blog

    Steunstichting: Pas op met een te grote verwevenheid met de vereniging

    Eefke Mulder
    Eefke MulderPublicatiedatum: 8 december 2013

    Wanneer een sportvereniging de ambitie heeft om haar leden op top­niveau te laten spelen, komt vaak de vraag op: moeten we daar geen aparte stichting voor oprichten? De leidende gedachte is dan door­gaans dat mogelijke financiële risico’s van topsport daarmee kun­nen worden beperkt. Die gedachte kan juist zijn, maar als vereniging en stichting in de praktijk niet of onvoldoende gescheiden functio­neren, zou de vereniging nog wel eens bedrogen uit kunnen komen.

    Wanneer een stichting wordt opgericht om bepaalde activiteiten van de sportvereniging te ondersteunen, wordt wel gesproken over een ‘steunstichting’. Dat is een stichting die in haar statuten als doel heeft geformuleerd om (bepaalde activiteiten van) de vereniging te ondersteunen. In de situatie van een topsportstichting zou dat doel bijvoorbeeld kunnen omvatten: het bepalen en uitvoeren van het topsportbeleid voor de eerste seniorenteams van de vereniging, het verwerven van inkomsten van sponsoren en subsidies, het op­treden als werkgever voor personen die op het hoogste niveau werkzaam zijn als speler, trainer, coach.

    Hoewel de stichting een zelfstandige rechtspersoon vormt naast de vereniging, met eigen rechten en plichten, is zij via deze statutaire doelomschrijving dus wel met de vereniging verbonden. De vereni­ging kan vervolgens bepaalde activiteiten overhevelen naar de stichting die daar binnen de grenzen van de statutaire doelomschrijving naar eigen inzicht uitvoering aan kan geven.

    De verbinding tussen vereniging en stichting

    Waar binnen de vereniging het bestuur jaarlijks rekening en ver­antwoording aan de algemene ledenvergadering moet afleggen, hoeft het bestuur van de stichting dat niet. Dit geeft haar de nodige slagkracht, maar kan er ook toe leiden dat het bestuur van de stich­ting besluiten neemt die het verenigingsbestuur en de leden graag anders hadden gezien.

    De vereniging wil dan ook vaak nog een vinger in de pap houden bij bepaalde activiteiten van de stichting. Daartoe worden dan con­trolemechanismen ingebouwd die moeten voorkomen dat het stich­tingsbestuur te veel een van de vereniging onafhankelijke koers kan varen. Dat gebeurt in de eerste plaats in de statuten. Zo kan worden gekozen voor het instellen van een raad van commissarissen waarin enkele leden van de vereniging zitting hebben, die toezicht houdt op het handelen van het stichtingsbestuur. Daarnaast wordt geregeld in de statuten een lijst van onderwerpen opgenomen waarover het stichtingsbestuur enkel besluiten kan nemen na voorafgaande goedkeuring van het vereni­gingsbestuur of de raad van commissarissen (zoals bijvoorbeeld de benoeming van de stich­tingsbestuurders). In de tweede plaats is het raadzaam om in een overeenkomst tussen ver­eniging en stichting de wijze waarop zij met elkaar samenwerken nader uitte werken.

    Doorbraak van aansprakelijkheid

    Een vergroting van de slagkracht van bestuur, financiële transparantie of fiscale voorde­len zijn mogelijke overwegingen voor oprichting van een steunstichting. De belangrijkste reden voor verenigingen om een steunstichting voor topsportactiviteiten op te richten is doorgaans echter het beperken van financiële risico’s voor de vereniging. Topsport kost geld en zal dan ook grotere financiële verplichtingen met zich kunnen brengen.

    Een voorbeeld ter verduidelijking. Ingrijpende verplichtingen zoals bijvoorbeeld een ar­beidsovereenkomst met een trainer/coach, worden dan door de stichting als werkgever aan­gegaan. Mocht de stichting de verplichting tot betaling van loon op enig moment niet meer kunnen nakomen, dan is de vereniging daar -in beginsel- niet voor aansprakelijk’. ‘In be­ginsel’, omdat het risico dat de vereniging alsnog tot betaling van loon of afdracht loonbe­lasting en premies wordt aangesproken niet geheel is uitgesloten.

    In welke mate er dergelijke `doorbraak’ risico’s voor de vereniging bestaan, hangt af van de mate van verwevenheid tussen de vereniging en stichting. Wanneer de verwevenheid tussen de vereniging en de stichting dermate vergaand is dat -in voornoemd voorbeeld -fei­telijk sprake is van werkgeverschap van de vereniging, dan bestaat een reëel risico dat een civiele rechter en/of de fiscus door de ‘constructie’ van vereniging en steunstichting ‘heen kijkt’: de vereniging zal dan mogelijk als werkgever worden aangemerkt zodat de vereniging door de rechter tot betaling van loon kan worden veroordeeld en/of de fiscus aan de ver­eniging een naheffingsaanslag kan opleggen.

    Om het voordeel van beperking van aansprakelijkheidsrisico’s voor de vereniging zo groot mogelijk te maken, is het dus raadzaam om de vereniging en stichting ook daadwerkelijk ge­scheiden te laten functioneren. Zij moeten zelf uitvoering geven aan de door hen aangegane verplichtingen en niet elkaars taken en verantwoordelijkheden invullen en uitvoeren. Hier­door zou de beoogde transparantie namelijk kunnen verdwijnen en zou een te vergaande verwevenheid kunnen ontstaan. In voornoemd voorbeeld is dus van belang dat de stichting zich ook daadwerkelijk als werkgever gedraagt (en niet de vereniging). (Het bestuur van) de stichting onderhandelt met de trainer, maakt de afspraken, sluit het contract, betaalt loon, verzorgt fiscale afdrachten en voert functioneringsgesprekken. Daarbij kan het bestuur van de vereniging betrokken worden (door het in de gelegenheid te stellen tot advisering); de eindverantwoordelijkheden moeten echter bij de stichting blijven liggen.

    Een steunstichting kan zeer nuttig zijn voor een vereniging, ook op het gebied van risico­beperking. Voor dit laatste is wel van belang dat wordt voorkomen dat tussen stichting en vereniging een te vergaande verwevenheid ontstaat, door ingrijpende verbindingen in or­ganisatie en structuur, en door het feitelijk handelen van de bestuurders die onvoldoende rekenschap geven van de zelfstandigheid van de twee rechtspersonen. Het is een kunst per geval het juiste evenwicht te vinden tussen de onafhankelijkheid van de stichting en haar verbindingen met de vereniging.