blog

    Kentekenparkeren tast privacy niet aan

    Marieke Thijssen
    Marieke ThijssenPublicatiedatum: 28 september 2016
    Kentekenparkeren tast privacy niet aan

    Het gebruik van persoonsgegevens door gemeenten heeft in toenemende mate de belangstelling van burgers. Dat blijkt ook uit een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 september 2016 over het zogenaamde kentekenparkeren in Amsterdam. 

    Kort geding tegen de gemeente

    In de kwestie die aan de uitspraak ten grondslag lag, vorderde een burger in kort geding dat de gemeente Amsterdam veroordeeld werd tot het staken van het zogenaamde kentekenparkeren. Het kentekenparkeren houdt in dat burgers bij de parkeerautomaat hun kentekens in moeten voeren teneinde de parkeerbelasting te kunnen voldoen. De kentekens van de geparkeerde auto’s worden in versleutelde vorm verwerkt om te kunnen controleren of de parkeerbelasting is betaald. De heffingsambtenaar krijgt de kentekens in niet-versleutelde vorm als dat niet het geval is. In dat geval legt de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag op. De burger die het kort geding tegen de gemeente Amsterdam aanspande, weigerde steevast zijn kenteken bij de parkeerautomaat in te voeren. Daardoor ontving hij steeds naheffingsaanslagen. Daar wilde hij een einde aan maken. Daartoe voerde hij bij de rechter (onder andere) aan dat het kentekenparkeren zijn privacy aantast. 

    Kortgedingrechter volgt hof

    De voorzieningenrechter deelt de mening van de burger niet. Zij verwijst ter onderbouwing van haar uitspraak naar een arrest van het hof Amsterdam van 7 januari 2016.     
    Het hof oordeelde daarin dat voor het antwoord op de vraag of het kentekenparkeren de privacy van de burger aantast, relevant kan zijn of het systeem in strijd met de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) is. Het hof oordeelde vervolgens dat daar in dit geval geen sprake van is, omdat het systeem ‘gelet op het doel van de verwerking, het specifieke karakter van [de] gegevens en de door de gemeente gehanteerde waarborgen, op de voet van artikel 8, onderdeel e Wbp [link naar artikel 8 Wbp] als noodzakelijk voor de vervulling van de publiekrechtelijke taak door de heffingsambtenaar kan worden aangemerkt.’. De voorzieningenrechter maakt het oordeel van het hof Amsterdam tot het hare.

    Doel voor gebruik van persoonsgegevens

    De uitspraken van de voorzieningenrechter en het hof onderstrepen maar weer hoe belangrijk het is om voor het gebruik van persoonsgegevens (zoals kentekens) een duidelijk doel te hebben. Dat doel moet op één van de in artikel 8 Wbp genoemde grondslagen gebaseerd kunnen worden. Daarvan is de vervulling van de publiekrechtelijke taak er één. Het gerechtvaardigde belang (artikel 8, onderdeel f Wbp) is een andere grondslag waarop het gebruik van persoonsgegevens vaak gebaseerd kan worden. De mogelijkheid om van die grondslag gebruik te maken, wordt voor gemeenten flink ingeperkt met de inwerkingtreding van de Europese Privacyverordening (AVG). De AVG vervangt de Wbp in mei 2018.

    Meer weten?

    Vraag je je af of een bepaald gebruik van persoonsgegevens voldoet aan de eisen die de Wbp stelt of die de AVG in de toekomst aan het gebruik van persoonsgegevens stelt? Neem dan contact op!