blog

    Huis valt in de failliete boedel ondanks huwelijkse voorwaarden

    Huis valt in de failliete boedel ondanks huwelijkse voorwaarden

    Veel ondernemers en hun partners denken dat huwelijkse voorwaarden beschermen in geval van faillissement. Het huis wordt vaak op naam van de niet ondernemende echtgenoot gezet in de veronderstelling dat daarmee in ieder geval huis en haard bewaard blijft als het mis gaat met de onderneming. Dat is echter een misvatting. Regelmatig claimt de curator met succes dat het huis tot de failliete boedel behoort. Het meest recente voorbeeld is van het gerechtshof Arnhem- Leeuwarden van 19 juli 2016 ( GHARL:2016:5855). 

    Artikel 61 lid 4 faillissementswet en artikel 1:95 lid 1 BW: het terugneemrecht van de echtgenoot

    De niet failliete echtgenoot heeft het recht een goed (stel het huis) uit de failliete boedel op te eisen ( terug te nemen) mits aan bepaalde eisen is voldaan. Hij moet dan wel bewijzen dat bij de verkrijging de financiering van het huis voor meer dan de helft ten laste is gekomen van zijn eigen vermogen. Eigen vermogen is vermogen dat niet voor de helft toekomt aan de andere echtgenoot. Denk aan erfenissen en schenkingen die uitgesloten zijn van verrekening. Een banksaldo op naam van de niet failliete echtgenoot waarop een periodiek verrekenbeding van toepassing is, is echter geen eigen vermogen.Verder is de wijze van financiering op het moment van de verkrijging van het huis bepalend. 

    Financiering met geleend geld dwarsboomt vaak succesvol beroep op terugneemrecht

    Als de koopsom van het huis met geleend geld wordt betaald, gaat het vaak mis. Het huis wordt dan weliswaar op naam gezet van de echtgenoot-niet ondernemer, maar de hypotheekschuld wordt op beider naam aangegaan (ieder voor 50%). Dat is meestal ook een eis van de bank. Dan is echter niet voldaan aan de eis dat de schuld voor meer dan 50% ten laste komt van de niet failliete echtgenoot en is het terugneemrecht illusoir geworden. Het feit dat de niet failliete echtgenoot kan aantonen dat hij ná de verkrijging, de rente en aflossing voor meer dan de helft uit eigen middelen heeft betaald is niet relevant. 

    Financiering met eigen vermogen voor meer dan 50% is vaak moeilijk te bewijzen

    Mijn ervaring is dat de meeste echtgenoten geen administratie bijhouden van ontvangen erfenissen of schenkingen en wat daarmee wordt gedaan en ze geven geen uitvoering aan het periodiek verrekenbeding in hun huwelijkse voorwaarden. Daardoor slaagt de echtgenoot niet snel in zijn bewijslast dat het huis voor meer dan 50% met eigen vermogen is betaald met als gevolg dat het huis tot de failliete boedel behoort.

    Conclusie

    Reken niet te gemakkelijk op de bescherming van de huwelijkse voorwaarden bij de aankoop van een huis.  Een betere bescherming is om de onderneming in een B.V. in te brengen. Bij faillissement van de B.V. blijft het privé vermogen (waaronder het huis) buiten schot mits geen sprake is van onbehoorlijk bestuur. Als sprake is van financiering met eigen vermogen voor meer dan 50% is het belangrijk om dat meteen bij de levering vast te leggen om bewijsproblemen te voorkomen.