blog

    Handhaving en concreet zicht op legalisatie: procedurele aspecten

    Chantal van Mil
    Chantal van MilPublicatiedatum: 28 augustus 2020Laatste update: 25 september 2020
    Handhaving en concreet zicht op legalisatie: procedurele aspecten

    Concreet zicht op legalisatie is een bijzondere omstandigheid op grond waarvan van handhavend optreden moet worden afgezien. Voorafgaand aan het nemen van een handhavingsbesluit moet derhalve onderzocht worden of het illegale handelen of nalaten gelegaliseerd wordt of kan worden.

    In deze blog zetten wij een aantal procedurele aspecten specifiek over concreet zicht op legalisatie op een rijtje. Waar moet bij het opstellen van een handhavingsbesluit, als het gaat om het aspect ‘concreet zicht op legalisatie’, op gelet worden?

    Bouwstop

    Een uitzondering op de regel dat voorafgaand aan het te nemen handhavingsbesluit wordt nagegaan of concreet zicht op legalisatie aan de orde is, is de bouwstop. Op grond van artikel 5.17 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan een besluit tot oplegging van een last onder bestuursdwang of – dwangsom, inhouden dat het bouwen, gebruiken of slopen van een bouwwerk wordt gestaakt. Daarnaast kan dit inhouden dat voorzieningen worden getroffen, waaronder het slopen van een bouwwerk, gericht op het tegengaan of beëindigen van gevaar voor de gezondheid of de veiligheid.

    Bij de toepassing van de in dit artikel neergelegde bevoegdheid om bouwwerkzaamheden stil te leggen hoeft, gelet op aard en doel van die bevoegdheid, niet te worden onderzocht of de bouw gelegaliseerd kan worden (zie o.a. ABRvS 20 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ4953; ABRvS 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2834)

    Integriteit aanvrager

    Verder volgt uit de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’), dat in het algemeen geen concreet zicht op legalisatie bestaat, als een bestuursorgaan twijfelt aan de integriteit van een vergunningaanvrager en zijn zakelijke relaties en meent dat daarnaar nader onderzoek moet worden gedaan.

    Concreet zicht op legalisatie kan (uiteraard) wel bestaan, indien geen redelijke grond voor zodanige twijfel bestaat en nader onderzoek derhalve niet nodig is (zie o.a. ABRvS 5 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2523; ABRvS 13 februari 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BC4246).

    Toetsingsmoment: ex nunc of ex tunc?

    Voor de beantwoording van de vraag of concreet zicht bestaat op legalisatie bestaat, is het moment van het nemen van de beslissing op bezwaar in beginsel beslissend, zo volgt onder meer uit ABRvS 4 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4040; ABRvS 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:295. Dat betekent dat, als ten tijde van het nemen van het primaire besluit nog géén concreet zicht op legalisatie bestond, maar ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar wél, (alsnog) van handhavend optreden moet worden afgezien.

    Relevantie bij invorderingsbeschikking

    Verder is ook ten aanzien van concreet zicht op legalisatie van belang, dat bezwaren die betrekking hebben op de rechtmatigheid van het besluit tot oplegging van een last onder dwangsom in beginsel niet meer aan de orde kunnen komen in het kader van de toetsing van een invorderingsbeschikking (ABRvS 4 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:648).

    Concreet zicht op legalisering is een aspect dat betrekking heeft op de rechtmatigheid van een dwangsombesluit. In het kader van de beoordeling van een invorderingsbeschikking moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van een dwangsombesluit. Een betoog over concreet zicht op legalisatie kan dan ook niet meer worden aan de orde komen in de procedure tegen een invorderingsbesluit (zie ABRvS 21 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3806).

    Intrekking handhavingsbesluit

    Verder kan het bestaan van concreet zicht op legalisatie aanleiding geven om een opgelegde last onder dwangsom in te trekken, zo volgt uit ABRvS 18 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4296. In die zaak was een ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd op grond waarvan onder meer de bestaande bouwwerken en het bestaande gebruik daarvan werden toegestaan. Hierin zagen burgemeester en wethouders aanleiding om het dwangsombesluit in te trekken. De Afdeling oordeelt dat het dwangsombesluit mocht worden ingetrokken, omdat er concreet zicht op legalisatie bestond.

    Blogreeks ‘Handhaving en concreet zicht op legalisatie’

    De komende periode zullen wij blogs plaatsen waarin steeds een andere overtreding aan bod komt. Denk aan de overtreding van het verbod om zonder omgevingsvergunning te bouwen, af te wijken van het bestemmingsplan of een inrichting op te richten. Zie ook onze inleidende blog over concreet zicht op legalisatie en de beginselplicht tot handhaving.

    Het moment waarop bij die verschillende overtredingen sprake is van concreet zicht op legalisatie verschilt. Wanneer is bij die verschillende overtredingen sprake van zicht op legalisatie? En wanneer is dat zicht op legalisatie voldoende concreet?

    In deze blogreeks komen de volgende onderwerpen aan bod:

    Bij de behandeling van de verschillende onderwerpen gaan wij in op de actuele stand van zaken aan de hand van de meest recente rechtspraak van de bestuursrechter.

    Vragen?

    Ben jij werkzaam bij de overheid en bereid jij handhavingsbesluiten voor? Ben je benieuwd of in jouw concrete casus sprake is van concreet zicht op legalisatie? Of word jij geconfronteerd met een handhavingsbesluit en weet je niet welke stappen ondernomen kunnen worden? Neem dan gerust contact op met Chantal van Mil of Merel Copier. Voor overige vragen over het bestuurlijk handhavingsrecht kun je uiteraard ook bij ons terecht.

    Op de hoogte blijven?

    Wil je deze blogs standaard ontvangen in je mailbox? Meld je aan voor onze nieuwsbrief Overheidszaken om op de hoogte gehouden te worden.