blog

    Deskundigen in onteigeningsprocedure

    Kees van HelvoirtPublicatiedatum: 17 november 2011

    Ten aanzien van de benoeming van deskundigen in een onteigeningsprocedure zijn de bepalingen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing.

    In dit artikel vragen wij jouw aandacht voor de uitspraak van de rechtbank Roermond van 2 november 2011, LJN: BU3511. In deze zaak heeft de gedaagde partij een aantal verweren en stellingen aangevoerd die betrekking hebben op de benoeming van de deskundigen als bedoeld in artikel 27 van de Onteigeningswet, alsmede op de wijze waarop het deskundigenonderzoek plaats zou moeten hebben. De rechtbank is van oordeel dat het bepaalde in artikel 32 Onteigeningswet met zich meebrengt dat de regels rond de benoeming van en het onderzoek door deskundigen uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rechtsvordering”) in onteigeningsprocedures niet van toepassing zijn. Ondanks dat de wettekst van artikel 32 Onteigeningswet, niets aan duidelijkheid te wensen overlaat – “De formaliteiten (…) omtrent (…) het berigt van deskundigen, zijn ten deze niet toepasselijk.” – overweegt de rechtbank het volgende.

    De rechtbank geeft aan dat zij voor haar oordeel is uitgegaan van een reeds gedurende decennia heersende wetsinterpretatie, die thans als geldend recht mag worden beschouwd. De rechtbank stelt verder vast dat aard en strekking van het deskundigenonderzoek in de onteigeningsprocedure wezenlijk verschillen van die in de reguliere civiele procedure. Het deskundigenadvies strekt in de onteigeningsprocedure tot advisering van de rechtbank, terwijl het deskundigenadvies in de civiele procedure dient als bewijsmiddel om door partijen gestelde maar betwiste feiten vast te stellen. In de onteigeningsprocedure dient de rechtbank het deskundigenadvies te gebruiken bij het bepalen van de schadeloosstelling. Dit is anders in een reguliere civiele procedure, waarin de rechtbank het bewijs behoort te waarderen en niet te leveren.

    Dit maakt volgens de rechtbank inzichtelijk waarom in Rechtsvordering een grotere rol is voorzien voor partijen bij de benoeming van de deskundigen. De partij die in de reguliere civiele procedure met het bewijs is belast, kan afzien van het laten inschakelen van een deskundige. In Rechtsvordering is bovendien sprake van een discretionaire bevoegdheid van de rechter. In de systematiek van de Onteigeningswet bestaat de wettelijke verplichting van de rechtbank om met tussenkomst van één of een oneven aantal deskundigen de schade te begroten.

    De rechtbank benoemt voorts nog enkele andere verschillen tussen de regelingen tot het inschakelen van deskundigen krachtens de Onteigeningswet en Rechtsvordering. Voor deze verschillen wordt verwezen naar de uitspraak.