blog

    NOW 3.0: wat kunnen we verwachten?

    NOW 3.0: wat kunnen we verwachten?

    Het coronavirus houdt onze samenleving nog steeds stevig in zijn greep. Concessies zijn nog steeds nodig. Om de economie en werkgelegenheid te blijven steunen, heeft het kabinet bij de Kamerbrief van 28 augustus 2020 een derde tranche van een omvangrijk steun- en herstelpakket aangekondigd. Per 1 oktober 2020 is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud voor de tweede keer verlengd: de NOW 3.0.

    Waar NOW 1.0 en NOW 2.0 zagen op tegemoetkoming in de loonkosten over één tijdvak van drie maanden respectievelijk vier maanden, ziet de nieuwe regeling op tegemoetkoming over drie tijdvakken van drie maanden:

    • oktober, november en december 2020 voor het eerste tijdvak;
    • januari, februari en maart 2021 voor het tweede tijdvak;
    • april, mei en juni 2021 voor het derde tijdvak.

    Wat kunnen we van de NOW 3.0 verwachten?

    Wat is er gewijzigd?

    De voormalige NOW-regelingen hadden voornamelijk tot doel om bedrijven overeind te houden en verlies van werkgelegenheid zo veel mogelijk te voorkomen. NOW 3.0 voegt daar een nieuw doel aan toe: het bieden van steun aan bedrijven en werknemers om zich aan te passen aan de nieuwe economische situatie. Mede daarom wordt er gewerkt met afbouw.

    Afbouw vergoedingspercentage

    Het kabinet heeft besloten om de vergoedingspercentages in loonkosten geleidelijk af te bouwen. In het eerste tijdvak bedraagt het maximale vergoedingspercentage 80% van de loonsom, in het tweede tijdvak (per 1 januari 2021) zal dit 70% zijn en in het derde tijdvak (per 1 april 2021) 60%.

    Maximumvergoeding per werknemer

    Het maximum te vergoeden loon per werknemer zal in de eerste twee tijdvakken gelijk zijn aan de NOW 1.0 en NOW 2.0, te weten maximaal tweemaal het dagloon, wat neerkomt op €9.538,- per maand. In het derde tijdvak (per 1 april 2021) zal dit worden verlaagd naar maximaal één keer het dagloon per werknemer.

    Het vrijstellingspercentage

    Het kabinet is van mening dat naarmate de crisis voortduurt, bedrijven die langdurig omzetverlies lijden ook hun bedrijfsvoering moeten kunnen aanpassen. Hoewel het vergoedingspercentage van de loonkosten dus per tijdvak geleidelijk zal dalen, introduceert het kabinet daarom een ‘vrijstellingspercentage’. Dit is het percentage van de totale loonsom dat werkgevers kunnen dalen zonder dat het gevolgen heeft voor de hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten.

    Het kabinet wil werkgevers met langdurig omzetverlies op deze manier ruimte bieden om een deel van de loonsom te laten dalen, zonder dat dit ten koste gaat van de subsidie. Het vrijstellingspercentage voor de loonsom bedraagt:

    • in het eerste tijdvak 10%
    • in het tweede tijdvak 15%
    • in het derde tijdvak 20%

    Wanneer werkgevers dus onder dit vrijstellingspercentage blijven, zal er geen sprake zijn van een korting op het subsidiebedrag. Daarnaast is de korting op subsidie wegens bedrijfseconomisch ontslag van NOW 2.0 niet langer van toepassing. Het is dus mogelijk om over te gaan tot bedrijfseconomisch ontslag zonder dat dit gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie.

    Verplichtingen

    De inspanningsverplichting gericht op scholing blijft bestaan. Een nieuwe verplichting is om in het tijdvak waarin bedrijfseconomisch ontslag is aangevraagd, contact op te nemen met UWV telefoon NOW. De sanctie op het niet naleven van deze verplichting, is een korting van 5% op de subsidie.

