blog

    Notaris, wees alert bij de overdracht van oud-vaderlandse rechten!

    Lex Rutten
    Lex RuttenPublicatiedatum: 26 augustus 2019Laatste update: 30 augustus 2019
    Notaris, wees alert bij de overdracht van oud-vaderlandse rechten!

    Indien een notaris het verzoek krijgt om mee te werken aan de levering, vaststelling of overdracht van oud-vaderlandse rechten dient hij op zijn hoede te zijn. Notarissen moeten zich namelijk bewust zijn van het risico dat zij persoonlijk lopen indien zij zonder grondig onderzoek overgaan tot inschrijving van oud-vaderlandse rechten.

    In mijn eerdere blog heb ik verslag gedaan van een conflict tussen Hengelsportvereniging de Graskarper en de beroepsvisser Vof Komen over oud-vaderlandse visrechten die volgens de beroepsvisser op de zandwinplas de Loowaard zouden rusten. Het Gerechtshof te Arnhem heeft de beroepsvissers verboden om hun netten nog langer uit te gooien op de Loowaard. Inmiddels heeft het conflict een vervolg gekregen.

    Oud-vaderlandse rechten

    In het jaar 1838 werd het Oud Burgerlijk Wetboek ingevoerd waarin werd bepaald dat oud-vaderlandse rechten geëerbiedigd dienden te worden.

    Ook bij de invoering van het Nieuw Burgerlijk Wetboek op 1 januari 1992 werden deze oud-vaderlandse rechten geëerbiedigd. Wel werd daarin bepaald dat de oud-vaderlandse rechten registergoederen werden en dat voor overdracht en afstand van die rechten inschrijving in de openbare registers – het Kadaster – noodzakelijk werd.

    Kortom: wil een oud-vaderlands gerechtigde zijn recht overdragen, dan moet daaraan een notaris te pas komen.

    Inschrijving in het Kadaster (2005)

    In 2005 had de rechtsvoorganger van Vof Komen, ook een beroepsvisser, een notaris verzocht een groot aantal oud-vaderlandse visrechten, waaronder die in de Rijn ter hoogte van de Loowaard, in de openbare registers in te schrijven. De beroepsvisser had een globaal kaartje gemaakt waarop hij met een arcering had aangegeven op welke percelen water, naar zijn mening, het visrecht zou rusten en had en passant ook de hele Loowaard gearceerd.

    De betreffende notaris, die inmiddels is gedefungeerd, heeft de eigenaren van de percelen water waarop volgens de beroepsvisser het visrecht zou rusten, niet benaderd en hen niet gevraagd of zij instemden met de vastlegging van de visrechten die de beroepsvisser meende te hebben. De notaris stelde dat hij voldoende onderzoek had gedaan naar de omvang van de visrechten door terug te gaan tot een akte uit 1957, terwijl het visrecht dateerde van ver voor 1838.

    Verkoop aan Vof Komen (2013)

    Hier bleef het niet bij. De beroepsvisser verkocht in 2013 een groot aantal visrechten waaronder het visrecht in de Rijn ter hoogte van de Loowaard aan een andere beroepsvisser, de Vof Komen. De notaris die de akte in 2005 had gepasseerd was inmiddels met pensioen, zodat de verkopende en de kopende beroepsvissers zich wendden tot zijn opvolger.

    De opvolger stelde een akte op en liet die inschrijven in het Kadaster, zich daarbij baserend op de akte uit 2005 van haar voorganger. Zelf deed de betreffende notaris geen nader onderzoek: zij vertrouwde op het werk van haar voorganger.

    Akte van verjaring (2017)

    In 2017 rees het conflict tussen beroepsvisser Vof Komen en Visclub de Graskarper. Komen zwaaide met zijn kadastrale aktes uit 2013 en 2005 en zei dat hij onomstotelijk, gezien de kadastrale inschrijving, gerechtigd was tot het oud-vaderlands visrecht op de Loowaard. De advocaat van de Graskarper wees de Vof Komen erop dat in de voorafgaande leveringen van de visrechten evidente fouten zaten – de inmiddels gedefungeerde oud-notaris had ‘levering op factuur’ als titel voor de eigendomsverkrijging genoemd en had van een onverdeeld aandeel in de akte een vol visrecht gevestigd – zodat hoe dan ook geen visrecht geleverd was.

