blog

    Aansprakelijkheid van de gemeente voor verkeerde inlichtingen van ambtenaar: de ene inlichting is de andere niet

    Roel SnelPublicatiedatum: 9 april 2014

    Aanleiding voor dit artikel is een tweetal recent gepubliceerde uitspraken over de aansprakelijkheid van een gemeente voor door haar ambtenaren verstrekte onjuiste inlichting(en). De eerste uitspraak is van de Rechtbank Gelderland van 29 januari 2014 (ECLI:NL:RBGEL:2014:1553) en de tweede van het Hof Den Haag van 25 maart 2014 (ECLI:NL:GHDHA:2014:851). In de eerste uitspraak oordeelt de rechter dat de gemeente aansprakelijk is voor door haar ambtenaren gegeven onjuiste inlichtingen. In de tweede uitspraak is dit niet het geval.

    In dit artikel wil ik enkele handvatten geven voor de beoordeling van bovengenoemde aansprakelijkheid en duidelijk maken dat de gemeente niet zomaar voor iedere verkeerde inlichting aansprakelijk is.

    De uitspraken in een notendop


    Rechtbank Gelderland 29 januari 2014 

    Een ondernemer krijgt bij het bedrijvenloket van de gemeente Nijmegen te horen dat hij in zijn pand uitsluitend een afhaalrestaurant zonder ondersteunende horeca mag exploiteren. Nadat hij hiervoor een vergunning heeft aangevraagd en zijn restaurant zodanig heeft ingericht, blijkt echter dat hij ook een ontheffing had kunnen krijgen voor ondersteunende horeca in zijn zaak.

    De ondernemer heeft een concrete en duidelijke vraag gesteld aan de ambtenaar van het bedrijvenloket, namelijk of zijn zaak in aanmerking komt voor een ontheffing voor ondersteunde horeca. Hierop krijgt de ondernemer het duidelijke, concrete en (achteraf) onjuiste antwoord dat dit niet het geval is. De gemeente heeft zelf ook erkend dat de inlichting(en) van de ambtenaar onjuist zijn gebleken. De rechtbank overweegt dat de ondernemer “(…) erop heeft vertrouwd en heeft mogen vertrouwen dat de verstrekte informatie juist was (…)” waarna de Rechtbank oordeelt dat de gemeente onrechtmatig jegens de ondernemer heeft gehandeld. De gemeente is daarmee aansprakelijk voor de schade die deze ondernemer heeft geleden als gevolg van onjuiste informatieverstrekking door de gemeente.

     

    Hof Den Haag 25 maart 2014
    Dit arrest kent een geheel andere uitkomst. In deze zaak heeft een ontwikkelaar een schetsplan van een bouwplan voorgelegd aan een ambtenaar van het ondernemersloket van de gemeente Dordrecht. De ambtenaar deelt onder meer mee dat dit schetsplan kan worden vergund. Het college van Burgemeester en Wethouders weigeren de bouwvergunning te verlenen. De ontwikkelaar stelt de gemeente aansprakelijk en vordert schadevergoeding, omdat het ondernemingsloket onjuiste informatie zou hebben verstrekt over de kansen van een bouwaanvraag gebaseerd op het schetsplan.

    Het Hof wijst de vordering af. Het Hof wijst ten eerste op de eigen verantwoordelijkheid van de ontwikkelaar om kennis te nemen van de relevante wettelijke voorschriften voor de beoordeling van een bouwplan. Daarnaast overweegt het Hof dat de ontwikkelaar de (algemene) opmerking van de ambtenaar dat het kavel geschikt is voor het in het schetsplan voorgestelde bouwwerk, zonder nadere toelichting niet mocht opvatten als een toezegging dat een bouwergunning (thans: omgevingsvergunning om te bouwen) zou worden verleend. Tenslotte merkt het Hof op dat de ambtenaar van het ondernemersloket niet de persoon was die bevoegd was tot het verlenen van een bouwvergunning. Kortom, geen onrechtmatige daad van de gemeente en dus ook geen aansprakelijkheid voor de verkeerde inlichting.

    Uitgangspunt: terughoudendheid

    In zijn algemeenheid is de rechtspraak terughoudend met het aannemen van aansprakelijkheid van een gemeente wegens onjuiste of onvolledige informatieverstrekking over de mogelijkheden om voor bepaalde activiteit de vereiste vergunningen te verkrijgen. De reden hiervoor is onder meer dat de lasten van een eventuele overheidsaansprakelijkheid uit publieke middelen moeten worden betaald. Overheidsaansprakelijkheid komt ten laste van de gemeenschap, die de kosten van die aansprakelijkheden via bezuinigingen of lastenverzwaring linksom of rechtsom betalen.

    Enkele handvatten

    Uit de rechtspraak volgt dat het enkele feit dat een ambtenaar een burger onjuiste informatie verschaft en de burger hiermee op het verkeerde been zet, niet voldoende is voor het aannemen van aansprakelijkheid van de gemeente. Aan de hand van de ‘concrete omstandigheden van het geval’ moet worden beoordeeld of een burger redelijkerwijs mocht vertrouwen op de juistheid en volledigheid van de verstrekte informatie. Aangezien dit criterium weinig houvast biedt, zal ik hierna enkele handvatten geven voor de beoordeling van de aansprakelijkheid voor onjuiste inlichtingen[1].

