blog

    Gehele of gedeeltelijke sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet

    Franc Pommer
    Franc PommerPublicatiedatum: 9 september 2016
    Gehele of gedeeltelijke sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet

    Bij de sluiting van drugspanden op grond van artikel 13b Opiumwet (‘Wet Damocles’) bestaat nogal eens discussie over de vraag hoe ver die sluiting mag gaan. Moet het hele pand worden gesloten of alleen de ruimte waar de verboden drugs zijn aangetroffen? In haar uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2097, geeft de Afdeling enkele bruikbare criteria om de reikwijdte van de sluiting te kunnen bepalen.

    Omslagpunt herstellen naar sanctioneren 

    Voorop staat dat artikel 13b Opiumwet een herstelsanctie is. De bepaling verschaft aan de burgemeester de bevoegdheid om met toepassing van bestuursdwang een drugspand voor bepaalde duur te sluiten. Het doel van de sluiting is om de overtreding van de Opiumwet te beëindigen en om de loop naar het pand en de bekendheid ervan als locatie waar drugs worden verhandeld te doorbreken. Niet om leed of nadeel toe te brengen. De maatregel mag gelet hierop niet langer duren dan nodig is voor het bereiken van dit doel. Deze moet proportioneel zijn. Om dezelfde reden mag de sluiting als zodanig ook niet verder reiken dan noodzakelijk is voor het beëindigen van de overtreding. Worden er zelfstandige onderdelen van een pand gesloten waar geen drugs aanwezig waren, dan kan dit leiden tot de conclusie dat de sluiting verder reikt dan noodzakelijk is en dat om die reden sprake is van een punitieve sanctie. Tegen deze achtergrond moet de genoemde uitspraak worden beschouwd.

    Kelderluik

    Met toepassing van artikel 13b Opiumwet sloot de burgemeester van Landgraaf een loods nadat in de kelder daarvan een hennepkwekerij was aangetroffen. De rechtbank vond de sluiting terecht omdat volgens haar de kelder en de daarboven gelegen ruimten moesten worden aangemerkt als één lokaal. De kelder was volgens de rechtbank onlosmakelijk met de rest van de loods verbonden omdat zich tussen de kelder en de verdieping daarboven een doorgang bevond in de vorm van een luik, omdat voor de hennepkwekerij illegaal stroom werd afgetapt vanaf de verdieping en omdat de kelder geen afzonderlijke functie had. Gelet op het belang van de kenbaarheid van de sluiting had de burgemeester de loods terecht als geheel gesloten, aldus de rechtbank.

    Bij de Afdeling bestrijdt de eigenaar van de loods de onlosmakelijke verbondenheid tussen de kelder en de rest van de loods. De kelder blijkt op twee manieren te kunnen worden betreden: via een afzonderlijke toegangsdeur én via het kelderluik. Omdat dit kelderluik klein is en de ruimte daaronder ondiep biedt deze volgens de eigenaar van de loods geen bruikbare toegang. De Afdeling volgt dit betoog en oordeelt dat het luik weliswaar een verbinding vormt tussen de kelder en de bovengelegen ruimten, maar dat deze, anders dan de toegangsdeur, geen gemakkelijke toegang tot de kelder verschaft. 

    Te onderscheiden functie

    Na deze constatering overweegt de Afdeling dat de kelder geschikt is om een van de daarboven gelegen ruimten te onderscheiden functie te vervullen. Hieraan legt de Afdeling de volgende argumenten ten grondslag:

    – de kelder heeft een eigen toegangsdeur;

    – in de kelder kan een persoon rechtop staan;

    – de kelder heeft een behoorlijke inhoud; en

    – de kelder kan is door kleine aanpassingen geschikt te maken als opslagruimte of als bedrijfsruimte die aan een derde kan worden verhuurd.

    De Afdeling stelt aan de hand hiervan, in afwijking van het oordeel van de rechtbank, vast dat tussen de kelder en de rest van de loods niet een zodanige relatie bestaat dat de bevoegdheid van de burgemeester zich mede tot de rest van de loods uitstrekte. De burgemeester had daarom niet de hele loods mogen sluiten.

    Nut voor de praktijk

    De argumenten die de Afdeling gebruikt verschaffen een bruikbaar toetsingskader voor de praktijk als moet worden beargumenteerd of een drugspand geheel of slechts gedeeltelijk kan worden gesloten. Bij de beantwoording van deze vraag is van belang of de ruimte waarin de verboden drugs zijn aangetroffen een zelfstandige functie vervult of kan vervullen die is te onderscheiden van de rest van het pand. Om dat te bepalen kan uit bovenstaande criteria worden afgeleid dat hiervoor van belang is of de ruimte:

    – een eigen toegangsdeur heeft;

    – toegankelijk is voor personen;

    – een zekere inhoud heeft; en

    – afzonderlijk te gebruiken is, eventueel door een derde.