blog

    Overnamekrediet van miljoenen op de "blauwe ogen"

    Overnamekrediet van miljoenen op de

    Onlangs heb ik een klant begeleid bij de aankoop van een concurrerend bedrijf. Het betrof een deal van tientallen miljoenen. Een deel van de koopsom leende hij bij de bank. Tot mijn verbazing kreeg hij de best mogelijke deal: lage rente, nauwelijks zekerheden en nauwelijks onderbouwing nodig. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?

    Een advocaat? Die had de klant nog nooit nodig gehad, ze regelden altijd alles netjes met de klant of leverancier, want ze wilden immers altijd met elkaar verder en zo niet dan regelden ze het netjes want in de kleine branche kwam je elkaar toch weer tegen. Groot was de scepsis van de klant dan ook dat ik hem werd opgedrongen door hun accountant toen zij een miljoenenovername wilden gaan doen. Ik mocht op audiëntie komen, werd enigszins argwanend bekeken en de eerste lelijke opmerkingen over advocaten waren al gemaakt voordat de koffie goed en wel was ingeschonken. Ik vond het wel vermakelijk want ik besefte heel goed dat dit niet persoonlijk was bedoeld. Toen hij was uitgeraasd vroeg ik of ik in ieder geval mijn koffie nog op mocht drinken en dat ik maar aannam dat hij nog nooit een advocaat had getroffen die naar zijn mening van toegevoegde waarde was geweest. Vervolgens heb ik enkele inhoudelijke opmerkingen gemaakt over de intentieovereenkomst die de klant had ondertekend zonder zijn adviseurs te raadplegen. Ik gaf aan waar ik de val zag die voor hem was gezet voor definitieve afspraken in de koopovereenkomst en wat alternatieven hoe hij die kon vermijden. Dat kon hij kennelijk wel waarderen. Verder heb ik vooral vragen gesteld: wat nu als de verkopende partij wilde gaan concurreren (antwoord: doen ze niet, hebben ze beloofd), wat als de cijfers niet blijken te kloppen (antwoord: ze hebben hun woord gegeven) etc. etc.

    Ik kwam er tijdens het boekenonderzoek achter dat in de branche van de klant en het targetbedrijf, contracten met leveranciers en afnemers heel ongebruikelijk zijn. Ook bij het targetbedrijf waren geen contracten. Als advocaat vond ik dat fascinerend. Ik leerde dat de sector vooral een vertrouwensbusiness is, dat daar geen contracten voor nodig zijn en dat dat al tientallen jaren probleemloos ging. Mooi dat dat (nog) bestaat.

    Vervolgens voerde de accountant de gesprekken met de bank over de overnamefinanciering. De klant kreeg het na twee bezoeken voor elkaar een extreem lage rente te onderhandelen voor de aankoop van een bedrijf waar nota bene geen schriftelijke contracten aan ten grondslag lagen (geen klanten, geen leverancierscontracten). 

    De contractonderhandelingen voor de overname verliepen vervolgens puur: geen spelletjes, af en toe een harde clash en dan vonden partijen elkaar weer zodra elkaars belangen duidelijk waren, dan werd uiteindelijk een oplossing gevonden. 

    Wat was nu het geheim van de goede deal van de klant met de bank en uiteindelijk een afgewogen overnamecontract met dito aandeelhoudersovereenkomst. Zowel de klant als de verkopers hadden een al generaties bestaand familiebedrijf. Voor de bank bleek dat resultaten uit het verleden vertrouwen voor de toekomst geven en in zekere zin het krediet op de “blauwe ogen” kon worden verstrekt. Het werd nog wel even spannend. De test van de compliance afdeling bij de bank dreigde roet in het eten te gooien. Gevraagd naar de hoogst genoten opleiding had mijn klant namelijk ingevuld: “goedkoop inkopen en duur verkopen”. Dat stond kennelijk niet standaard in de checklist. Gelukkig bleek dat antwoord goed genoeg om een paar miljoen te kunnen lenen. Met goedkoop inkopen en duur verkopen hadden de vorige twee generaties en hij het bedrijf immers groot gemaakt. En voortaan belt hij mij af en toe onderweg naar een klant of naar huis, om even te sparren. Als trusted advisor, zoals dat zo mooi heet. Dat hoort ook bij het familiebedrijf.