Betaling in de vorm van (handels)goederen? Niet doen!

Betaling in de vorm van (handels)goederen? Niet doen!

Thema's: Faillissementen & Surseances van betaling, Ondernemer

21 december 2017

In de praktijk komt het regelmatig voor dat een onderneming in financiële moeilijkheden (handels)goederen weggeeft aan haar schuldeisers, omdat er geen geld meer is om hun vorderingen te voldoen. Deze “inbetalinggeving” is geregeld in artikel 6:45 van het Burgerlijk Wetboek. Vanuit de zijde van de schuldeiser lijkt het accepteren van een inbetalinggeving aantrekkelijk: er wordt immers toch nog iets van waarde verkregen. Deze wijze van betaling brengt echter risico’s met zich mee.

Faillissement van de onderneming

Indien een onderneming niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen, is een faillissement vaak onvermijdelijk. Er zal een curator worden aangesteld, die het bestuur en beheer van de onderneming overneemt. De curator heeft als taak het vermogen van de failliete onderneming te gelde te maken en uit te keren aan de schuldeisers, overeenkomstig hun rang zoals in de wet bepaald.

Aan de curator zijn een aantal speciale bevoegdheden toegekend. Een belangrijke bevoegdheid is dat de curator rechtshandelingen die benadeling van de schuldeisers tot gevolg hebben kan vernietigen, de zogenaamde “Actio Pauliana”.

Verplicht of onverplicht?

De voldoening van een (opeisbare) geldvordering, is een verplichte rechtshandeling en kan door de curator slechts in twee gevallen worden aangetast.

  1. Degene die de betaling ontving wist dat het faillissement reeds was aangevraagd; of
  2. er is sprake van samenspanning tussen schuldeiser en schuldenaar, met als doel de overige schuldeisers te benadelen.

Inbetalinggeving wordt echter aangemerkt als een onverplichte rechtshandeling. Onverplichte rechtshandelingen kunnen door de curator vernietigd worden als men wist of behoorde te weten dat de (overige) schuldeisers benadeeld zouden worden. In het geval van inbetalinggeving vanwege financiële problemen is dat per definitie het geval, de onderneming zal immers niet genoeg (handels)goederen hebben om alle schuldeisers te voldoen. Heeft de inbetalinggeving plaatsgevonden in het jaar voorafgaand aan het faillissement, dan staat de wetenschap van benadeling rechtens in beginsel vast.

Accepteer daarom geen betaling anders dan in geld. Vraag uw schuldenaar liever de goederen te verkopen en met die opbrengst (een gedeelte van) uw vordering te voldoen. In dat geval is de betaling een verplichte rechtshandeling die niet eenvoudig vernietigd kan worden.

Wenst u hierover nader geïnformeerd te worden, dan kunt u contact opnemen met Anne Marie Weersink.

Aanleiding tot deze blog is een recent gepubliceerde uitspraak van de Rechtbank Den Haag, waarbij sprake was van inbetalinggeving van voertuigen. De rechtbank oordeelde dat de vernietiging door de curator geen effect had, omdat sprake was van een verplichte rechtshandeling. Deze uitspraak is in strijd met het geldende recht en zal in hoger beroep waarschijnlijk geen stand houden.