blog

    Ruzie over erfenis: familieleden zijn niet te vertrouwen!

    Helmy Schellens
    Helmy SchellensPublicatiedatum: 9 november 2017
    Ruzie over erfenis: familieleden zijn niet te vertrouwen!

    De ruzies over erfenissen nemen toe en steeds vaker leidt dat tot procedures. Als erfrecht advocaten willen we graag onze ervaringen met je delen en je tips geven waar je jouw voordeel mee kunt doen als je in een nalatenschap betrokken bent. In dit blog een waargebeurde casus die bewijst hoe belangrijk het is om afspraken binnen familie goed vast te leggen en niet te vertrouwen op mondelinge toezeggingen. Lees hierna hoe Karel financieel gedupeerd werd door zijn broer en zus na het overlijden van zijn ouders.

    Karel investeert geld in ouderlijk huis

    Karel woont in bij zijn ouders. Hij heeft een goede baan en aanzienlijke bedragen kunnen sparen. Hij betaalt kostgeld aan zijn ouders. Hij heeft nog 2 andere broers en 2 zussen met wie hij goed contact heeft. Zijn ouders hebben een eigen huis en zijn niet zo kapitaalkrachtig. Er moet het nodige opgeknapt worden aan het huis. Karel besluit zijn ouders te helpen en in de jaren 2000 – 2005 wordt met het spaargeld van Karel de keuken vernieuwd, het huis geschilderd, kozijnen vernieuwd, dubbel glas geplaatst en een cv ketel vervangen. Karel bewaart alle rekeningen die al gauw op € 75.000,– uitkomen. Ouders blij en ook zijn broers en zussen waarderen wat hij heeft gedaan. “Je krijgt het terug als we dood zijn”, zo vertellen de ouders aan Karel. Karel vertrouwt daarop. Er is wel eens met een notaris gesproken over het verkopen van het huis aan Karel waarbij de investeringen zouden worden verrekend met de koopsom, maar één broer wilde niet dat Karel het huis kocht en dat was voor de ouders reden om dat niet te doen. De laatste jaren was Karel, naast zijn baan, druk met het verzorgen van zijn ouders die steeds meer hulp nodig hadden. De broers en zussen vonden het allang fijn dat Karel er altijd was.

    Karel wil zijn geld terug na overlijden ouders

    Na het overlijden van de laatste ouder in februari 2017 roept Karel zijn broers en zussen bij elkaar. Hij brengt zijn geïnvesteerde € 75.000,– ter sprake, als schuld van de nalatenschap aan hem en hij laat ook alle facturen zien. Dat bedrag zou gemakkelijk betaald kunnen worden uit de verkoopopbrengst van het ouderlijk huis. Dankzij de goede staat van onderhoud van het huis was het snel verkocht en de opbrengst was € 500.000,–.
    Inmiddels waren echter de verhoudingen met één broer en zus wat bekoeld en zij gingen niet akkoord met betaling van € 75.000,– aan Karel. Volgens hen was er geen sprake van een geldlening van Karel aan zijn ouders. Karel moest dat eerst maar eens bewijzen. Een vordering van Karel wegens ongerechtvaardigde verrijking van de ouders was ook al lang verjaard, zo hadden de broer en zus van een jurist gehoord. Ook stelden ze dat mogelijk sprake was geweest van een schenking van Karel. De andere broer en zus wilden de lieve vrede bewaren en bleven neutraal.

    Wat zijn de kansen van Karel op succesvolle incassering van zijn vordering?

    Karel kwam bij mij met dit verhaal en vroeg wat zijn kansen waren om zijn geld terug te krijgen. Helaas moest ik Karel vertellen dat dat niet gemakkelijk zou zijn. Er was immers niets vastgelegd tussen Karel en zijn ouders over het terugbetalen van de investeringen en Karel kon niet bewijzen dat er sprake was van een geldlening.  Een vordering wegens ongerechtvaardigde verrijking verjaart 5 jaar nadat Karel bekend was met de verrijking/investering en die termijn was ook al verstreken. De redelijkheid en billijkheid zouden nog soelaas kunnen bieden, maar als de broer en zus daar niet gevoelig voor zijn, moet Karel toch gaan procederen en dat is niet zonder risico, belastend en kostbaar. De juridische opstelling van de broer en zus vind ik beneden alle peil, maar daar koopt Karel niks voor.

    Moraal van het verhaal:

    Vertrouwen in familieleden is goed, maar schriftelijk vastleggen van afspraken tussen familieleden is beter. Dat hoeft geen ingewikkelde overeenkomst te zijn.
    Voldoende zou zijn geweest als Karel en zijn ouders hadden opgeschreven dat zijn ouders aan hem een schuld hadden van € 75.000,– wegens gedane investeringen in het huis en dat die schuld na overlijden van de langstlevende ouder zou worden terugbetaald. Niet alleen was er dan geen juridisch geschil ontstaan, ook zou de familie niet verscheurd zijn.

    Heb je een vraag over een erfenis of wil je meer informatie over hoe je een situatie als die van Karel kunt voorkomen, neem dan vrijblijvend contact op met mij of met mijn collega Mr. Anouk van Dijk. Ben je geïnteresseerd in mijn andere blogs, klik dan op deze link.