blog

    Oude huwelijkse voorwaarden: werken ze nog?

    Oude huwelijkse voorwaarden: werken ze nog?

    Jazeker!! En dat is in een aantal gevallen nou juist het probleem. Het komt in mijn praktijk vaker voor dat ik cliënten vraag naar hun huwelijkse voorwaarden en de inhoud daarvan. Als dat bijvoorbeeld een echtpaar betreft dat al lang bij elkaar is en waarvan de ondernemer (veelal de man) inmiddels gepensioneerd is, dan wordt na enig nadenken nog wel eens het antwoord gegeven: ‘maar die voorwaarden zijn toch niet meer van toepassing? We delen alles, er zijn geen aansprakelijkheden meer, de zaak is verkocht en we gaan na zoveel jaar niet (meer) uit elkaar.’

    Als dan de huwelijkse voorwaarden op tafel komen is nog wel eens de conclusie dat er indertijd hele strikte voorwaarden zijn gemaakt, ofwel in vakjargon: ‘koude uitsluiting’. De voorwaarden bepalen dat er geen gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten zal bestaan en dat de kosten van de huishouding naar evenredigheid van ieders inkomen worden gedeeld. Schenkingen, erfenissen en opgebouwd vermogen zijn eigendom van die betreffende echtgenoot/ echtgenote. Ieder heeft daarnaast recht op zijn/ haar eigen kleding en sieraden en in veel gevallen is dat wel de inhoud van de voorwaarden. Er wordt niet gedeeld bij uit elkaar gaan en ook niet bij overlijden. Zoals ik onlangs in huwelijkse voorwaarden uit midden jaren ’60 van cliënten las: ‘Alle zaken, welke bij de ontbinding des huwelijks of bij scheiding van tafel en bed aanwezig zijn en waarvan niet blijkt wiens eigendom zij zijn, behoren aan de man.’
    Het kan maar duidelijk zijn.

    Zeker in de jaren ’60 en ’70, maar ook tot in de jaren ’80 werd bij de tenaamstelling van onroerend goed minder kritisch gekeken naar wie eigenaar moest worden van bijvoorbeeld de echtelijke woning. Dat werd meestal de man. Ook de onderneming was en bleef veelal eigendom van de man, ondanks alle (economisch onbetaalde) inspanningen van de vrouw ten behoeve van het gezin.

    De moraal van het verhaal is dat echtgenoten indertijd vaak huwelijkse voorwaarden hebben opgemaakt vanwege de mogelijke aansprakelijkheid van de ondernemer, maar dat de huwelijkse voorwaarden na zoveel jaar huwelijk vaak niet meer aansluiten bij hun wensen. Als dan het argument van ‘gelijkheid’ niet werkt omdat ‘we na zoveel jaar toch niet (meer) uit elkaar gaan‘ kan nog een fiscaal argument worden ingezet: besparing van erfbelasting voor de kinderen. Kinderen hebben voor de erfbelasting een vrijstelling per kind en per nalatenschap van hun ouders van € 20.047,- (cijfers 2015). Daarboven geldt tot € 121.296,- een tarief van 10% en daarboven 20%. Er is dus sprake van een progressief belastingsysteem.
    Als de vermogens van de ouders zo zijn verdeeld dat de ene ouder (de voormalig ondernemer) een groot vermogen heeft en de andere ouder een klein vermogen heeft, dan gelden die verhoudingen ook als het gaat om hun nalatenschappen. Omdat de kinderen dan in de ene nalatenschap veel erven en in de andere nalatenschap weinig, kan het goed zijn dat én niet optimaal gebruik wordt gemaakt van hun vrijstellingen én dat een (te) groot deel van hun verkrijging is belast met 20% erfbelasting. In de andere nalatenschap met het lagere saldo was dan wellicht nog ‘ruimte’ over in de 10% schijf. Er is dan door de kinderen per saldo méér erfbelasting verschuldigd dan wanneer de ouders bij overlijden een gelijk vermogen hadden gehad.

    Naast de hiervoor genoemde redenen om ‘oude’ huwelijkse voorwaarden  aan te passen, bijvoorbeeld door toevoeging van ‘finale’ verrekenbedingen bij echtscheiding en/ of overlijden, kunnen er ook andere redenen zijn om die huwelijkse voorwaarden aan te passen.
    Wat dat betreft gaat de vergelijking met veel alledaagse ‘producten’ op: ze blijven het wel doen, maar na verloop van jaren veranderen de wensen van partijen, de situatie waarin zij verkeren en de technieken waarmee kan worden gewerkt, zodat het verstandig is om van tijd tot tijd één en ander tegen het licht te houden.