blog

    Het opschortingsrecht mag ook vóór oplevering als pressiemiddel gebruikt worden

    Eefke Mulder
    Eefke MulderPublicatiedatum: 11 maart 2014

    Indien je door de wederpartij wordt aangesproken tot nakoming, terwijl deze zelf niet is nagekomen, kun je bij wijze van verweer het opschortingsrecht inroepen. Door de verplichting om bijvoorbeeld te betalen of te leveren op te schorten, kun je druk op de wederpartij uitoefenen om alsnog na te komen. Blijft de wederpartij in gebreke, dan heeft het opschortingsrecht mede het karakter van zekerheid voor de voldoening van de (eventuele) schade die je hebt geleden (door middel van verrekening).

    Maar wat als je vóór de oplevering van een werk al fouten constateert die de wederpartij nog kan herstellen? Mag je jouw verplichtingen dan ook al opschorten?

    In een arrest van 17 januari 2014 heeft de Hoge Raad hierop bevestigend antwoord gegeven. Verduidelijkt is dat aan het inroepen van een opschortingsrecht op grond van de ondeugdelijkheid van reeds uitgevoerde werkzaamheden niet in de weg staat dat het werk nog niet is opgeleverd en de geconstateerde gebreken zich nog voor herstel lenen. De omvang van de herstelwerkzaamheden en de tegenvordering moeten het beroep op opschorting dan wel kunnen rechtvaardigen.

    De feiten

    Mevrouw X heeft aan het dakdekkersbedrijf Y opdracht gegeven tot het vernieuwen van de dakbedekking van haar woning. Tien maanden na aanvang heeft het dakdekkersbedrijf Y de werkzaamheden, die nog niet gereed waren, gestaakt en een factuur verzonden voor de uitgevoerde werkzaamheden. Mevrouw X heeft vervolgens te kennen gegeven dat het nodige aan de uitgevoerde werkzaamheden schort. Voorts heeft zij kenbaar gemaakt dat een deskundige de gebreken en tekortkomingen in kaart zal brengen en dat daaruit mogelijk een schadevordering zou voortvloeien. Mevrouw X heeft daarbij aangegeven de betaling van de factuur op te schorten tot alle openstaande gebreken en tekortkomingen naar tevredenheid zouden zijn hersteld. Het dakdekkersbedrijf Y heeft daarop het voorstel gedaan (een deel van de) werkzaamheden alsnog uit te voeren, op voorwaarde dat mevrouw X een aanzienlijk deel van de factuur zou betalen. Uit het deskundigenrapport was inmiddels gebleken dat inderdaad sprake was van gebreken. Mevrouw X heeft dit deskundigenrapport aan het dakdekkersbedrijf Y toegezonden en vermeld dat het dakdekkersbedrijf Y in verzuim is, zodat zij haar betalingsverplichting zou (blijven) opschorten en niet akkoord ging met het voorstel van het dakdekkersbedrijf Y. Het dakdekkersbedrijf Y heeft vervolgens opnieuw laten weten bereid te zijn een deel van de tekortkomingen te verhelpen, op voorwaarde dat mevrouw X de factuur zou betalen. Mevrouw X is hier niet mee akkoord gegaan en heeft de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden.

    Het oordeel van de rechtbank en het gerechtshof

    In de gerechtelijke procedure heeft mevrouw X het volgende gevorderd: (I.) schadevergoeding wegens het ondeugdelijk aanbrengen van de dakbedekking en (II.) gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst. De rechtbank heeft de vordering afgewezen. Het gerechtshof heeft dit vonnis in hoger beroep bekrachtigd. Het gerechtshof oordeelde hiertoe dat de ondeugdelijkheid van de reeds uitgevoerde werkzaamheden niet ter zake doet voor het antwoord op de vraag of mevrouw X zich op een opschortingsrecht kon beroepen, omdat het werk nog niet was opgeleverd. Eventuele gebreken zouden immers vóór de oplevering van het werk door het dakdekkersbedrijf Y hersteld kunnen worden. Dit had volgens het gerechtshof wellicht anders kunnen zijn als er sprake was geweest van ondeugdelijk uitgevoerde werkzaamheden die zich niet meer voor herstel leenden, maar dat was in dit geval niet gesteld of gebleken. Volgens het gerechtshof was het dan ook onredelijk van mevrouw X om niet op het voorstel van het dakdekkersbedrijf Y in te gaan om haar in de gelegenheid te stellen de werkzaamheden alsnog af te ronden en (indien nodig) te herstellen. Mevrouw X had volgens het gerechtshof de betaling van de factuur van het dakdekkersbedrijf Y niet mogen opschorten.

    Het oordeel van de Hoge Raad

    De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof en oordeelt dat aan het inroepen van het opschortingsrecht door mevrouw X niet in de weg staat dat nog geen sprake was van oplevering van het werk door het dakdekkersbedrijf Y en dat de gebreken zich voor herstel leenden. Het opschortingsrecht heeft immers tot doel druk op het dakdekkersbedrijf Y uit te oefenen om na te komen en heeft, voor het geval het dakdekkersbedrijf Y daarmee in gebreke zou blijven, mede het karakter van zekerheid voor de voldoening van de uit haar verzuim voortvloeiende schadevordering (door middel van verrekening). Het gerechtshof had daarom moeten onderzoeken of de door mevrouw X gestelde tegenvordering, strekkende tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden, bestond en of de omvang van die tegenvordering voldoende was om het beroep op een opschortingsrecht te kunnen rechtvaardigen. De Hoge Raad heeft de zaak naar het gerechtshof terugverwezen ter verdere behandeling en beslissing.