blog

    De ondernemende curator en het gevecht om de BTW

    De ondernemende curator en het gevecht om de BTW

    De afgelopen jaren zijn grote winkelketens als Macintosch, V&D, Schoenenreus, Perry Sport en MS Mode failliet gegaan. In de meeste gevallen zijn de winkels direct na het uitspreken van het faillissement weer gewoon open gegaan zonder dat er al sprake was van een doorstart. Maar hoe werkt dat nu, als de curator gaat ondernemen en wat doet hij met de verschuldigde BTW? 

    Voortzetting tijdens faillissement

    Een curator zal tijdens het faillissement een failliete winkel open willen houden als dit naar verwachting meer oplevert dan dat het kost. Dit is vaak al snel het geval omdat een deel van de kosten die worden gemaakt ook moeten worden gemaakt als de winkels worden gesloten. Zo eindigen huurovereenkomsten niet onmiddellijk en zullen de werknemers weliswaar door de curator worden ontslagen, maar hebben zij recht op een opzegtermijn van vaak zes weken. 

    Bovendien levert een reguliere verkoop van de winkelvoorraad natuurlijk veel meer op dan een gedwongen verkoop. Ook wordt de waarde van de onderneming zoveel mogelijk behouden als de winkels open blijven. Dit is weer van belang voor de verkoopopbrengst van de onderneming bij een eventuele doorstart. 

    Wie betaalt de BTW? 

    Recent is er veel te doen geweest over de vraag wat er met de verschuldigde BTW over de verkopen vanaf faillissement moet gebeuren. Net als buiten faillissement dient er over verkopen BTW afgedragen te worden. Onder andere in de faillissementen van Perry Sport en MS Mode ontstond hierover een discussie tussen de curatoren en de banken. De banken, die een pandrecht hadden op de voorraad van de winkel -en op grond hiervan recht hebben op de verkoopopbrengst- stelden zich op het standpunt dat zij zich konden verhalen op de volledige verkoopopbrengst inclusief BTW. De curatoren wensten echter de BTW te ontvangen om deze aan de Belastingdienst af te kunnen dragen.

    Geen BTW naar de bank

    Hoewel er iets valt te zeggen voor het standpunt van de bank dat, zonder andersluidende afspraken, de banken zich ook op de BTW kunnen verhalen, is het voor mij glashelder: een goede curator moet niet toestaan dat de BTW over verkopen tijdens het faillissement wordt afgedragen aan de bank. Doet hij dat wel, dan zorgt de curator ervoor dat de belastingschuld verder oploopt ten gunste van de bank. Als het niet anders kan en de bank blijkt niet voor rede vatbaar, dan zullen de winkels maar gesloten moeten worden.