blog

    WHOA: het verweer van de tegenstemmende schuldeiser

    WHOA: het verweer van de tegenstemmende schuldeiser

    Een schuldeiser kan er voor zorgen dat een akkoord niet tot stand komt, ondanks dat de meerderheid vóór het akkoord heeft gestemd. De schuldeiser zal in dat geval de rechtbank moeten verzoeken om de homologatie van het akkoord te weigeren. Wanneer heeft het verweer van een tegenstemmende schuldeiser kans van slagen?

    De homologatie

    Zodra ten minste één klasse van schuldeisers met het akkoord heeft ingestemd, kan de schuldenaar de rechtbank verzoeken om het akkoord goed te keuren. Dit wordt de “homologatie van het akkoord” genoemd en is de laatste stap in het WHOA-traject. Zodra het akkoord door de rechtbank is gehomologeerd, is het akkoord definitief en kunnen schuldeisers het akkoord niet meer aantasten.

    Wel biedt de Faillissementswet schuldeisers de mogelijkheid om voordien de rechtbank te verzoeken om de homologatie af te wijzen op grond van algemene of aanvullende afwijzingsgronden. Dit kan ook als de meerderheid van de schuldeisers vóór het akkoord heeft gestemd.

    Algemene en aanvullende afwijzingsgronden

    De Faillissementswet bepaalt in welke gevallen de rechtbank een verzoek tot homologatie moet afwijzen. Hiervan is sprake als een algemene of aanvullende afwijzingsgrond zich voordoet. De rechtbank moet algemene afwijzingsgronden uit zichzelf (“ambtshalve”) toetsen. Aanvullende afwijzingsgronden worden uitsluitend op verzoek van een schuldeiser getoetst.

    Algemene afwijzingsgronden

    Op grond van de algemene afwijzingsgronden wordt een akkoord onder andere afgewezen als de schuldenaar niet verkeert in de toestand waarin het aannemelijk is dat hij zijn schulden niet langer kan betalen, als de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd, als bepaalde verplichtingen niet zijn nagekomen of als sprake is van bedrog.

    Ondanks dat de rechtbank deze afwijzingsgronden ambtshalve moet toetsen, kan het toch van belang zijn om de rechtbank op het bestaan van een afwijzingsgrond te wijzen. Zo kan worden voorkomen dat de rechtbank een afwijzingsgrond ten onrechte over het hoofd ziet en het akkoord toch wordt gehomologeerd.

    Aanvullende afwijzingsgrond: Redelijk akkoord

    Een tegenstemmende schuldeiser kan de rechtbank verzoeken om het akkoord af te wijzen omdat de schuldeiser bij een faillissement van de schuldenaar beter af is dan bij het aangeboden akkoord. Als een schuldeiser bij een faillissement beter af is, is een WHOA-akkoord al snel onredelijk. Dit is reden om het akkoord niet te homologeren. Op deze aanvullende afwijzingsgrond kan een beroep worden gedaan door alle schuldeisers die tegen hebben gestemd of die ten onrechte niet mochten stemmen.

    Aanvullende afwijzingsgrond: Tegenstemmende klasse

    Het akkoord kan ook worden opgelegd aan een klasse die niet met het akkoord heeft ingestemd. De homologatie kan immers al worden verzocht als één klasse van schuldeisers  heeft ingestemd. Om de belangen van de schuldeisers in een tegenstemmende klasse te waarborgen, kent de Faillissementswet enkele aanvullende afwijzingsgronden waarop een beroep kan worden gedaan door die schuldeisers. De rechtbank wijst in dat geval de homologatie af als:

    1. Een klasse van schuldeisers uit het MKB minder dan 20% van hun vordering ontvangt, tenzij daarvoor een zwaarwegende grond is;
    2. wordt afgeweken van de wettelijke rangorde van schuldeisers, tenzij hiervoor een redelijk grond bestaat;
    3. de schuldeisers niet het recht hebben om te kiezen voor een uitkering in geld ter hoogte van het bedrag dat zij bij een faillissement waarschijnlijk zouden ontvangen;
    4. een professionele financier met een pand- of hypotheekrecht, in het kader van een wijziging van hun rechten, aandelen krijgt aangeboden en niet kan kiezen voor een uitkering in een andere vorm. Deze professionele partij kan zich niet beroepen op de afwijzingsgrond onder 3.

    Schuldeiser kom op tijd in actie!

    Een schuldeiser die zich tegen een akkoord wil verweren, heeft er groot belang bij om tijdig in actie te komen. De aanvullende afwijzingsgronden mogen immers niet ambtshalve door de rechtbank worden getoetst. Als er geen schuldeiser is die hierop een beroep doet, zal de rechtbank deze afwijzingsgronden niet in haar oordeel betrekken. Daarnaast worden de algemene afwijzingsgronden weliswaar ambtshalve door de rechtbank getoetst, maar kan het toch verstandig zijn om de rechtbank te wijzen op het bestaan hiervan. Hiermee wordt voorkomen dat de rechtbank een afwijzingsgrond over het hoofd ziet.

    Aangezien de rechten van schuldeisers bij de homologatie van een WHOA-akkoord behoorlijk kunnen worden beperkt, is het voor een schuldeiser die niet instemt met het akkoord van belang om tijdig actie te ondernemen. Doet een schuldeiser dit niet of niet op tijd, dan is hij aan het gehomologeerde akkoord gebonden.

    Blogreeks ‘WHOA’

    De Wet homologatie onderhands akkoord maakt het makkelijker om een onderhands akkoord te bewerkstelligen. De WHOA kan hiermee een surseance van betaling of het faillissement voorkomen van ondernemingen die een te zware schuldenlast of te hoge structurele kosten hebben, of een gecontroleerde afwikkeling van de onderneming faciliteren.

    In deze blogreeks gaan wij uitgebreid in op de WHOA. De volgende onderwerpen komen aan bod:

    Vragen?

    Vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met Christiaan Donners of een van onze andere experts op het gebied van faillissementen en herstructurering. Wil je deze blogs automatisch in je mailbox ontvangen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief Ondernemerszaken om op de hoogte gehouden te worden.

    Samenwerking Hekkelman en Watsonlaw

    De blogreeks wordt geschreven door de insolventierechtspecialisten van Hekkelman advocaten en notarissen en Watsonlaw. Tussen onze kantoren bestaat een unieke samenwerking die ons in staat stelt om onze gezamenlijke expertises zo optimaal mogelijk voor onze cliënten te benutten.

    Mag ik je op de hoogte houden?

    Schrijf je in voor onze blog updates

    Franc Pommer