkomt discussie daarover. Dat bewijst de recente uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 23 februari 2016.

    Casus: Vader en moeder dragen bedrijf over aan zoon

    Vader en moeder met een zoon en twee dochters hadden een kledingwinkel die was ondergebracht in een B.V. De kledingwinkel was gevestigd in twee panden van vader en moeder die ze verhuurden aan de B.V.  Hun zoon werkte mee in het bedrijf.
    Eind jaren ’90 dragen de ouders de aandelen van de B.V. over aan hun zoon. Wel bleven ze eigenaar van de panden die de B.V. bleef huren.
    In 2008 stelden de ouders in aanvulling op hun testament een verklaring op waarin stond dat hun dochters benadeeld waren bij de overdracht van de aandelen aan hun zoon. Volgens hen was de koopprijs van de aandelen en de huur die de B.V. aan hen moest betalen niet marktconform (geweest). Als reden noemden de ouders de wens om hun zoon niet met hoge kosten op te zadelen. De bevoordeling kwam uit op meer dan € 700.000,–. De ouders verklaarden dat ze wilden dat die bevoordeling op enig moment rechtgetrokken zou worden richting hun twee dochters.

    Geschil: Is sprake van bevoordeling van de zoon?

    Bij het overlijden van de laatste ouder stelden de dochters dat de bevoordeling van de zoon moest worden meegenomen bij de afwikkeling van de nalatenschap door die in mindering te brengen op zijn erfdeel. De zoon wilde dat (natuurlijk) niet en de kwestie werd uiteindelijk voorgelegd aan het gerechtshof te Amsterdam. Zijn belangrijkste stelling was dat aan de voorwaarden van een schenking niet was voldaan omdat een schenkingsovereenkomst ontbrak terwijl die volgens de wet wel vereist is (artikel 7:175 BW). Zijn ouders hadden volgens de zoon geen schenkingsaanbod gedaan dat hij had aanvaard. Daarnaast stelde hij dat niet hij maar de B.V. het voordeel van de lagere huur had genoten zodat hij niet is verrijkt.

    Uitspraak Hof Amsterdam:  schenkingsovereenkomst niet nodig

    Het gerechtshof Amsterdam stelt op 23 februari 2016 dat een schenkingsovereenkomst niet is nodig voor bevoordeling.
    Het hof verwijst naar artikel 7:186 lid 2 BW waarin is bepaald dat als gift wordt aangemerkt iedere handeling die ertoe strekt dat degene die de handeling verricht een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt. Voor een schenking/bevoordeling is volgens het gerechtshof doorslaggevend dat is komen vast te staan dat de zoon is bevoordeeld en dat de ouders ook de bedoeling hadden om hem te bevoordelen. Dat bleek heel duidelijk uit de verklaring bij hun testament en de berekening van de bevoordeling. Een overeenkomst tussen de ouders en de zoon was niet vereist volgens het hof.

    Het hof oordeelt verder dat de B.V met de toekenning van een korting op de huurprijs lagere bedrijfskosten heeft en zodoende in de gelegenheid is gesteld een hogere winst te behalen. Dat komt de zoon ten goede nu de zoon directeur-grootaandeelhouder is van de B.V. en daarmee is de bevoordeling van de zoon gegeven.
    Het gevolg was dat de zoon niets meer uit de nalatenschap kreeg omdat zijn bevoordeling hoger was dan het door zijn ouders aan hem toegekende wettelijk erfdeel.

    Commentaar

    Dat geen schenkingsovereenkomst nodig is voor het vaststellen van een bevoordeling is in lijn met andere uitspraken. Het gaat om de bevoordelingsbedoeling van de schenker en verrijking van de begiftigde.
    Deze uitspraak is echter bijzonder vanwege de verklaring die de ouders (zij het jaren later) hadden opgesteld met daarin vermeld hun bevoordelingsbedoeling en de berekening van de bevoordeling. Daarmee was het bewijs van de bevoordeling en de bevoordelingsbedoeling geleverd.
    Als deze verklaring er niet was geweest was het voor de zussen veel lastiger zo niet onmogelijk geweest om de bevoordeling en bevoordelingsbedoeling van hun ouders te bewijzen.

    Een lagere prijs is niet altijd een schenking

    Die bewijslevering is bij bedrijfsoverdracht van ouders naar het kind namelijk vaak het probleem. Het feit dat de prijs die bij de bedrijfsopvolging wordt bedongen, lager is dan de prijs die een derde zou betalen, is niet meteen een schenking. Veel ouders vinden het namelijk belangrijk dat het bedrijf wordt voortgezet door één van hun kinderen en accepteren dan vaak een lagere prijs als dat nodig is voor het kunnen voortzetten van het bedrijf door hun kind. Ook vinden ouders het niet altijd vanzelfsprekend om de andere kinderen daarvoor te compenseren via hun erfdelen. Met name als de ouders de bedrijfsoverdracht niet met de andere kinderen bespreken, leidt dat vaak tot scheve gezichten en ruzies over de afwikkeling van de nalatenschap.
    De ouders in deze casus hebben met hun duidelijke verklaring in ieder geval bereikt dat hun drie kinderen na hun overlijden gelijk worden behandeld. Nog beter was geweest als ze dat meteen bij de bedrijfsoverdracht met de zoon en hun dochters hadden besproken. Dat had mogelijk deze procedure voorkomen.