blog

    Participeert het management als aandeelhouder? Update de “bad leaver-bepalingen”

    Eefke Mulder
    Eefke MulderPublicatiedatum: 15 oktober 2015
    Participeert het management als aandeelhouder? Update de “bad leaver-bepalingen”

    Met de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015 en de wijziging van het ontslagrecht is het oude artikel 7:685 Burgerlijk Wetboek (BW) vervallen. Dat artikel betrof de beëindiging van een arbeidsovereenkomst vanwege “gewichtige redenen”. Bestaande management- en aandeelhoudersovereenkomsten verwijzen echter vaak naar dat wetsartikel, met name in bepalingen die een directeur-aandeelhouder verplichten de aandelen te koop aan te bieden bij beëindiging van de bestuurspositie. Reden om deze bepalingen te updaten.

    Aanbiedingsplicht

    In veel innovatieve ondernemingen participeert het bestuur als (minderheids)aandeelhouder. Om te voorkomen dat een bestuurder aandeelhouder blijft na beëindiging van zijn of haar management- of arbeidsovereenkomst, spreken de aandeelhouders in de participatieovereenkomst doorgaans af dat de vertrekkend bestuurder (de “leaver”) zijn of haar aandelen ter overname aan hen moet aanbieden. Zogenaamde “leaver-bepalingen”.

    Bad Leaver

    Eindigt de arbeids- of managementovereenkomst op grond van redenen die bijvoorbeeld overwegend aan de bestuurder te wijten zijn, of in diens risicosfeer liggen, spreekt men van een “bad leaver”. Voor deze bad leaver gelden doorgaans slechtere voorwaarden voor de overdracht van de aandelen, zoals een lagere verkoopprijs. Bij de kwalificatie van een “bad leaver” is in de overeenkomsten vaak aansluiting gezocht bij artikel 7:685 Burgerlijk Wetboek (BW) over gewichtige redenen voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Nu deze bepaling echter is komen te vervallen, is de vraag wanneer dan nog sprake van een “bad leaver”.

    Uitleg en risico´s

    Bij een conflict zal de betreffende bad leaver-bepaling uitgelegd moeten worden aan de hand van alle omstandigheden van het specifieke geval. De vraag die -ook in een eventuele gerechtelijke procedure- beantwoord moet worden, is: welke betekenis mogen partijen in redelijkheid aan deze bepaling toekennen? Dat brengt dus onzekerheid over de uitkomst met zich.

    Ons advies

    Wij raden daarom aan de bad leaver-bepalingen in de bestaande management- en/of aandeelhoudersovereenkomsten na te kijken. Staat daar een verwijzing in naar artikel 7:685 BW of naar ontslag op grond van gewichtige redenen, dan is het wijs de overeenkomst aan te passen. Dat kan met een simpel addendum op de overeenkomst waarin de aandeelhouders met elkaar afspreken hoe de bad leaver-bepaling moet worden uitgelegd met het wegvallen van artikel 7:685 BW. Wanneer moet de vertrekkend bestuurder zijn of haar aandelen ter overname aanbieden, en tegen welke voorwaarden? Verduidelijk je de bad leaver-bepaling niet, dan kan dat tot een (extra) conflict leiden over de vraag of een vertrekkend bestuurder de aandelen aan moet bieden en tegen welke prijs: op basis van bijvoorbeeld de marktwaarde, met een strafkorting of tegen nominale waarde? Deze onduidelijkheid kan je duur komen te staan, maar kan ook eenvoudig voorkomen worden.