blog

    Is de OR uitgespeeld bij een faillissement?

    Is de OR uitgespeeld bij een faillissement?

    In december 2016 werd DA Retail Groep in staat van faillissement verklaard. De curator heeft de ondernemingsraad eerst na de doorstart waarbij ook werkgelegenheid behouden bleef op hoofdlijnen geïnformeerd. De OR startte een procedure bij de Ondernemingskamer omdat zij vooraf geïnformeerd had willen worden door de curator en de curator aan haar advies had moeten vragen. 

    Uitspraak Ondernemingskamer

    Op 26 mei 2016 oordeelde de Ondernemingskamer dat de OR geen adviesrecht toekomt wanneer de curator overgaat tot een doorstart en derhalve niet mag meebeslissen over de toekomst van de werknemers. De Ondernemingskamer oordeelt dat het adviesrecht van de OR zich niet eenvoudig met het faillissementsrecht laat rijmen. De reikwijdte van een eventueel adviesrecht van de OR wordt in een faillissementssituatie wezenlijk beperkt door de noodlijdende toestand van de onderneming en door het doel van het faillissement. 

    De OR kon zich met de uitspraak van de Ondernemingskamer niet verenigen en legde de zaak voor aan de Hoge Raad. 

    Uitspraak Hoge Raad

    De Hoge Raad heeft zich op 2 juni 2017 over deze zaak uitgesproken (ECLI:NL:HR:2017:982), en maakt hierbij een onderscheid tussen de volgende twee situaties: 

    1. Liquidatie onderneming:
    indien de onderneming wordt beëindigd en de curator op grond van artikel 176 Faillissementswet overgaat tot verkoop van het actief en op de voet van artikel 40 Faillissementswet overgaat tot ontslag van de werknemers, dan zijn dit handelingen van de curator die zien op liquidatie van het vermogen en is het adviesrecht zoals bepaald in artikel 25 WOR ondergeschikt aan de belangen van de gezamenlijke schuldeisers.

    2. Voortzetten of doorstart onderneming:
    indien de verkoop van het actief ziet op een voortzetting of doorstart van de onderneming, met vooruitzicht op behoud van arbeidsplaatsen, is dit besluit adviesplichtig zoals bedoeld in artikel 25 WOR. De vraag die hierbij wel gesteld kan worden is of deze uitspraak ook geldt indien er bij een onderneming een personeelsvertegenwoordiging (PVT) is ingesteld. Hierover heeft de Hoge Raad zich in dit arrest niet uitgelaten. 

    De Hoge Raad plaatst wel een kanttekening bij het adviesrecht van de OR zoals hierboven omschreven. De curator mag afwijken van de formele vereisten die artikel 25 WOR kent, hierin is o.a. opgenomen dat het besluit en advies schriftelijk moeten geschieden en dat er termijnen in acht moeten worden genomen waarbinnen een besluit van de onderneming kan worden uitgevoerd. Wel dienen curator en OR zich jegens elkaar te gedragen zoals dit door de redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. 

    Conclusie

    Dit arrest van de Hoge Raad klinkt voor de werknemers, die werkzaam zijn bij ondernemingen met een OR, als muziek in de oren. Met deze uitspraak wordt de positie van de OR versterkt. Curatoren dienen bij voortzetten of een doorstart van de failliete onderneming rekening te houden met de positie van de OR en eventueel de Personeelsvertegenwoordiging. Voor informatie hierover kun je contact opnemen met Anne-Marie Weersink.