blog

    De DGA, zijn salaris en zijn alimentatieplicht

    Helmy Schellens
    Helmy SchellensPublicatiedatum: 12 maart 2014

    Het resultaat van veel ondernemingen staat onder druk. Er zijn veel gescheiden DGA’s die alimentatie betalen. Kan/mag een DGA zijn salaris verlagen zodat hij minder alimentatie behoeft te betalen? En in hoeverre moet een DGA interen op zijn vermogen in zijn B.V. om de alimentatie te betalen?

    De laatste twee gepubliceerde uitspraken die deze materie behandelen dateren van vorig jaar en zijn afkomstig van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en van het gerechtshof Amsterdam. Ze maken duidelijk dat een salarisverlaging van de DGA niet snel wordt geaccepteerd. (Hof Arnhem 27 juni 2013 gepubliceerd 30 juli 2013 ECLI:NL:GHARL:2013:4569 en Hof Amsterdam 11 juni 2013 gepubliceerd 12-08-2013 ECLI:NL:GHAMS:2013:2435).

    Nader bekeken

    Een DGA heeft in zijn eigen B.V. de zeggenschap om zijn eigen salaris te bepalen. Dat is de reden waarom rechters bij het vaststellen van alimentatie kritisch zijn bij de beoordeling van de juistheid van het DGA salaris. Het salaris moet in overeenstemming zijn met de functie, het resultaat en het vermogen van de onderneming. Is dat niet het geval dan wordt met een fictief salaris of met uitkeerbaar dividend rekening gehouden.

    Het gerechtshof in Arnhem moest oordelen over een salarisverlaging van de DGA van € 84.000,– naar € 77.790,–, een relatief bescheiden verlaging.

    Niettemin werd die niet geaccepteerd vanwege het feit dat er te weinig stukken waren overgelegd. Het Hof overweegt dat een toekomstige verlaging van het DGA salaris alleen geaccepteerd wordt als de DGA inzichtelijk maakt dat de bedrijfsvoering, de uitkering van het vroegere salaris niet meer toelaat, bijvoorbeeld omdat de continuïteit onder druk komt te staan. Daarvoor wil het Hof van de DGA ontvangen: recente jaarstukken, inzicht in omzet en winstontwikkeling, kasstroomoverzichten en toekomstprognoses.

    Het hof in Amsterdam maakte korte metten met de stelling van de DGA dat zijn B.V. geen salaris en lijfrente (totaal € 60.000,– per jaar) meer kon betalen vanwege geleden verliezen in de onderneming en omdat de beschikbare liquide middelen nodig waren om de schulden af te lossen, waaronder een RC schuld aan de huisbankier. De DGA stelde daardoor geen partneralimentatie meer te kunnen betalen.

    Het hof oordeelde dat de DGA de noodzaak om de RC schuld aan de huisbankier af te lossen, niet kon aantonen. Verder had hij te weinig informatie overgelegd over de oninbaarheid en de afboeking van een grote vordering die ten laste was gebracht van het resultaat in enig jaar. Tenslotte was zijn prognose dat de omzet de komende jaren zou dalen, niet voldoende onderbouwd. Het hof hield derhalve geen rekening met de afboeking van de oninbare vordering en met de geprognosticeerde omzetdaling en kwam tot het oordeel dat de B.V. wel in staat was het volledige salaris en de lijfrente de komende jaren te voldoen.

    Gelukkig voor de DGA was het hof wel van mening dat hij niet hoefde in te teren op het vermogen in de B.V. omdat dat vermogen niet liquide beschikbaar was maar in onroerend goed was geïnvesteerd.

    Conclusie

    De les die uit deze uitspraken kan worden getrokken is duidelijk: voor een succesvol beroep op een salarisverlaging is nodig dat de DGA uitgebreide financiële informatie overlegt, (bij voorkeur van zijn accountant) die verder gaat dan het lopend boekjaar en de jaren daarvoor.