blog

    Belangrijke uitspraak Hoge Raad ongunstig voor betaler kinderalimentatie

    Anouk van Dijk
    Anouk van DijkPublicatiedatum: 12 oktober 2015
    Belangrijke uitspraak Hoge Raad ongunstig voor betaler kinderalimentatie

    Het onderwerp kinderalimentatie staat veel in de belangstelling en de berekening daarvan blijft ingewikkeld ondanks richtlijnen van de landelijke Expertgroep Alimentatienormen. Door de invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen op 1 januari 2015 is binnen de rechtspraak een hevige discussie ontstaan of het verhoogde kindgebondenbudget in mindering moet komen op de kosten van de kinderen óf inkomen van de ontvangende ouder is. Deze keuze maakt financieel nogal wat uit. De Hoge Raad heeft zich hierover op 9 oktober jl. uitgesproken en daarmee is de discussie beëindigd. Deze duidelijkheid is goed maar de uitkomst is in veel gevallen nadelig voor de betalers van kinderalimentatie.

    Toepassing kindgebondenbudget & alleenstaande ouderkop

    Op 1 januari 2015 is het fiscaal voordeel voor de ouder die kinderalimentatie betaalt, afgeschaft, evenals enkele heffingskortingen voor alleenstaande ouders. Als compensatie is het kindgebondenbudget voor alleenstaande ouders verhoogd met de zogenoemde “alleenstaande ouderkop”. Hoe daarmee om te gaan bij het berekenen van kinderalimentatie?

    De Expertgroep Alimentatienormen adviseerde om het kindgebondenbudget én de alleenstaande ouderkop in mindering te brengen op de kosten van de kinderen. In het dan resterende bedrag (het eigen aandeel van de ouders in de kosten van de kinderen) moeten beide ouders naar rato van hun draagkracht voorzien. Gevolg van dit advies was dat het kindgebondenbudget met de alleenstaande ouderkop in veel gevallen voldoende was om alle kosten van de kinderen te dekken. De ouders hoefden dan zelf geen bijdrage meer te leveren, ook niet als zij daartoe wél draagkracht hadden. Dit leidde tot een stroom van verlagingsverzoeken van kinderalimentatie. Het effect van het advies was dat de overheid feitelijk betaalde voor de kosten van de kinderen, in plaats van de ouders.

    Verdeeldheid binnen de rechtspraak

    Was deze uitwerking van de wet acceptabel en bedoeld? De Expertgroep vond van wel en zocht daarbij aansluiting bij de toelichting van de minister bij de totstandkoming van de Wet Hervorming Kindregelingen. In latere uitlatingen meldde de minister overigens dat zijn eerdere toelichting verkeerd begrepen was en hij leek daarmee niet zonder meer achter het standpunt van de Expertgroep te staan.

    De rechtspraak was verdeeld en niet altijd bereid om de richtlijn van de Expertgroep te volgen, wat op zich al erg ongebruikelijk is. Vooral het feit dat draagkrachtige ouders niets of niet veel meer hoefden te betalen aan kosten van de kinderen vonden enkele rechtbanken een niet bedoeld gevolg van de nieuwe wet. Met name de Rechtbank Den Haag was stellig in haar standpunt en week af van de richtlijn. Andere rechters volgden het advies van de Expertgroep wel. De wisselende standpunten van de rechtbanken leidden tot een naar mijn mening ongewenste rechtsongelijkheid en rechtsonzekerheid waar snel een einde moest komen.

    Standpunt Hoge Raad

    Het Gerechtshof Den Haag nam afgelopen zomer in een zaak de gelegenheid te baat door prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen over de wijze van behandeling van het kindgebondenbudget en de alleenstaande ouderkop bij het berekenen van kinderalimentatie. Op 9 oktober jl. heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan die afwijkt van het advies van de Expertgroep.

    Het antwoord van de Hoge Raad is duidelijk: Het kindgebondenbudget is inkomen en moet worden meegeteld in de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebondenbudget ontvangt. Het kindgebondenbudget en de alleenstaande ouderkop mag dus niet op de kosten van het kind in mindering worden gebracht. De Hoge Raad vindt dat het aan de ouders is om in de kosten van de kinderen te voorzien en met het kindgebondenbudget en de alleenstaande ouderkop is volgens de Hoge Raad slechts beoogd de verzorgende ouder inkomensondersteuning te bieden. Niet de overheid, maar de ouders moeten voor de kosten van hun kinderen betalen, lijkt de Hoge Raad te zeggen. Dat is naar mijn mening een begrijpelijk standpunt.

    Conclusie

    De uitspraak van de Hoge Raad geeft gelukkig duidelijkheid en maakt een einde aan een slepende discussie in alimentatieland. Deze uitkomst is (vanuit financieel oogpunt) nadelig voor de betalers van kinderalimentatie die voldoende draagkracht hebben, omdat zij nu voor een hoger bedrag in de kosten van de kinderen moeten bijdragen.

    Ik verwacht dat alle rechterlijke instanties deze uitspraak van de Hoge Raad zullen volgen en dat de Expertgroep Alimentatienormen haar advies zal aanpassen aan de uitspraak van de Hoge Raad. Het is goed dat de bestaande rechtsonzekerheid is beëindigd. Ik vrees echter dat deze uitspraak (wederom) leidt tot een groot aantal wijzigingsverzoeken in kinderalimentatiezaken waarin het afgelopen jaar conform het oorspronkelijke advies van de Expertgroep is besloten.