    Kennelijk is Vof Komen verhaal gaan halen bij de notaris. De notaris heeft vervolgens op grond van artikel 34 in combinatie met artikel 37 Kadasterwet een ‘verklaring van verjaring’ opgesteld en in laten schrijven in het Kadaster. Ook hiervan heeft zij de eigenaren van de betreffende percelen niet ingelicht, laat staan hen daarover geraadpleegd. Door de verjaring zou volgens de notaris Vof Komen alsnog het oud-vaderlands visrecht hebben verkregen.

    Klacht bij Kamer van Toezicht voor het Notariaat (2019)

    De benadeelden, de grondeigenaren en Visclub de Graskarper hebben tegen beide notarissen klachten ingediend daarbij gesteund door Sportvisserij Nederland.

    De Kamer van Toezicht voor het Notariaat heeft op 19 augustus 2019 uitspraak gedaan en heeft de klachten van de grondeigenaren en de Graskarper tegen beide notarissen grotendeels gegrond verklaard en heeft de notarissen een maatregel van respectievelijk een boete en een berisping opgelegd.

    Uitspraken Kamer van Toezicht

    In de uitspraken heeft de Kamer van Toezicht overwegingen opgenomen die van belang zijn voor het notariaat. Met name indien een notaris te maken krijgt met oud-vaderlandse rechten dient hij op zijn hoede te zijn.

    Onderzoek noodzakelijk tot aan de originaire verkrijging

    De Kamer van Toezicht overweegt met betrekking tot de inschrijving van oud-vaderlandse rechten: “……….. heeft de oud-notaris niet bij de op dat moment voor de oud-notaris bekende eigenaar van de betreffende kadastrale percelen geverifieerd of zij het met inschrijving van de akte van 5 juli 2005 op hun percelen eens waren. Door dit niet te doen heeft de oud-notaris de vermeend oud-vaderlandse visrechten van Wijnbelt op eenzijdige wijze vastgesteld en mist het door de oud notaris verrichte onderzoek de noodzakelijke verificatie”.

    Voorts overweegt de Kamer: “De oud-notaris was ervan op de hoogte dat de door Wijnbelt gestelde visrechten dateerden van voor 1838 en dat deze rechten nog niet eerder waren ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster. De oud-notaris had bij het door hem verrichte titelonderzoek behoren terug te gaan tot de bron: de originaire eigendomsverkrijging van de betreffende oud-vaderlandse rechten”.

    Pas op met veranderde situatie bijvoorbeeld in geval van nieuw gegraven water

    Daar waar de feitelijke situatie gewijzigd is, bijvoorbeeld door ontgrondingen of ontzandingen, dient een notaris ook op zijn hoede te zijn.

    De Kamer overweegt: “De oud-notaris was er in 2005 naar eigen zeggen ook mee bekend dat na 1957 (één of meerdere) zandwinplassen in de Loowaard zijn ontstaan. Ter zitting heeft de oud-notaris onder verwijzing naar de door hem als bijlage 9 overgelegde instructie van het Kadaster te kennen gegeven dat hij er op basis van het kadastraal verrichte onderzoek vanuit ging dat de oud-vaderlandse visrechten ook op deze plassen rusten. …………… Het had juist op de weg van de oud-notaris gelegen om, in verband met de gewijzigde situatie (de na 1957 ontstane zandwinplassen in de Loowaard) nader onderzoek te doen naar de gevolgen hiervan voor de door Wijnbelt gestelde omvang en ligging van de oud-vaderlandse visrechten, wat de oud-notaris heeft nagelaten”.

