blog

    Geen verboden staatsteun; wel aansprakelijk voor schadevergoeding?!

    Richard van Breevoort
    Richard van BreevoortPublicatiedatum: 2 mei 2016
    Geen verboden staatsteun; wel aansprakelijk voor schadevergoeding?!

    Europese staatssteunregels verbieden het verlenen van een niet-marktconform voordeel door een overheidsorgaan aan een individuele onderneming. Tenminste, als daardoor concurrentievervalsing kan ontstaan. Bij verboden staatssteun is de overeenkomst waarmee steun is verleend nietig en moet het genoten voordeel terugbetaald worden aan de overheid. Een geslaagd beroep op staatssteun heeft dus tot effect dat de oorspronkelijke concurrentieverhoudingen worden hersteld en de overheid een financieel voordeel heeft van de teruggevorderde steun. De politieke gevoeligheid van verboden staatsteun is echter een nadelig effect voor de overheid.

    Tot een heel andere uitkomst kwam de rechtbank Den Haag onlangs [ECLI:NL:RBDHA:2015:15812]. Die zaak leidde niet tot terugvordering van steun, maar wel tot schadevergoeding aan de benadeelde concurrent.

    Wat was het geval?

    In Stolwijk verkocht de gemeente sporthal en activiteitencentrum De Stolp ver onder de vraagprijs en tegen zeer gunstige financiële voorwaarden aan een exploitant. Die kon daardoor zijn diensten aanbieden tegen tarieven die ver beneden die van een andere exploitant lagen. Die andere exploitant merkte dat zijn diensten minder in trek raakten en meende dat er sprake was van verboden staatssteun.

    De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van verboden staatssteun, maar dat door de steunmaatregel wel het zorgvuldigheidsbeginsel was geschonden. De gemeente had bij de verkoop van De Stolp niet meegewogen het belang van de andere exploitant om niet te maken te krijgen met oneerlijke concurrentie. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake was van oneerlijke concurrentie gebruikte de rechtbank maatstaven die gewoonlijk ook bij een staatsteuncheck worden gehanteerd. Zo werden de lage koopprijs en de lening tegen gunstige (niet-marktconforme) voorwaarden als oneerlijke bevoordeling aangemerkt. Daardoor konden de diensten tegen een lagere huur worden aangeboden. Omdat vaststond dat de andere exploitant daardoor omzetverlies en dus schade had geleden, werd de gemeente daarvoor aansprakelijk geoordeeld uit onrechtmatige daad.

    Eind goed, alles fout?

    Kortom: de uitkomst van deze zaak is voor de gemeente eigenlijk de meest ongunstige. Immers, de zaak is én politiek gevoelig, én het verleende voordeel hoeft niet aan de gemeente te worden terugbetaald, én de schade van de exploitant moet wel door de gemeente worden vergoed. Juist omdat de steunmaatregel in stand blijft, is denkbaar dat die schade flink kan oplopen. Het is voor overheden dus dringend aan te raden om in voorkomende gevallen naast een staatssteuncheck ook te beoordelen of de belangen van concurrenten moeten worden afgewogen.

    Aansprakelijkheid voor schadevergoeding is overigens ook mogelijk in gevallen dat er wel sprake is van verboden staatssteun. Weliswaar werkt dan de nietigheid van de steunmaatregel terug tot het moment dat zij werd verleend en moet het verkregen voordeel worden terugbetaald aan de overheid, maar de in de tussentijd al door concurrenten geleden omzetderving is daarmee nog niet ongedaan gemaakt.

    Ik verwacht dat het een kwestie van tijd is totdat dit besef bij concurrenten gaat doordringen. Zodra dat blijkt, zal ik daaraan in een volgende blog aandacht besteden.