Het ophangen van hoogspanningskabels is geen bouwactiviteit in de zin van de Wabo (en is dit ook nooit geweest)!

Het ophangen van hoogspanningskabels is geen bouwactiviteit in de zin van de Wabo (en is dit ook nooit geweest)!

Thema's: Omgevingsrecht, Kabels & leidingen

13 april 2018

Het ophangen van hoogspanningsleidingen (in de hieronder besproken uitspraken wordt gesproken van hoogspanningsleidingen in plaats van -kabels) is niet aan te merken als een bouwactiviteit in de zin van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: ‘Wabo’). In haar uitspraak van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1118) bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) haar eerdere jurisprudentie op dit punt. Daarnaast oordeelde de Afdeling dat er nimmer sprake is geweest van een vergunningplicht.

Casus

Appellant had het college van burgemeester en wethouders (hierna: ‘het college’) verzocht handhavend op te treden tegen het ophangen van hoogspanningsleidingen door TenneT. Er was in het verleden weliswaar door het college een – inmiddels onherroepelijke – omgevingsvergunning verleend voor het vervangen/verplaatsen van verbindingsmasten, maar, zo stelde appellant, omvatte deze omgevingsvergunning enkel een toestemming voor het bouwen van de verbindingsmasten, terwijl er voor het daaraan bevestigen van de hoogspanningsleidingen eveneens een omgevingsvergunning vereist zou zijn. Tegen de afwijzing om handhavend op te treden, heeft appellant rechtsmiddelen aangewend.

Eerdere uitspraken

De rechtbank Oost-Brabant had in haar uitspraak van 13 augustus 2015 (ECLI:NL:RBOBR:2015:4832) geconcludeerd dat een omgevingsvergunning voor een hoogspanningslijn zowel de mast als de leiding moet omvatten. De rechtbank overwoog dat de gehele hoogspanningslijn moet worden gezien als één bouwwerk en hoogspanningslijnen niet als vergunningsvrije bouwwerken in het Besluit omgevingsrecht (hierna: ‘Bor’) zijn uitgezonderd. Bij haar uitspraak van 21 september 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2625) heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank echter vernietigd. De Afdeling overwoog dat het ophangen van hoogspanningsleidingen niet als bouwen in de zin van de Wabo kan worden aangemerkt aangezien hoogspanningsleidingen niet kunnen worden aangemerkt als een bouwwerk omdat er geen sprake is van een constructie van enige omvang.

(Hoger) beroep appellant

Appellant meende in de onderhavige casus dat nu hij het handhavingsverzoek had ingediend na de uitspraak van de rechtbank van 13 augustus 2015 en voor de uitspraak van 21 september 2016 van de Afdeling, het college wel bevoegd was om handhavend op te treden. Appellant zag zich in zijn opvatting gesterkt doordat de minister, in navolging van de uitspraak van de rechtbank van 13 augustus 2015, een wijziging van het Bor had voorgesteld. De rechtbank Oost-Brabant heeft het beroep in haar uitspraak van 28 februari 2017 ongegrond verklaard vanwege het oordeel dat het college niet bevoegd om handhavend op te treden aangezien de Afdeling de uitspraak van 13 augustus 2015 heeft vernietigd en de minister het ontwerpbesluit heeft ingetrokken.

Uitspraak Afdeling

De Afdeling bevestigt in haar uitspraak van 4 april 2018 haar eerdere oordeel dat het bevestigen van hoogspanningsleidingen aan inmiddels opgerichte hoogspanningsmasten niet als bouwen in de zin van de Wabo kan worden aangemerkt. Dat het verzoek om handhaving is gedaan na de uitspraak van de rechtbank van 13 augustus 2015, en voordat de Afdeling die uitspraak vernietigde, is niet relevant voor de vraag of voor het bevestigen van hoogspanningsleidingen een omgevingsvergunning vereist is. De Afdeling concludeert dat er op geen enkel moment een omgevingsvergunning vereist was voor het bevestigen van de hoogspanningsleidingen. Ongeacht het feit dat de rechtbank dit aanvankelijk niet heeft onderkend en de minister voornemens was het Bor aan te passen.

Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? Neem dan gerust contact met mij op.