blog

    IB-onderneming omzetten naar BV: de voorwaarden

    Roland van Mourik
    Roland van Mourik Publicatiedatum: 25 februari 2022 Laatste update: 25 februari 2022
    Afbeelding voor IB-onderneming omzetten naar BV: de voorwaarden

    Het kiezen van een passende rechtsvorm hangt af van de situatie waarin de ondernemer zich bevindt. In het eerste deel van deze blogreeks is besproken waarom, wanneer en hoe de omzetting van een onderneming in de inkomstenbelasting IB-onderneming) naar een BV (of NV) in elkaar zit. De voorwaarden die gelden bij een omzetting zijn worden in deze blog toegelicht.

    Denk hierbij aan de voorwaarden voor de toepassing van de fiscale faciliteiten bij een ruisende en geruisloze inbreng en de juridische voorwaarden die het burgerlijk wetboek voorschrijft. Na deze blog weet jij als ondernemer welke keuze jij moet maken.

    Voorwaarden fiscale faciliteiten

    Ruisende inbreng (tegen werkelijke waarden met fiscale afrekening)

    De vorige blog beschrijft onder andere dat de BV (of NV) ruisend een IB-onderneming kan inbrengen. Bij ruisende inbreng draagt de ondernemer de IB-onderneming over aan de BV tegen uitreiking van aandelen. Het bestaan van de IB-onderneming houdt fiscaal gezien op. De eventuele stakingswinst moet dan in principe worden afgerekend. Om belastingheffing te voorkomen kan een lijfrente worden bedongen bij de eigen BV voor het bedrag aan stakingswinst. Hieraan is een maximumbedrag verbonden waarvan de hoogte afhankelijk is van de omstandigheden.

    Het aanvangstijdstip van de ruisende inbreng

    De omzetting vindt fiscaal per een gekozen aanvangstijdstip plaats. De inbreng van de onderneming in de BV dient dan binnen negen maanden na dit aanvangstijdstip rond te zijn. Dit noemen we de voorperiode. Om dit aanvangstijdstip kenbaar te maken moet de ondernemer een intentieverklaring of voorovereenkomst ondertekenen en bij de belastingdienst laten registreren.

    Het is toegestaan om de inbreng fiscaal gezien met terugwerkende kracht te laten plaatsvinden. De maximaal toegestane termijn bedraagt drie maanden voorafgaande aan de registratie van de intentieverklaring of de voorovereenkomst bij de belastingdienst. Een notariële akte van depot waaruit het voornemen blijkt, is eveneens toegestaan. Dit volgt uit een besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 16 september 2008 (CPP2008/1626M). De fase van terugwerkende kracht noemen we de voor-voorperiode. De inbreng dient dan binnen negen maanden na het overgangstijdstip plaats te vinden.

    Geruisloze inbreng  (tegen boekwaarden zonder fiscale afrekening)

    Een IB-onderneming kan geruisloos worden omgezet door middel van inbreng in de BV (of NV). Dit volgt uit artikel 3.65 Wet inkomstenbelasting 2001. Bij geruisloze inbreng wordt de IB-onderneming overgedragen aan de BV tegen uitreiking van aandelen en wordt de IB-onderneming geacht niet te zijn gestaakt. De BV treedt in de plaats van de IB-onderneming (met dezelfde boekwaarden) en er vindt geen afrekening plaats. Ook deze inbreng kan fiscaal gezien met terugwerkende kracht plaatsvinden, mits de inbreng binnen negen maanden na het overgangstijdstip plaatsvindt dan wel een voorovereenkomst bij de belastingdienst wordt geregistreerd. Een notariële akte van depot waaruit het voornemen blijkt is eveneens toegestaan. Inbreng dient dan binnen vijftien maanden na het overgangstijdstip plaats te vinden.

    Bij een beroep op deze fiscale faciliteit zijn standaardvoorwaarden van toepassing. Deze zijn blijkens een besluit van de Staatssecretaris van Financiën voor het laatst op 30 juni 2010 vastgesteld (DGB 2010/3599M). Hierin staan de voorwaarden vermeld die van toepassing zijn op een geruisloze omzetting. De belastingplichtige dient voor de toepassing een verzoek in. De voorwaarden zijn opgenomen in de door de inspecteur van de Belastingdienst af te geven beschikking.

    Indien gebruik gemaakt wordt van terugwerkende kracht, dan dient het overgangstijdstip aan te sluiten bij het laatste volledige boekjaar van de onderneming. Een voorwaarde is daarbij ook dat na de oprichting van de BV door de belastingdienst een fiscale verkrijgingsprijs wordt vastgesteld. Dat is van belang omdat de boekwaarden worden doorgeschoven naar de BV en er dus net wordt afgerekend over latente belastingclaims (bijvoorbeeld in verband met stille reserves en goodwill).

    Bestaande of op te richten BV?

    Het is niet verplicht om een BV op te richten. De ondernemer kan ook gebruik maken van een bestaande vennootschap. Voorwaarde daarbij is dan dat deze BV (of een dochtervennootschap) op het overgangstijdstip een onderneming moet drijven waarvan de activiteiten in dezelfde lijn liggen als die van de om te zetten onderneming.

    Ook geldt er gedurende drie jaar na de inbreng een vervreemding van de aandelen slechts mag plaatsvinden na voorafgaande toestemming van de belastingdienst. Op de belastingplichtige rust dan de bewijslast dat de inbreng geen onderdeel heeft uitgemaakt van een geheel aan rechtshandelingen die is gericht op de overdracht van de onderneming.

    Praktische gevolgen

    Op grond van het Burgerlijk wetboek dient de oprichter van de BV bij de inbreng van een onderneming een beschrijving van de activa en de passiva te maken. Daarbij moet de oprichter vermelden wat de daaraan toegekende waarde van de toegepaste waarderingsmethoden is. De beschrijving heeft betrekking op de toestand van hetgeen wordt ingebracht op een dag die niet eerder ligt dan zes maanden voor de oprichting.

    Als een boekjaar op 31 december eindigt, dan mag de onderneming de cijfers van dat boekjaar nog tot 1 juli van het jaar erna gebruiken. Voor ondernemers is dat vaak een reden om een omzetting van een IB-onderneming in een BV in de eerste helft van het boekjaar te realiseren. Vanaf 1 juli dienen anders tussentijdse cijfers en een tweede beschrijving gemaakt te worden, hetgeen kostenverhogend werkt.

    Tot slot; een optimale keuze is situatieafhankelijk

    Ook hiervoor geldt dat een optimale keuze steeds zal samenhangen met de (fiscale) situatie van de ondernemer en zijn onderneming. Overleg daarom altijd eerst met jouw accountant en/of belastingadviseur om te bekijken welke wijze van inbreng het best bij jouw situatie past.

    Vragen?

    Vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Roland van Mourik of een van onze andere experts op het gebied van het ondernemingsrecht. Wil je deze blogs automatisch in je mailbox ontvangen? Door je aan te melden voor onze nieuwsbrief Ondernemerszaken houden we je op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen.

    Geen blog meer missen?

    Wij houden je op de hoogte

    Afbeelding voor Chantal van Mil