blog

    Steunvordering weg ermee!

    Steunvordering weg ermee!

    Het doel van een faillissement is om het vermogen van de failliet te verdelen onder zijn schuldeisers. Hierdoor zal een faillissement niet worden uitgesproken als er slechts sprake is van één schuldeiser. Wanneer een schuldeiser een faillissement aanvraagt, zal hij dus moeten aantonen dat de schuldenaar nog minimaal één andere schuldeiser heeft: er moet een steunvordering zijn. Maar is dat wel wenselijk?

    Vereisten steunvordering 

    Het is een wijdverspreid misverstand dat een vordering van een andere schuldeiser alleen als steunvordering kan dienen als deze schuldeiser hieraan mee wil werken. Dit is niet het geval. Als de schuldeiser die het faillissement aanvraagt, kan aantonen dat de schuldenaar minimaal één andere schuld heeft, is dit voldoende. Hiervoor is medewerking van de andere schuldeiser niet vereist. Van een steunvordering is bovendien al snel sprake. Zo hoeft de steunvordering niet opeisbaar te zijn, hoeft de omvang niet vast te staan en hoeft de tweede schuldeiser zelfs geen belang te hebben bij het faillissement (dit is het geval als de steunvordering volledig is gedekt door zekerheden).

    Bevestiging pluraliteitsvereiste door de Hoge Raad

    Dat een faillissement slechts kan worden uitgesproken als sprake is van meer dan één schuldeiser (het zogenaamde “pluraliteitsvereiste”) is niet in de wet opgenomen. De wet bepaalt uitsluitend dat een schuldenaar die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, failliet wordt verklaard. Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat van deze toestand alleen sprake kan zijn als er sprake is van meer dan één schuldeiser. In een arrest van 24 maart jl. heeft de Hoge Raad dit nogmaals bevestigd.

    Weg met de steunvordering

    Ook in dit recente arrest blijft de Hoge Raad dus strikt vast houden aan het vereiste dat een faillissement slechts kan worden uitgesproken als er meer dan één schuldeiser is. Vrijwel iedere (rechts)persoon die aan het economische verkeer deelneemt, heeft echter op elk moment meer dan één schuldeiser. Voor een schuldeiser kan het desondanks moeilijk zijn om dit aan te tonen omdat hij geen inzicht heeft in de administratie van de schuldenaar. En als de schuldeiser dan een steunvordering gevonden heeft, kan de schuldenaar het faillissement alsnog voorkomen en de aanvrager frustreren door deze steunvordering snel te betalen.

    Het vereiste dat bij een faillissementsaanvraag sprake moet zijn van een steunvordering is wat mij betreft een wassen neus en biedt de kwaadwillende schuldenaar slechts een ontsnappingsroute om aan een faillissement te ontkomen. Een reden hiervoor kan bijvoorbeeld zijn dat de bestuurder van de schuldenaar vreest dat hij aansprakelijk zal worden gesteld door de curator. Een curator heeft namelijk meer juridische mogelijkheden dan een individuele schuldeiser om een bestuurder aansprakelijk te stellen. Ik zou het dan ook toejuichen als de Hoge Raad niet langer zo strikt aan het pluraliteitsvereiste zou vasthouden. Met name de schuldenaar met minder goede bedoelingen zal hier uiteindelijk last van hebben. Dit zou toch ook de Hoge Raad moeten aanspreken.