FAQ over aandeelhoudersovereenkomsten

FAQ over aandeelhoudersovereenkomsten

Thema's: Conflictoplossing, Non-concurrentiebeding, Contracten & Algemene Voorwaarden

21 december 2015

Het einde van het jaar nadert. Tijd voor de lijstjes en statistieken. Hieronder volgt de top 10 van meest gestelde vragen in 2015 over aandeelhoudersovereenkomsten en antwoorden daarop.

Nut aandeelhoudersovereenkomst

Bij de start van een samenwerking in een bedrijf is het van belang goede afspraken te maken, ook over het einde daarvan. In een aandeelhoudersovereenkomst maken aandeelhouders afspraken met elkaar - en soms ook met de directie - over financiering, dividend, voor welke besluiten verzwaarde meerderheden nodig zijn, de exit, stemafspraken, etc. Ons advies wordt vaak pas gevraagd bij conflicten over gemaakte of juist niet gemaakte afspraken, al dan niet in het kader van een exit door een of meer van de betrokkenen.

Hieronder volgt de top 10 aan vragen en antwoorden uit 2015. Dit lijstje is een totaaloverzicht en maakt geen onderscheid tussen soort bedrijven. Typische start-up problematiek en werknemersparticipatie komen in de loop van 2016 aan bod, maar een aantal Q&A’s zijn ook voor hen interessant.

1.     Matiging non-concurrentiebeding?

In veel aandeelhoudersovereenkomsten is een non-concurrentiebeding opgenomen voor de periode gedurende het aandeelhouderschap en daarna; een verbod direct of indirect te concurreren met de activiteiten van het bedrijf, relaties van het bedrijf te bedienen of te benaderen. Het hardnekkige misverstand bestaat dat een rechter deze afspraken vaak versoepelt. Dat is niet het geval. Een aandeelhouder wordt geacht een economisch sterke partij te zijn die zich ten volle bewust is wat hij doet. Bovendien reflecteren de afspraken in de aandeelhoudersovereenkomst de waarde van de aandelen. Een rechter matigt een non-concurrentiebeding vrijwel niet. De slechtste positie heeft een aandeelhouder wiens aandelen na vertrek niet worden overgenomen door de overige aandeelhouders terwijl hij niet mag concurreren en/of relaties mag bedienen terwijl hij dat nodig heeft om in zijn onderhoud te voorzien. Zorg er dus voor dat het niet zo ver komt.

2.     Wat gaat vóór, het non-concurrentiebeding in de managementovereenkomst of aandeelhoudersovereenkomst?

Beide gelden (naast elkaar). Zorg er daarom voor dat de inhoud van die afspraken zoveel mogelijk op elkaar zijn afgestemd om onduidelijkheid te voorkomen.

3.     Er is een conflict over de vraag of iemand zijn aandelen verplicht moet aanbieden. Wat nu?

Één van de belangrijkste bepalingen in een aandeelhoudersovereenkomst zijn de situaties waarin de aanbiedingsplicht wordt beschreven aan medeaandeelhouders of derde partijen. Niet altijd is objectief vast te stellen of hieraan is voldaan. Dat is onwenselijk omdat dat onduidelijkheid oplevert en bron van conflicten; wanneer moet worden aangeboden en tegen welke prijs (eventuele strafkorting). Een voorbeeld hiervan is beëindiging van de arbeidsovereenkomst of managementovereenkomst. Bovendien is het arbeidsrecht per 1 juli 2015 ingrijpend gewijzigd waardoor afspraken uit oude overeenkomsten geüpdatet moeten worden. Als u betwist dat een aanbiedingsplicht bestaat, voer onderbouwd verweer. Uiteindelijk zal er een rechter aan te pas moeten komen om uw aandelen te leveren aan de anderen als de ‘impasse’ voortduurt. In geval een volmacht is verleend waarvan gebruik dreigt te worden gemaakt voor levering van de aandelen, zie onder punt 7.

