blog

    Buitensporig hoge bonussen en de nieuwe claw back-regeling

    Ton HendriksPublicatiedatum: 14 januari 2014Laatste update: 31 juli 2019

    Met ingang van 1 januari 2014 kunnen excessieve bonussen voor (ex-)bestuurders van naamloze vennootschappen en financiële ondernemingen worden aangepast of zelfs worden teruggevorderd op grond van de nieuwe claw back-regeling. Met deze regelgeving zet de overheid een volgende stap in de strijd tegen het toekennen van buitensporig hoge bonussen aan (vertrekkende) topbestuurders.

    Juridisch kader

    De claw back-regeling geldt voor bestuurders van NV’s en van financiële ondernemingen, zoals banken, verzekeraars en beleggingsinstellingen. De regeling, die is toegevoegd aan artikel 2:135 BW, houdt onder meer in dat Raden van Commissarissen de hoogte van een bonus kunnen aanpassen tot een passende hoogte, indien uitkering van de bonus naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Deze regeling ziet op bestaande en toekomstige bonustoezeggingen. Daarnaast geeft de nieuwe wet de genoemde vennootschappen de bevoegdheid om een bonus geheel of gedeeltelijk terug te vorderen voor zover de uitkering heeft plaatsgevonden op basis van onjuiste informatie over het bereiken van de aan de bonus ten grondslag liggende doelen of over de omstandigheden waarvan de bonus afhankelijk was gesteld. In overnamesituaties worden ten slotte de aan bestuurders als bezoldiging toegekende (certificaten van) aandelen en optierechten en vergelijkbare rechten verrekend met de bezoldiging van die bestuurders.

    De claw back-regeling in de praktijk

    Met de nieuwe claw back-regeling wordt met name een meer duidelijk wettelijk kader gegeven, waarmee de Raden van Commissarissen houvast wordt geboden in het geval zij wensen op te treden tegen overeengekomen en/of toegekende bonussen van excessieve hoogte. Helemaal nieuw zijn deze bevoegdheden echter niet. Ook voor 1 januari 2014 kon een onderneming namelijk een bonusafspraak wijzigen indien uitkering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was of een bonus terugvorderen indien deze onverschuldigd was betaald. De lat daarvoor lag en ligt echter erg hoog en dit zal met de claw back-regeling niet anders zijn. Of de claw back-regeling derhalve een verruiming biedt aan ons wettelijke bestel en of deze wetgeving daadwerkelijk bijdraagt aan de bestrijding van excessieve bonussen voor topbestuurders in de private sector, zoals de overheid voor ogen heeft, is daarom zeer twijfelachtig. De vraag dient zich dan ook aan of we in plaats van ‘claw back’ wellicht beter kunnen spreken van ‘tandeloze tijger’. De tijd zal het leren.