    Naast de inspanningsverplichting blijven ook andere verplichtingen uit de NOW 2.0 van kracht. Zo blijft de vaste (forfaitaire) opslag voor de werkgeverslasten, zoals vakantiegeld en pensioenpremies, 40%. Ook ontvangen werkgevers net als in de NOW 1.0 en 2.0 na de aanvraag een voorschot van 80% van het subsidiebedrag en bij de vaststelling de overige 20%.

    Berekening omzetverlies

    Of je in aanmerking komt voor de NOW 3.0 is (blijft) afhankelijk van het omzetverlies. Er dient in het eerste tijdvak sprake te zijn van een minimale omzetdaling (die gelijk is aan die van de NOW 2.0) van 20%. Vanaf het tweede tijdvak (1 januari 2021) moet er voor deelname sprake zijn van een omzetverlies van ten minste 30%.

    Voor de berekening van het omzetverlies wordt gekeken naar de omzet van 2019. 25% van de omzet van 2019 wordt vergeleken met een periode van 3 maanden. Deze 3 maanden (ook wel de omzetperiode genoemd) mag door de werkgever zelf worden bepaald, mits:

    • de startdatum op de 1e van de maand ligt;
    • de maand van de startdatum binnen het betreffende tijdvak ligt;
    • en nog niet eerder een NOW-aanvraag is gedaan.

    NOW 3.0 aanvragen

    Tegemoetkoming vanuit de nieuwe regeling is naar verwachting vanaf 16 november 2020 aan te vragen, waarbij de aanvraag met terugwerkende kracht ingediend kan worden voor het eerste tijdvak. Het staat werkgevers vrij om voor elk tijdvak afzonderlijk een aanvraag in te dienen.

    Heb je onder de NOW 1.0 of NOW 2.0 een aanvraag ingediend? Dan kun je met behulp van de Simulatie NOW alvast een inschatting maken van hoe hoog het definitieve bedrag van jouw NOW-subsidie wordt.

    NOW 3.0 in het kort:

    NOW 3.0 geldt voor drie tijdvakken van drie maanden (9 maanden totaal);

    • Eerste tijdvak: oktober, november en december 2020
    • Tweede tijdvak: januari, februari en maart 2021
    • Derde tijdvak: april, mei en juni 2021

    Afbouw van het vergoedingspercentage;

    • Eerste tijdvak: een vergoeding van 80%
    • Tweede tijdvak: een vergoeding van 70%
    • Derde tijdvak: een vergoeding van 60%

    De maximumvergoeding per werknemer wordt per 1 april 2021 van twee keer het dagloon naar één keer het dagloon verlaagd;

    Werkgevers krijgen met de zogenoemde ‘vrijstellingspercentage’ de ruimte om in loonsom te dalen zonder dat dit gevolgen heeft voor de hoogte van de subsidie. De hoogtes hiervan zijn:

    • In het eerste tijdvak: 10% daling
    • In het tweede tijdvak: 15% daling
    • In het derde tijdvak: 20% daling

    Werkgevers bepalen in overleg met de werknemers(vertegenwoordiging) of en hoe zij de loonsom willen laten dalen;

    De verplichtingen van de NOW 2.0, zoals de inspanningsverplichting gericht op scholing, het verbod op het uitkeren van dividend en bonusuitkeringen en de opslag op de werkgeverslasten (40%) blijven gehandhaafd.

    Om in aanmerking te komen voor NOW 3.0 dient er sprake te zijn van een te verwachten omzetdaling van ten minste 20%. Voor het tweede en derde tijdvak dient de omzetdaling 30% te zijn.

    De precieze voorwaarden van de NOW 3.0 worden op dit moment nader uitgewerkt en zullen medio oktober 2020 bekend worden gemaakt. Het is daarom nog mogelijk dat er wijzigingen zullen plaatsvinden. Wij zullen je daarover op de hoogte houden.

    Ben je van plan een aanvraag in te dienen voor de NOW 3.0 en heb je hier vragen over? Neem dan gerust contact op met Marleen Koeslag of Geeke Hissink!