blog

    Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen: tegenstrijdig belang

    Vincent van Geel
    Vincent van Geel Publicatiedatum: 4 mei 2021 Laatste update: 28 juni 2021
    Afbeelding voor Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen: tegenstrijdig belang

    Per 1 juli 2021 treedt de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (hierna: WBTR) in werking. De wetgever probeert met de invoering van de WBTR (voornamelijk) de kwaliteit van bestuur en toezicht bij de stichting en de vereniging te verbeteren.

    In deel 1 van deze blogreeks besprak ik in het kort de belangrijkste bepalingen van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen. In dit deel ga ik nader in op wat tegenstrijdig belang is. Verder geef ik een toelichting op de tegenstrijdig belang-regeling voor de vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij, zoals deze per 1 juli 2021 door de inwerkingtreding van de WBTR zal gelden.

    Tegenstrijdig belang

    Wat is een (persoonlijk) tegenstrijdig belang?

    Een bestuurder van een rechtspersoon heeft volgens de wet een tegenstrijdig belang wanneer hij/zij een (direct of indirect) persoonlijk belang heeft, dat tegenstrijdig is met het belang van de rechtspersoon en de met deze rechtspersoon verbonden onderneming/organisatie. Ter illustratie het volgende voorbeeld.

    Piet is bestuurder van BV A. Piet wil zijn eigen auto als bedrijfsauto gaan gebruiken en zal deze daarom aan BV A verkopen. Piet heeft bij deze transactie twee verschillende petten op: hij treedt enerzijds (in privé) op als verkoper en anderzijds treedt hij op als bestuurder van BV A (de koper). Piet kan om die reden ook twee verschillende belangen hebben. Piet heeft er zelf belang bij zijn auto voor een zo hoog mogelijk bedrag te verkopen aan BV A, maar Piet heeft er als bestuurder van BV A belang bij de auto voor een zo laag mogelijk bedrag te kopen. Als bestuurder van BV A kan Piet worden geacht een tegenstrijdig belang te hebben.

    Wat moet worden verstaan onder een direct of indirect persoonlijk belang wordt in de wet niet nader uitgewerkt. Voor deze invulling moet worden teruggevallen op de rechtspraak.

    De Hoge Raad heeft in het Bruil-arrest omschreven wanneer sprake is van een direct of indirect (persoonlijk) tegenstrijdig belang van een bestuurder (of commissaris). Uit de omstandigheden van het geval moet volgens de Hoge Raad blijken dat een bestuurder een persoonlijk belang heeft of betrokken is bij een ander belang dat niet parallel loopt met het belang van de rechtspersoon. De bestuurder kan daardoor niet in staat moet worden geacht het belang van de rechtspersoon te bewaken op een wijze die van een integer en onbevooroordeeld bestuurder mag worden verwacht.

    Als we de maatstaf uit het arrest toepassen op de casus zien we dat Piet een direct persoonlijk tegenstrijdig belang heeft bij de voorgenomen transactie. Om die reden mag Piet als bestuurder van BV A niet deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming met betrekking tot de koop van zijn auto door BV A.

    De tegenstrijdig belang-regeling

    Vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij

    De WBTR past de huidige tegenstrijdig belang-regeling voor de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij aan.

    Op dit moment geldt voor deze rechtspersonen nog dat, wanneer sprake is van een tegenstrijdig belang van een of meer bestuurders (of commissarissen), de algemene vergadering een of meerdere personen kan aanwijzen om de rechtspersoon te vertegenwoordigen. De WBTR introduceert voor de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij een tegenstrijdig belang-regeling die vergelijkbaar is met de bestaande regeling voor de BV en NV.

    Concreet betekent dit dus dat een bestuurder van een vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij met een tegenstrijdig belang niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming voor het betreffende besluit.

    Escalatieregeling

    Het is denkbaar dat alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben, waardoor het bestuur geen besluiten meer kan nemen. Om te voorkomen dat in een dergelijk geval geen besluitvorming meer kan plaatsvinden is de zogenaamde ‘escalatieregeling’ in het leven geroepen. Deze escalatieregeling regelt het volgende:

    1. Als vanwege het tegenstrijdig belang van de enig of alle bestuurders geen bestuursbesluit kan worden genomen, dan neemt de raad van commissarissen het besluit;
    2. In het geval geen raad van commissarissen is ingesteld of de raad van commissarissen ook geen besluit kan nemen vanwege een tegenstrijdig belang neemt de algemene vergadering het besluit, tenzij in de statuten van de rechtspersoon anders is bepaald.

