blog

    Handhaving en concreet zicht op legalisatie: milieuactiviteiten

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 11 september 2020Laatste update: 2 oktober 2020
    Handhaving en concreet zicht op legalisatie: milieuactiviteiten

    Concreet zicht op legalisatie vormt een bijzondere omstandigheid op grond waarvan het bestuursorgaan moet afzien van handhaving. De vraag of sprake is van concreet zicht op legalisatie is niet altijd eenvoudig te beantwoorden. Dit komt met name voort uit de verschillende soorten overtredingen van diverse wet- en regelgeving met bijbehorende vergunningen, waarbij het moment waarop het zicht op legalisatie voldoende concreet is, verschilt.

    In de blog van vorige week hebben wij aandacht besteed aan concreet zicht op legalisatie bij planologisch strijdig gebruik. In deze blog gaan wij in op concreet zicht op legalisatie bij milieuactiviteiten als de daarvoor vereiste omgevingsvergunning niet is verleend.

    Toereikende aanvraag vereist

    Voor concreet zicht op legalisering bij milieuactiviteiten, het in werking hebben van een inrichting zonder de daartoe vereiste omgevingsvergunning, is altijd ten minste vereist dat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is ingediend. De aanvraag dient betrekking te hebben op de illegale situatie zoals die feitelijk bestaat (ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:441).

    Een ingediende aanvraag alleen is echter niet voldoende, het moet gaan om een ontvankelijke, toereikende aanvraag (ABRvS 12 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM4956; ABRvS 7 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BD6106).

    Geen beletselen voor vergunningverlening

    Vereist is, in de regel, dat een vergunningaanvraag strekkende tot legalisatie is ingediend die volgens het bevoegd gezag voldoende gegevens bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de inrichting voor het milieu. Van belang hierbij is dat het bevoegd gezag geen beletselen ziet voor verlening van de gevraagde vergunning (ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2523). Er is voor concreet zicht op legalisatie ten aanzien van niet-vergunde milieuactiviteiten niet vereist dat op het moment van het nemen van een handhavingsbesluit al volledig inzicht bestaat in de van de aangevraagde inrichting te duchten milieugevolgen en de aan de eventueel te verlenen vergunning te verbinden voorschriften (ABRvS 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1123).

    Uit de rechtspraak over de omgevingsvergunning milieu blijkt, net als bij de rechtspraak over de omgevingsvergunning planologisch strijdig gebruik, dat in de procedure over het handhavingsbesluit geen (uitgebreide) inhoudelijke toetsing van de juridische houdbaarheid van een te verlenen nieuwe (definitieve) omgevingsvergunning milieu plaatsvindt. Deze beoordeling komt in een eventuele beroepszaak tegen deze omgevingsvergunning aan bod (Rechtbank Gelderland 27 november 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5429; ABRvS 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1123).

    Voor het bestaan van concreet zicht op legalisatie is ook niet noodzakelijk dat reeds een ontwerpbesluit strekkende tot verlening van de gevraagde vergunning is genomen. Voldoende is in beginsel dat een vergunningaanvraag strekkende tot legalisatie van de illegale situatie is ingediend die volgens het bevoegd gezag voldoende gegevens bevat voor een goede beoordeling van de gevolgen van de inrichting voor het milieu en het bevoegd gezag geen beletselen ziet voor verlening van de gevraagde vergunning (ABRvS 17 september 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3432; ABRvS 1 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ1123).

    Concreet zicht op legalisatie bestaat in het geval van milieuactiviteiten derhalve als er een toereikende vergunningaanvraag is ingediend en het bevoegd gezag het niet onaannemelijk acht dat de vergunning kan worden verleend (ABRvS 25 mei 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6791).

    De blogreeks

    De komende periode zullen wij blogs plaatsen waarin steeds een andere overtreding aan bod komt. Denk aan de overtreding van het verbod om zonder omgevingsvergunning te bouwen, af te wijken van het bestemmingsplan of een inrichting op te richten. Zie ook onze inleidende blog over concreet zicht op legalisatie en de beginselplicht tot handhaving.

    Het moment waarop bij die verschillende overtredingen sprake is van concreet zicht op legalisatie verschilt. Wanneer is bij die verschillende overtredingen sprake van zicht op legalisatie? En wanneer is dat zicht op legalisatie voldoende concreet?

    In deze blogreeks komen de volgende onderwerpen aan bod:

    Bij de behandeling van de verschillende onderwerpen gaan wij in op de actuele stand van zaken aan de hand van de meest recente rechtspraak van de bestuursrechter.

    Vragen?

    Ben jij werkzaam bij de overheid en bereid jij handhavingsbesluiten voor? Ben je benieuwd of in jouw concrete casus sprake is van concreet zicht op legalisatie? Of word jij geconfronteerd met een handhavingsbesluit en weet je niet welke stappen ondernomen kunnen worden? Neem dan gerust contact op met Chantal van Mil of Merel Copier. Voor overige vragen over het bestuurlijk handhavingsrecht kun je uiteraard ook bij ons terecht.

    Op de hoogte blijven?

    Wil je deze blogs standaard ontvangen in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief Overheidszaken om op de hoogte gehouden te worden.