     

    Door wie en op welke wijze is de informatie verstrekt?

    Bij de beoordeling of in een concreet geval de onjuiste informatieverstrekking onrechtmatig was, is van belang door wie de informatie is verstrekt. Relevant is bijvoorbeeld of de ambtenaar die de informatie heeft verstrekt moet worden geacht uit hoofde van zijn wettelijke taak of bevoegdheid deskundig te zijn op het gebied van de vraag. Dit draagt immers bij aan het vertrouwen dat de vraagsteller aan de juistheid en volledigheid van die informatie mocht ontlenen.

    Daarnaast is van belang of de informatie mondeling of schriftelijk is verstrekt. Een mondelinge inlichting weegt minder zwaar dan een schriftelijk antwoord.

     

    Wat was de vraag van de benadeelde?

    De inhoud van de vraag is onder meer van belang voor het antwoord op de vraag wat de gemeente had moeten begrijpen met betrekking tot de inhoud van de vraag. Daarbij zijn in het algemeen onder meer de volgende aspecten van belang:

    • was de vraag duidelijk of voor meerdere uitleg vatbaar?
    • betreft het een eenvoudige vraag of juist een ingewikkelde?
    • was de door de vraagsteller verstrekte informatie zeer gedetailleerd of weinig concreet? en
    • had de vraag concreet tot doel om vast te stellen of een specifieke vergunning zou kunnen worden verleend of betrof het slechts een verzoek om (algemene) informatie en/of inlichtingen?

    Een onjuist antwoord op een duidelijke, eenvoudige, concrete en/of specifieke vraag leidt eerder tot aansprakelijkheid dan het antwoord op een onduidelijke, moeilijke, weinig specifieke en/of weinig concrete vraag.


    Wat is de kennis en kunde van de benadeelde?

    Het laatste dat ik wil meegeven is dat bij de beoordeling van de aansprakelijkheid voor een onjuiste inlichting ook relevant is of van de vraagsteller mocht worden verwacht dat hij zelf onderzoek zou doen om relevante informatie te verzamelen, om de door de gemeente verstrekte informatie te verifiëren. Dit brengt mee dat onder meer betekenis toekomt aan de kennis en ervaring van de vraagsteller zelf. Van de vraagsteller mag onder omstandigheden worden verwacht dat hij zelf een adviseur inschakelt om zijn vraag (en het antwoord van de gemeente) te beoordelen. Daarnaast kan het zo zijn dat van de vraagsteller mag worden verwacht dat hij de verstrekte informatie verifieert bij het bevoegde orgaan om zo te achterhalen of hij de aan hem verstrekte informatie goed heeft begrepen.

    Conclusie

    Het is zeker niet zo dat een gemeente voor iedere verkeerde inlichting van één van haar ambtenaren direct aansprakelijk is. Zoals uit het bovenstaande blijkt, is die aansprakelijkheid van een groot aantal factoren afhankelijk. Het is dan ook aan te raden om voordat aansprakelijkheid wordt erkend, de relevante gezichtspunten af te lopen en te beoordelen of er in een specifieke casus sprake is van een onrechtmatige onjuiste inlichting.

    Daarnaast is het wat mij betreft aan te raden om als gemeente ook vooraf duidelijkheid te scheppen en zo te voorkomen dat vraagstellers (onterechte) verwachtingen (kunnen) ontlenen aan door de gemeente verstrekte antwoorden. Ik raad aan om, hoewel het intuïtief wellicht goed voelt om bij de beantwoording zo vaag en algemeen mogelijk te blijven, juist specifiek en concreet te zijn en:

    1. concreet aan te geven welke informatie door de vraagsteller is vertrekt, welke vraag er is gesteld en in welk kader die vraag is gesteld;
    2. aan te geven hoe de gemeente de vraag heeft begrepen, aan welke regelgeving de vraag is getoetst en aan te geven dat de vraag in zijn algemeenheid is beantwoord en niet kan dienen als garantie op een bepaald resultaat in een specifieke zaak;
    3. duidelijk te maken dat de ambtenaar die het antwoord heeft gegeven niet bevoegd is om over een eventuele aanvraag te oordelen en het antwoord derhalve louter een informerende functie heeft; en
    4. te benadrukken dat de vraagsteller een eigen verantwoordelijkheid om zelf kennis te nemen van de vigerende regelgeving en relevante termijnen en vormvoorschriften.

     

    [1] Deze handvatten zijn ontleend aan mr. B.P.M. van Ravels, Schadevergoeding (w.o. onrechtmatige overheidsdaad), NTB 2012/30. Voor een (nog) uitgebreider overzicht van de gezichtspunten bij de beoordeling of sprake is van onrechtmatige informatie verstrekking wil ik je daarnaar verwijzen.