blog

    De Raad van State bepaalt koers: vervallen bestemmingsplan herleeft na onverbindend verklaarde beheersverordening

    Jan van Vulpen
    Jan van VulpenPublicatiedatum: 23 januari 2018
    De Raad van State bepaalt koers: vervallen bestemmingsplan herleeft na onverbindend verklaarde beheersverordening

    Met twee uitspraken kort voor en kort na de jaarwisseling heeft de Afdeling duidelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van onverbindendverklaring van een (deel van een) beheersverordening (ECLI:NL:RVS:2017:3569 en ECLI:NL:RVS:2018:53): het bestemmingsplan dat voorheen van toepassing was en met de vaststelling van de beheersverordening (deels) was vervallen, herleeft dan (het desbetreffende onderdeel) weer. Ofwel: de onverbindendheid van een beheersverordening heeft hetzelfde gevolg als de vernietiging van een bestemmingsplan zo concludeert ook de Afdeling zelf.

    Beheersverordening en wijzigingen van het planologisch regime

    Beheersverordeningen zijn voor gebieden waarin geen of hooguit beperkte ruimtelijke ontwikkelingen worden verwacht een aantrekkelijk alternatief voor gemeenten in plaats van bestemmingsplannen. In een beheersverordening kan een gemeente net als in een bestemmingsplan dan de bestaande situatie bestemmen. Daartegen staat dan geen beroep open. Bij de beheersverordening mogen de bestaande uitbreidings- en gebruiksmogelijkheden van het voorgaande bestemmingsplan niet worden beperkt, tenzij 1) het gaat om (jarenlange) onbenutte uitbreidings- en gebruiksmogelijkheden die 2) niet langer in overeenstemming worden geacht met een goede ruimtelijke ordening.

    Jaarwisseling-uitspraken

    Bij de in de inleiding genoemde uitspraken werd – kort gezegd – een beheersverordening onverbindend verklaard omdat daarbij een agrarische bestemming was omgezet in een woonbestemming zonder een deugdelijke planologische afweging respectievelijk de bouwmogelijkheden (van stacaravans) op een camping wezenlijk werden beperkt ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan en bovengenoemde uitzonderingen niet aan de orde waren.

    Over het rechtsgevolg van het onverbindend verklaren van beheersverordening kan discussie bestaan. Eerder hebben collega’s van Hekkelman al geblogd over de gevolgen van het onverbindend verklaren van een beheerverordening.

    Erg opletten bij beheersverordeningen! (Peter Goumans)
    Onverbindend verklaarde beheersverordening (Tycho Lam)

    De vraag rees daarbij of het oude en vervangen bestemmingsplan wel kon herleven. Immers, artikel 3.39 Wro bepaalt dat bij inwerkingtreding van de beheersverordening het tot dat moment vigerende bestemmingsplan vervalt. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 3.39 (Kamerstukken II 2006/07, 30 938, nr. 7, p.14) leek (lijkt) te volgen dat een eenmaal vervallen bestemmingsplan niet kan herleven. Het gevolg is dan dat voor de desbetreffende gronden een zogenoemde witte vlek ontstaat waar geen planologisch regime van toepassing is. De wetgever gaf daarbij aan dat de gemeente “het gat” (witte vlek) zal moeten dichten door daarvoor een (herziene) beheersverordening vast te stellen.

    Definitieve koers “herleven bestemmingsplan”

    Dit gevolg van een witte vlek lijkt voor de Afdeling (uit praktisch oogpunt) te bezwarend (zie ook ECLI:NL:RVS:2013:2501, r.o. 4) en heeft eerder al geleid tot uitspraken waarin de Afdeling bepaalde dat na een onverbindend verklaring van een beheersverordening het bestemmingsplan herleeft (soms door het treffen van een voorlopige voorziening).

    Voor zover nog twijfel bestond of hier sprake was van een vaste lijn en of vervallen bestemmingsplannen wel weer konden herleven, heeft de Afdeling nu nadrukkelijk koers bepaald:

    ‘Na onverbindendverklaring van een beheersverordening moet die beheersverordening voor zover onverbindend verklaard, geacht worden van aanvang af niet te hebben gebonden en niet in werking te zijn getreden in de zin van artikel 3.39 Wro’.

    Dat heeft dan weer als gevolg dat:

    ‘het vervallen van het aan de beheersverordening voorafgaande bestemmingsplan zich (deels) zich ook niet heeft voorgedaan’.

    Conclusie

    Met twee uitspraken rond de afgelopen jaarwisseling lijkt de Afdeling definitief een vaste lijn te hebben uitgezet over de gevolgen van onverbindendverklaring van een beheersverordening. Hierdoor ontstaan geen witte vlekken, maar herleeft het bestemmingsplan dat voorafgaand aan de beheersverordening van toepassing was.

    Mocht je vragen hebben naar aanleiding van deze blog, neem dan gerust contact met mij op.