    Stichting

    De stichting kent momenteel geen wettelijke tegenstrijdig belang-regeling. Deze wordt geïntroduceerd met de komst van de WBTR. Voor de stichting pakt de regeling onder omstandigheden anders uit, omdat de stichting geen algemene vergadering heeft.

    Met invoering van de WBTR geldt ook voor stichtingen dat een bestuurder met een tegenstrijdig belang niet deelneemt aan de beraadslaging en de besluitvorming voor het betreffende besluit. Als hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de raad van commissarissen. Als er geen raad van commissarissen is ingesteld of de raad van commissarissen ook geen besluit kan nemen, is het bestuur toch bevoegd te besluiten. Het bestuur dient in dat geval de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk vast te leggen.

    Na invoering van de WBTR is het (deels) mogelijk om af te wijken van de wettelijke tegenstrijdig belang-regelingen, maar hier zijn beperkingen aan verbonden.

    Aandachtspunten voor de statuten

    De bestaande vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij dient na te gaan of haar statuten in lijn zijn met de nieuwe wettelijke regeling. Op statutaire tegenstrijdig belang-regelingen die in strijd zijn met de nieuwe wettelijke regelingen, kan namelijk geen beroep meer worden gedaan als de WBTR is ingevoerd. Bij strijd tussen de statutaire regeling en de wettelijke regeling geldt de wettelijke regeling. Het is niet verplicht statuten hierop aan te passen, maar dit kan wel wenselijk zijn om onduidelijkheid tussen de betrokkenen te voorkomen.

    Gevolgen nieuwe wettelijke regeling

    Vernietigbaar besluit/ongeldige vertegenwoordiging

    Met invoering van de WBTR heeft een eventueel tegenstrijdig belang bij de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij alleen nog invloed op de rechtsgeldigheid van de besluitvorming. Deze regelingen hebben geen invloed meer op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van bestuurders.

    In het geval een bestuurder of commissaris een tegenstrijdig belang heeft, maar toch deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming, dan is het besluit vernietigbaar. Een belanghebbende zou vernietiging van het besluit kunnen vorderen, op grond waarvan het niet meer geldig is.

    Als de rechtspersoon bij een tegenstrijdig belang toch wordt vertegenwoordigd op grond van de oude tegenstrijdig belang-regeling kan sprake zijn van een ongeldige vertegenwoordiging. Dit kan ertoe leiden dat de rechtspersoon in kwestie niet is gebonden aan de verrichte handeling.

    Quorum- en meerderheidsvereisten

    De nieuwe wettelijke regeling kan in sommige gevallen ook een invloed hebben op quorum- en meerderheidsvereisten (indien deze in de statuten zijn opgenomen). Het geval kan zich voordoen dat door de tegenstrijdig belang-regeling een quorum- of meerderheidsvereiste niet wordt gehaald, omdat bijvoorbeeld maar een deel van de bestuurders kan deelnemen aan de besluitvorming. De eerder besproken ‘escalatieregeling’ treedt in dat geval in beginsel niet in werking (de bevoegdheid tot het nemen van een besluit wordt dus niet aan een ander orgaan toegekend), omdat het bestuur formeel bevoegd blijft te besluiten. Gevolg kan zijn dat het besluit niet met het vereiste quorum of de vereiste meerderheid kan worden genomen.

    Om te voorkomen dat besluitvorming in een dergelijk geval onmogelijk blijft, kan in de statuten worden bepaald dat een tegenstrijdig belang kwalificeert als een geval van ‘belet’ (op grond waarvan tijdelijke vervanging voor de bestuurders met tegenstrijdig belang kan worden aangewezen) of kan ervoor worden gekozen om het quorum- of meerderheidsvereiste niet te koppelen aan het aantal in functie zijnde bestuurders of commissarissen, maar aan het aantal dat deelneemt aan de beraadslaging en besluitvorming. Het bestuur kan in beide gevallen dan alsnog het besluit nemen.

    Blogreeks ‘Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR)’

    Per 1 juli 2021 treedt de WBTR in werking. De wetgever probeert met de invoering van de WBTR (voornamelijk) de kwaliteit van bestuur en toezicht bij de stichting en de vereniging te verbeteren. Daarnaast worden met invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen ook diverse regelingen voor de coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, de BV en de NV aangepast.

    In deze blogreeks gaan wij uitgebreid in op de WBTR. De volgende onderwerpen komen aan bod:

    Vragen?

    Vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Vincent van Geel of een van onze andere experts op het gebied van het ondernemingsrecht. Wil je deze blogs automatisch in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief Ondernemerszaken om op de hoogte gehouden te worden.

    Mag ik je op de hoogte houden?

    Schrijf je in voor onze blog updates

    Afbeelding voor Wiebe van de Rijt