blog

    Gebruikswijziging passend binnen bestemmingsplan? Dan geen toetsing aan parkeernormen

    Marie-Anna Bullens
    Marie-Anna BullensPublicatiedatum: 18 mei 2018
    Gebruikswijziging passend binnen bestemmingsplan? Dan geen toetsing aan parkeernormen

    Op 9 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1578) deed de Afdeling bestuursrechtspraak een voor de praktijk belangrijke uitspraak over de verwijzing naar parkeernormen in het bestemmingsplan.
     
    Het gaat in deze uitspraak om een beroep tegen een bestemmingsplan waarin een parkeerregeling in de bestemmingsplanregels is opgenomen. In deze parkeerregeling is met toepassing van artikel 3.1.2, lid 2, van het Bro (en zoals vaker in de praktijk gebeurt) verwezen naar parkeernormen die zijn opgenomen in gemeentelijke beleidsregels. De parkeerregeling luidde als volgt:

    “Met betrekking tot het gebruik van de gebouwen gelden de volgende regels: voor parkeren gelden de volgende regels:
    1. Bij het oprichten van gebouwen of het veranderen van gebruik dient de inrichting van elk perceel
    zodanig te zijn dat voldoende ruimte aanwezig is om zowel het parkeren van motorvoertuigen en
    fietsen als het eventueel laden en lossen op eigen terrein te kunnen afwikkelen.
    2. Er dient voorzien te zijn in voldoende parkeeraccommodatie conform de parkeernormen welke
    zijn of nog kunnen worden vastgesteld door de raad van gemeente Capelle aan den IJssel.”

    De Afdeling oordeelt dat de hiervoor geciteerde parkeerregeling in strijd is met artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro voor zover de regel ziet op het veranderen van gebruik. Het veranderen van het gebruik is namelijk, anders dan het oprichten van gebouwen (waarvoor in beginsel een omgevingsvergunning is vereist), niet afhankelijk van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro. De raad had derhalve de uitleg van het begrip ‘voldoende parkeeraccommodatie’ in artikellid 3.3, aanhef en onder b, van de planregels niet afhankelijk mogen stellen van de bedoelde beleidsregel voor zover het gaat om het veranderen van het gebruik. Hierbij geldt wel de kanttekening dat de door appellant beoogde gebruikswijziging paste binnen de regels van de bestemming en niet afhankelijk was van de verlening van een (binnenplanse dan wel buitenplanse) omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik.

    Met het oog op de Reparatiewet BZK 2014 (Staatsblad 2014/458) moeten per 1 juli 2018 alle parkeerregelingen (die voorheen in de gemeentelijke bouwverordening stonden) in het bestemmingsplan zijn opgenomen (bijvoorbeeld middels een parapluherziening voor parkeren). Deze uitspraak maakt opnieuw duidelijk dat het noodzakelijk is om aandacht te besteden aan de formulering van de parkeerregeling in een nieuw bestemmingsplan.
     
    Mocht je vragen hebben naar aanleiding van deze blog, neem dan contact op.