    Op grond van deze nalatigheden concludeert de Kamer: “Op grond hiervan is de Kamer van oordeel dat de oud-notaris in de uitoefening van zijn ambt, bij en voorafgaand aan het passeren en inschrijven van de akte van 5 juli 2005, zich onvoldoende zorgvuldig en nauwkeurig van de relevante omstandigheden en feiten heeft vergewist ten aanzien van het bestaan en de omvang van de door Wijnbelt gestelde oud-vaderlandse visrechten op de nu aan de erven Van Sadelhoff in eigendom toebehorende percelen”.

    De klacht wordt gegrond verklaard en aan de oud-notaris wordt de maatregel van een boete opgelegd, omdat hij al gedefungeerd is.

    Zelfstandige onderzoekplicht opvolgende notaris

    De opvolgend notaris die in 2013 de overdracht van de visrechten in het Kadaster heeft ingeschreven, wordt ook op de vingers getikt door de Kamer van Toezicht.

    De opvolgend notaris stelde dat zij aan haar onderzoekplicht en zorgplicht had voldaan door de openbare registers te raadplegen, de aankomsttitel, dan wel de laatste aktes na te lezen en op het werk van haar voorganger te vertrouwen. De Kamer van Toezicht is het niet met de notaris eens en oordeelt dat uit de aktes van 2005 opgesteld door haar voorganger niet kon worden opgemaakt of de oud-notaris wel voldoende had onderzocht en had geverifieerd of de oud-vaderlandse rechten wel rusten op eigendommen van derden. Navraag bij deze grondeigenaren was volgens de Kamer geboden.

    Kortom: indien niet uit de akte van de voorganger blijkt dat er onderzoek is gedaan naar de originaire verkrijging, dient de opvolgend notaris zelfstandig onderzoek te doen en dient hij ook de grondeigenaren waarop het oud-vaderlands recht zou rusten te benaderen.

    Stapelfout

    De notaris die op grond van artikel 34 in combinatie met artikel 37 Kadasterwet een ‘verklaring van verjaring’ opstelt en in laat schrijven in het Kadaster zonder de eigenaren van de betreffende percelen in te lichten en hen daarover te raadplegen handelt onzorgvuldig. Door te constateren dat door verjaring Vof Komen alsnog het oud-vaderlands visrecht zou hebben verkregen stapelde de notaris fout op fout. Deze notaris krijgt de maatregel van een berisping opgelegd.

    Conclusie: let op bij oud-vaderlandse rechten

    Indien een notaris het verzoek krijgt om mee te werken aan de levering, vaststelling, overdracht etc. van oud-vaderlandse rechten dient hij op zijn hoede te zijn.

    Weet ik als notaris wel voldoende van de materie af? Ben ik in staat om zelf bronnenonderzoek te doen of te laten doen tot aan de originaire verkrijging? Kan ik de archieven uitspitten zo nodig tot diep in de Middeleeuwen? Bij de geringste twijfel dient de notaris zich naar mijn mening te onthouden van het verlenen van medewerking.

    Ook dient de notaris zich voortdurend bewust te zijn van de belangen van derden waaronder de belangen van de perceeleigenaren waarop de oud-vaderlandse rechten zouden rusten. In voorkomende gevallen zal de notaris bij de perceeleigenaren moeten verifiëren of er bezwaren tegen inschrijving bestaan en zal de notaris zich terughoudend moeten opstellen.

    Ook als de feitelijke situatie na de originaire verkrijging evident gewijzigd is, bijvoorbeeld doordat na 1838 een zand- of grindgat is gegraven, dient de notaris bewust te zijn van het feit dat het geen uitgemaakte zaak is dat een oud-vaderlands recht zich ook uitstrekt over een dergelijke nieuwe situatie.

    Kortom: notarissen moeten zich bewust zijn van het risico dat zij persoonlijk lopen indien zij niet zonder grondig archief- en bronnenonderzoek, zonder inachtneming van de belangen van derden, en zonder rekening te houden met mogelijke nieuwe situaties, overgaan tot inschrijving van oud-vaderlandse rechten.

    Heb je vragen over het verrichten van ambtshandelingen in het geval van oud-vaderlandse rechten, zoals visrechten? Neem dan contact met mij op.