Bom onder uitvoerbaar bij voorraadverklaring?

Bom onder uitvoerbaar bij voorraadverklaring?

Blog thema: Incasso & beslaglegging

20 juni 2016

Wie moet procederen om zijn of haar geld te krijgen, wil de betaling ook kunnen afdwingen. Als een vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, kan het vonnis ten uitvoer worden gelegd en kan betaling worden afgedwongen. Het is dan niet van belang dat het vonnis in hoger beroep alsnog vernietigd kan worden. Een recente uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch legt hier nu een bom onder. Heeft de uitvoerbaar bij voorraadverklaring nog wel waarde?

Wat was er aan de hand?

In februari 2011 oordeelde de rechtbank Maastricht in een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis dat de gedaagde partij een bedrag van 1 miljoen euro aan de eiser moest betalen. Aangezien de gedaagde niet aan dit vonnis voldeed, werd het vonnis door de eiser ten uitvoer gelegd (“geëxecuteerd”). Op grond van het vonnis werd vervolgens een weiland, dat eigendom was van gedaagde, geveild en verkocht aan een veilingkoper.

De gedaagde partij ging in hoger beroep en werd uiteindelijk in juli 2013 door het gerechtshof in het gelijk gesteld. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de vordering van 1 miljoen euro werd alsnog afgewezen. Ondertussen was echter wel al het weiland geveild en in eigendom overgedragen aan de veilingkoper.

Was de veilingkoper eigenaar van het weiland geworden?

Dit was de vraag die centraal stond in een nieuwe procedure tussen de (voormalig) eigenaar van het weiland en de veilingkoper. Nadat de rechtbank had beslist dat de veilingkoper “gewoon” eigenaar was geworden omdat de veiling, op het moment dat deze plaats vond, legitiem was, oordeelt het gerechtshof anders. Volgens het gerechtshof wordt een vernietigd vonnis geacht nooit te zijn gewezen en betekent dit dat de veilingverkoper, achteraf bezien, niet bevoegd was om het weiland te veilen en de eigendom over te dragen. Het gerechtshof concludeert dat de “voormalige” eigenaar hierdoor altijd eigenaar is gebleven van het weiland en dat de veilingkoper geen eigenaar van het weiland is geworden. ECLI:NL:GHSHE:2016:1933

Onwenselijke gevolgen

Voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken kan deze uitspraak grote, onwenselijke, gevolgen hebben. Een schuldenaar kan namelijk, door in hoger beroep en eventueel later in cassatie te gaan, ervoor zorgen dat het vele jaren kan duren voordat een vonnis onherroepelijk is. Als de schuldenaar in die periode weigert om aan een veroordeling te voldoen, kan een schuldeiser grote problemen hebben om een vonnis ten uitvoer te leggen. Welke veilingkoper wil immers nog onroerend goed kopen zonder te weten of hij echt eigenaar wordt? Wordt de uitspraak immers vernietigd dan kan het zomaar zijn dat het onroerend goed nooit zijn eigendom is geworden. De veilingkoper moet vervolgens maar zien of en hoe hij zijn geld terugkrijgt.

Deze uitspraak zal ook gelden voor roerende zaken. En wat valt te denken van een executoriaal beslag op een banksaldo? Mag de bank of de deurwaarder het beslagen saldo wel zomaar uitkeren aan een beslaglegger op grond van een vonnis dat nog niet onherroepelijk is en zonder dat zekerheid wordt gesteld voor de terugbetaling?

Wetgever aan zet

Wat mij betreft is dan ook de wetgever aan zet. Die zal moeten bepalen welk belang het zwaarste weegt: het belang van de schuldenaar die nog in beroep kan gaan tegen een voor hem negatief vonnis of het belang van de schuldeiser om direct zijn vordering te kunnen incasseren. Zolang de wetgever geen duidelijkheid geeft, is het maar de vraag wat een uitvoerbaar bij voorraadverklaring in de praktijk nog waard is.