blog

    Hoge Raad: Billijke vergoeding in het arbeidsrecht géén punitief karakter!

    Lex Rutten
    Lex RuttenPublicatiedatum: 3 juli 2017
    Hoge Raad: Billijke vergoeding in het arbeidsrecht géén punitief karakter!

    De Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag 30 juni 2017 een uitspraak gedaan over de aard van de billijke vergoeding in de zin van artikel 7:681 BW. ECLI:NL:HR:2017:1187.

    Opzegging in strijd met wettelijke voorschriften, 7:681 BW

    Als een werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt, heeft een werknemer die meer dan 24 maanden in dienst is geweest recht op de transitievergoeding. In de transitievergoeding worden de gevolgen van het ontslag voor de werknemer gecompenseerd door middel van een forfaitaire vergoeding, waarbij leeftijd van de werknemer en de duur van het dienstverband bij het bepalen van de hoogte van de transitievergoeding een rol spelen. Daarnaast kan de werknemer, indien de opzegging strijdig is met de daarvoor geldende regels, de rechter verzoeken de opzegging te vernietigen, dan wel hem een billijke vergoeding toe te kennen. In het laatste geval blijft de opzegging van de arbeidsovereenkomst in stand. Tot vrijdag jl. was het niet uitgemaakt met welke omstandigheden de rechter rekening moet houden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding.

    In feitelijke instantie: billijke vergoeding is punitief van aard

    Een kapster was sinds eind 1989 in dienst van New Hairstyle voor slechts 4,5 uur per week tegen een salaris van € 224,51 bruto per maand. Begin 2014 raakt de arbeidsverhouding verstoord omdat er onenigheid ontstond over de opname van vakantie. De werkneemster stelt dat de werkgever haar opgave te laat heeft afgewezen en verschijnt op de door haar opgegeven vakantiedagen niet op haar werk. Werkgever ontslaat de werknemer en verklaart in de daarop volgende procedure tegenover de rechter er klaar mee te zijn geweest en de arbeidsovereenkomst in augustus 2015 met inachtneming van de wettelijke opzegtermijn te hebben opgezegd zonder er acht op te slaan of dat juridisch ook mogelijk was. De werkgever heeft aan de werkneemster wel de transitievergoeding van € 1.596,– bruto betaald.  

    De werkneemster beroept zich erop dat de opzegging zonder haar schriftelijke instemming is gedaan en vraagt de rechter op grond van artikel 7:681 BW haar een billijke vergoeding toe te kennen.

    Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de billijke vergoeding een punitief en afschrikwekkend karakter moet hebben. De hoogte van de billijke vergoeding zou volgens het Hof dan ook zodanig substantieel moeten zijn dat de werkgever er in de toekomst van wordt weerhouden zich zo te gedragen. Aangezien in de transitievergoeding de gevolgen van het ontslag en daarmee ook de duur van het dienstverband zijn verdisconteerd, mag met de duur van het dienstverband geen rekening meer worden gehouden bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding, aldus het Hof. Het Hof kent aan de werkneemster naast de transitievergoeding een billijke vergoeding van € 4.000,– bruto toe. De Hoge Raad is het met de benadering van het Hof niet eens.

    Hoge Raad: billijke vergoeding geen punitief karakter, gevolgen ontslag ten volle meewegen bij vaststelling hoogte

    De Hoge Raad is helder: de wetgever heeft niet beoogd aan de billijke vergoeding een punitief karakter toe te kennen. De billijke vergoeding mag dus op geen enkele manier een punitief – in gewoon Nederlands: straf – element in zich hebben.

    Verhouding met transitievergoeding

    De gevolgen van het ontslag voor de werknemer mogen bij het vaststellen van de billijke vergoeding wel een rol spelen, aldus de Hoge Raad, voor zover de gevolgen van het ontslag zijn toe te rekenen aan het aan de werkgever te maken verwijt. Aangezien de transitievergoeding een gemaximeerde en forfaitaire vergoeding inhoudt bij een rechtmatig gegeven ontslag, kan ook niet gezegd worden dat de gevolgen van een ontslag in strijd met de wettelijke voorschriften al volledig zijn gecompenseerd met de transitievergoeding. Bij het vaststellen van de billijke vergoeding kan mede worden gelet op hetgeen de werknemer aan loon zou hebben genoten als hij ervoor had gekozen de opzegging te vernietigen.

    Billijke vergoeding is compensatie voor gevolgen vernietigbare opzegging

    Het doel van de billijke vergoeding is uiteindelijk om de werknemer te compenseren voor de gevolgen van de vernietigbare opzegging. Om de hoogte van die compensatie vast te kunnen stellen wordt de situatie waarin de werknemer is komen te verkeren ná de vernietigbare opzegging vergeleken met de hypothetische situatie zonder de vernietigbare opzegging. De wettelijke schadevergoedingsregels zijn van overeenkomstige toepassing. De Hoge Raad geeft nog een aantal gezichtspunten die afhankelijk van de omstandigheden van het geval bij de beoordeling van de hoogte van de billijke vergoeding kunnen worden betrokken. Het gaat daarbij om:

    • de verdere duur van de arbeidsovereenkomst als de opzegging vernietigd was;
    • of de werkgever de arbeidsovereenkomst ook op rechtmatige wijze zou hebben kunnen beëindigen en op welke termijn dit had mogen gebeuren en vermoedelijk zou zijn gebeurd;
    • het inkomen dat de werknemer zou hebben genoten als de opzegging zou zijn vernietigd;
    • de mate waarin de werkgever van de grond voor de vernietigbaarheid van de opzegging een verwijt valt te maken en – voor zover het om in de toekomst te derven loon gaat – of de redenen die de werknemer heeft om af te zien van vernietiging van de opzegging aan de werkgever zijn toe te rekenen;
    • of de werknemer inmiddels ander werk heeft gevonden, met de inkomsten die hij daaruit dan geniet en met de (andere) inkomsten die hij in redelijkheid in de toekomst kan verwerven;
    • de eventueel aan de werknemer toekomende transitievergoeding.

    Conclusie: vernietigbare opzegging kan grote financiële gevolgen hebben

    Met het arrest van de Hoge Raad is een einde gekomen aan de onzekerheid over het karakter van de billijke vergoeding. Buitensporig hoge vergoedingen, als boete op ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, zijn niet toegestaan. De rechter zal uitvoerig moeten motiveren hoe hij de hoogte van de billijke vergoeding heeft vastgesteld en welke omstandigheden daarbij een rol hebben gespeeld. Dit neemt echter niet weg dat er voor werkgevers een potentieel groot risico schuilt in het op deze wijze berekenen van de billijke vergoeding. De billijke vergoeding kan worden vastgesteld over de te schatten loondervingsperiode na de vernietigbare opzegging waarmee de billijke vergoeding erg hoog kan uitvallen voor de werkgever, bijvoorbeeld in het geval van een oude werknemer met slechte kansen op de arbeidsmarkt: de periode waarover de schade wordt berekend kan tot over enkele jaren en misschien wel tot aan de pensioengerechtigde leeftijd worden berekend. Werkgevers doen er dan ook goed aan zich bij een voorgenomen ontslag goed te laten informeren over de mogelijkheden en de risico’s. Ons ervaren team begeleid je daar graag in.