blog

    Hinderlijk stemgeluid en de VNG-brochure

    Rachid Benhadi
    Rachid BenhadiPublicatiedatum: 11 mei 2016
    Hinderlijk stemgeluid en de VNG-brochure

    De VNG-brochure is een beproefd instrument dat (o.a.) door gemeenten gebruikt wordt bij de beoordeling en de motivering van de aanvaardbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen. Voor verschillende (milieu)aspecten (geur, geluid, stof en gevaar) bevat de VNG-brochure indicatieve richtafstanden die kunnen worden aangehouden tussen gevoelige bestemmingen enerzijds en bedrijvigheid anderzijds. De richtafstanden verschillen per bedrijfscategorie. Het is vaste jurisprudentie dat (gemotiveerd) afgeweken kan worden van die afstanden.

    De VNG-brochure geeft geen informatie over specifieke (emissie)bronnen die al dan niet zijn betrokken bij het bepalen van een richtafstand voor een bedrijfscategorie. Wel is duidelijk dat de richtafstanden zijn gebaseerd op een aantal uitgangspunten. Zo volgt uit de VNG-brochure dat bij het bepalen van de richtafstanden (onder meer) is uitgegaan van “(…) ‘gemiddeld’ moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen” (VNG-brochure, editie 2009, p. 77). Of een bron is betrokken bij het bepalen van de richtafstand voor een bepaalde bedrijfscategorie zal dus afhangen van het antwoord op de vraag of die bron relevant c.q. kenmerkend is voor de gebruikelijke bedrijfsactiviteiten van die bedrijfscategorie.

    Oplettendheid is geboden indien een specifieke bedrijfscategorie niet expliciet is opgenomen in de VNG-brochure en het bevoegd gezag voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van die bedrijvigheid, aansluiting zoekt bij de wél in de VNG-brochure opgenomen bedrijfscategorieën. Een voorbeeld uit de praktijk (AbRS 22 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1302, zie voor de annotatie AB 2015/216).

    Burgemeester en wethouders hebben een omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik verleend. De omgevingsvergunning heeft betrekking op een woonzorgvoorziening bestaande uit een zorgboerderij waarin tien wooneenheden worden gerealiseerd voor (zwaar) gehandicapte jongvolwassenen. Bij de beoordeling van de te verwachten geluidsoverlast en de belasting van het woon- en leefklimaat als gevolg van de woonvoorziening, hebben burgemeester en wethouders gebruik gemaakt van de VNG-brochure. Omdat een woonzorgvoorziening, zoals hier aan de orde, niet is opgenomen in de VNG-brochure, hebben burgemeester en wethouders aansluiting gezocht bij de wél in de VNG-brochure opgenomen bedrijfscategorie ‘Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’ en de daarbij horende richtafstand voor geluid.

    In dit geval kon echter niet zondermeer aansluiting worden gezocht bij deze bedrijfscategorie. Vaststaat namelijk dat de activiteiten in de woonzorgvoorziening niet alleen binnen plaatsvinden. Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen ook buitenactiviteiten plaatsvinden. Op die momenten kan het stemgeluid van de bewoners van de woonzorgvoorziening voor de omwonenden te horen zijn. Naar het oordeel van de Afdeling is niet op voorhand duidelijk dat stemgeluid als relevante geluidbron is meegenomen in de VNG-brochure bij het bepalen van de richtafstand voor geluid bij de bedrijfstypen ‘Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven’. Appellant had nog gesteld dat aansluiting gezocht moest worden bij de bedrijfscategorie ‘Verpleeghuizen’, maar ook voor die bedrijfscategorie geldt, zo overweegt de Afdeling, dat onduidelijk is of het stemgeluid als relevante geluidbron is meegenomen bij het bepalen van de richtafstand voor geluid. Kortom, nader onderzoek door burgemeester en wethouders naar de invloed van het stemgeluid op het woon- en leefklimaat van de omwonenden had niet achterwege kunnen blijven. Een verwijzing naar de VNG-brochure was onvoldoende.

    Zoals ik hiervoor opmerkte, moet afhankelijk van de bedrijfsactiviteiten waarvan sprake is, de inschatting worden gemaakt of er sprake is van een (emissie)bron die relevant c.q. kenmerkend is voor de desbetreffende bedrijfscategorie. Is daar sprake van, dan mag worden aangenomen dat deze (emissie)bron in de VNG-brochure is meegenomen bij het bepalen van de richtafstand. Gegeven het feit dat de VNG-brochure geen informatie bevat over emissiebronnen die wel of niet betrokken zijn bij het bepalen van de richtafstanden, kan vaker discussie ontstaan over de vraag of terecht gebruik is gemaakt van de VNG-brochure. De jurisprudentie van de Afdeling lijkt zich in die richting te ontwikkelen. Naast de hierboven opgenomen uitspraak, is ook de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1357) van belang. Die uitspraak had betrekking op een bestemmingsplan dat de bouw van een school mogelijk maakte. Voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de school is gebruik gemaakt van de VNG-brochure en de daarin opgenomen richtafstanden. De stelling van appellanten dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar het stemgeluid als gevolg van de buitenspelende kinderen wordt gepasseerd. De Afdeling overweegt dat bij de in de VNG-brochure opgenomen bedrijfscategorie scholen er van uit mag worden gegaan “dat het stemgeluid van spelende kinderen als een voor scholen relevante geluidbron in deze richtafstand is meegenomen” zodat nader akoestisch onderzoek achterwege kon blijven.

    De hiervoor aangehaalde uitspraken zijn niet alleen relevant voor het aspect geluid. Ook voor de andere aspecten (geur, stof en gevaar) zal van geval tot geval de inschatting moeten worden gemaakt of er sprake is van een (emissie)bron die kenmerkend is voor de desbetreffende bedrijfscategorie. Is daarvan geen sprake, dan kan niet zondermeer worden aangesloten bij de in de VNG-brochure opgenomen richtafstanden en is ook in die gevallen nader onderzoek noodzakelijk.