blog

    Koerswijziging Raad van State bij toetsing van beleid

    Franc Pommer
    Franc PommerPublicatiedatum: 31 oktober 2016
    Koerswijziging Raad van State bij toetsing van beleid

    De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft afgelopen woensdag (26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840) een belangwekkende uitspraak gedaan. In de uitspraak breekt de Afdeling met haar eerdere rechtspraak dat omstandigheden die geacht moeten worden te zijn verdisconteerd in beleid, niet als ‘bijzondere omstandigheden’ kunnen worden aangemerkt bij toepassing van de zgn. inherente afwijkingsbevoegdheid, als bedoeld in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

    Kernoverweging

    De kernoverweging van de Afdeling luidt als volgt:

    “4.3. De Afdeling is thans – anders dan voorheen en anders dan de burgemeester betoogt – van oordeel dat omstandigheden die bij het opstellen van een beleidsregel zijn verdisconteerd, dan wel moeten worden geacht te zijn verdisconteerd, niet reeds daarom buiten beschouwing kunnen worden gelaten. In de praktijk blijkt dat ook al heeft het betrokken bestuursorgaan bij het opstellen van de beleidsregel deze omstandigheden bezien, het daarmee niet heeft kunnen voorzien of deze omstandigheden alleen of tezamen in een concreet geval niettemin tot onevenredige gevolgen leiden. Het bestuursorgaan dient derhalve alle omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.”.

    Relevantie voor de praktijk

    Hoewel de uitspraak is gedaan in verband met de toepassing van de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b Opiumwet, is deze relevant in het hele bestuursrecht. De uitspraak heeft tot gevolg dat bestuursorganen voortaan als zij toetsen aan beleid, alle omstandigheden moeten betrekken – óók omstandigheden die al (expliciet of impliciet) in het beleid zijn verdisconteerd – bij hun beoordeling of deze moeten worden aangemerkt als ‘bijzondere omstandigheden’, op grond waarvan met toepassing van artikel 4:84 van de Awb van dat beleid zou moeten worden afgeweken.

    Nadere uitwerking volgt

    Een nadere uitwerking van deze uitspraak volgt later deze week in een afzonderlijke bijdrage.