4.     Hoe wordt de waarde van de aandelen bepaald als ik ze wil of moet verkopen?

De statuten en/of aandeelhoudersovereenkomst bepalen in welke gevallen aandelen moeten worden aangeboden, aan wie en voor welke prijs. Vaak worden één of meer deskundigen aangewezen. Naast de gebruikelijke aanbiedingsregeling (verplichting eerst aanbieden aan andere aandeelhouders) worden – afhankelijk van het geval – aanvullende afspraken gemaakt, bijv. bij ontslag als bestuurder. Diezelfde statuten en aandeelhoudersovereenkomsten bepalen hoe dit ontslagbesluit tot stand komt en de wijze waarop de waarde van die aandelen wordt vastgesteld. Als partijen het onderling niet eens worden, wordt vaak een derde aangewezen die de deskundigen aanwijst. Wat niet meer werkt, is aanwijzing van deskundigen door de voorzitter van de Kamer van Koophandel in een bepaalde regio: die bestaan sinds 2014 niet meer. In plaats daarvan zult u zich tot het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) moeten wenden. Deze neemt uw zaak pas in behandeling als u een arbitrageovereenkomst heeft gesloten met de andere partij. Als deze andere partij niet wil meewerken aan arbitrage, kan hij dat proces lang rekken; de gewone rechter is in principe ook niet bevoegd. Als de kantonrechter op grond van afspraken de deskundigen moet benoemen, realiseer u dat dit een zogenaamde bewilligingsbeslissing is, de rechter is niet gebonden om binnen een bepaalde termijn een beslissing te nemen. Vaak worden dergelijke verzoeken tergend langzaam behandeld. Als bovendien een geschil tussen aandeelhouders bestaat over de uitleg van de bepaling over benoeming van deskundigen, zal de kantonrechter zich terughoudend opstellen en geen deskundigen aanwijzen, zo blijkt uit recente rechtspraak. Dan blijft u in principe tot elkaar veroordeeld. Ons advies: zorg voor de toepasselijkheid van de regels en procedures van het NAI of, als alternatief, wijs de voorzitter van het Nederlands Instituut voor Register Valuators aan om deskundigen te benoemen en regel in de aandeelhoudersovereenkomst een procedure voor benoeming van deskundigen.

5.      Ik ben het niet eens met de aandelenwaardering, wat nu?

Dat hangt af van de gevolgde procedure en de partij die de waardering heeft uitgevoerd. In het geval dat de waardebepaling door bindend advies heeft plaatsgevonden, kan dit aangevochten worden bij de rechter. Dat is alleen kansrijk als er procedurefouten zijn gemaakt of de beslissing een evidente misslag is. Dat is vrij zelden het geval. Bij een arbitrageprocedure die uitmondt in een waardering staat de waardering vast. Vaak staat hoger beroep open.

6.      Moeten de andere aandeelhouders mijn aandelen kopen als ik ze aanbied?

Nee, tenzij partijen dat overeengekomen zijn. Vaak is dat bijvoorbeeld het geval bij ziekte of overlijden van de aanbieder. In het geval van een relatief klein belang in het aandelenkapitaal, kan het verstandig zijn om een afnameplicht te bedingen om te voorkomen dat u met uw aandelen blijft zitten en weinig zeggenschap heeft.

Een afnameplicht is vergaand en kan tot aanzienlijke financiële verplichtingen leiden. Regel iets als de koopsom in gedeelten mag worden voldaan. Zo niet, dan ontstaat discussie. Zorg bij betaling in termijnen voor voldoende zekerheid van de koper als de aandelen al wel direct worden overgedragen.

7.      Ik wil niet dat mijn volmacht wordt gebruikt, wat nu?

In de aandeelhoudersovereenkomst geven partijen vaak over en weer een volmacht om handelingen op grond van de overeenkomst te verrichten. Bij een conflict is de volmacht de proef op de som; vaak wordt met een beroep op deze volmacht getracht de waardering van de aandelen vastgesteld te krijgen en de aandelen van de ander aan zichzelf geleverd te krijgen. Deze volmacht is zonder medewerking van de verstrekker alleen te gebruiken als voldoende objectief is vast te stellen dat aan alle voorwaarden is voldaan. Als u een stokje wil steken voor het gebruik van uw volmacht, is de enige weg het starten van een kort geding waarin een verbod tot gebruikmaking van de volmacht wordt gevorderd.

8.     Wat te doen bij een conflict over de meeverkoopplicht (drag along)?

In aandeelhoudersovereenkomsten worden vaak afspraken gemaakt over een meeverkoopplicht als een bepaalde meerderheid zijn aandelen wil verkopen. De verplichting om te verkopen wordt een drag along (meetrekregeling) genoemd. Een 100% belang verkoopt immers makkelijker. Er zijn eindeloos veel variaties op de drag along. Vaak wordt geregeld dat er een minimaal bedrag per aandeel moet worden geboden om verplicht te worden tot verkoop. Wat vaak niet (goed) geregeld is, is dat de koper een partij van goede reputatie dient te zijn en niet verbonden aan één van de aandeelhouders. Niet zelden worden drag alongs getriggerd in een vooropgezet plan waarbij een bevriende partij van een betrokkene de aandelen van de andere aandeelhouders koopt. Via de achterdeur koopt een aandeelhouder de rest dan uit. Zorg dat de drag along goed geformuleerd is, niet lichtvaardig kan worden ingeroepen, dat de koopsom ineens moet worden betaald, en dat u zo min mogelijk garanties over uw aandelen/ het bedrijf hoeft af te geven. In geval een volmacht is afgegeven om de aandelen te leveren: zie punt 7.

9.     Wat te doen met dwarsliggers voor noodzaakfinanciering?

Bij een bedrijf in financiële problemen wil een potentiële redder een relatief groot belang in aandelen krijgen tegen een relatief lage prijs en/of een relatief hoge rente op een geldlening. Wat te doen als een van de aandeelhouders weigert mee te werken aan uitgifte van die aandelen of juridisch het aantrekken van de lening wil tegenhouden (vanwege doorslaggevende zeggenschap)? In dat geval kan alleen een gang naar de rechter oplossing bieden. Het bestuur moet in het belang van de vennootschap handelen en kan deze procedure aanhangig maken. Een mede-aandeelhouder kan dat ook. Als de rechter oordeelt dat sprake is van noodzaakfinanciering, moet het belang van de partij die dit zonder goede gronden tegenhoudt, wijken voor het belang van het bedrijf (en werkgelegenheid).

10.     Wie beslist in een impasse, bv. bij 50-50 verhoudingen?

Als de stemmen staken bij het bestuur of op aandeelhoudersniveau is het besluit niet genomen, tenzij de statuten of aandeelhoudersovereenkomst anders bepalen. Als het bedrijf door een conflict tussen bestuurders en aandeelhouders in een impasse komt waardoor het bedrijf in de gevarenzone komt, kan de rechter worden verzocht een extra bestuurder aan te stellen om beslissingen te nemen al dan niet met schorsing van een zittende bestuurder of stemrechten.

In de praktijk zien we het belang van goede aandeelhoudersovereenkomsten dagelijks. Conflicten leiden vaak tot grote problemen binnen het bedrijf en moeten zoveel mogelijk vermeden worden. Het belang van goede aandeelhoudersafspraken en directiereglementen wordt bovendien steeds groter, nu er meer dan ooit alternatieve financiering wordt aangetrokken waarin financierende partijen ook zeggenschap willen. Wij kijken dan ook uit naar 2016 dat weer nieuwe vragen en antwoorden zal opleveren!

 

Fijne feestdagen!

 

Staat uw vraag er niet bij, maar bent u benieuwd naar het antwoord daarop? Laat het ons weten via: j.schroder@hekkelman.nl.